Pleidooi voor een domme vorst

Vrienden en geestverwanten van schrijver Dirk van Weelden brachten dit weekeinde een hommage aan zijn laatste roman Orville. Bettine Vriesekoop speelde solo-tafeltennis in een 'sensorische opera', en Matthijs van Boxsel sprak over 'de noodzakelijke domheid van de constitutionele monarchie'.

AMSTERDAM, 26 JAN. 'Wat telt is actief verzet tegen het Chagrijn', schrijft Dirk van Weelden in zijn laatste roman Orville. Om het Chagrijn te bestrijden nodigt de hoofdpersoon Orville zeven vrienden en vriendinnen uit om naar zijn Franse vakantieadres te komen, en liederen, raadsels en verhalen met elkaar te delen. Afgelopen weekend werd in De Balie in Amsterdam getracht om een special edition van de roman tot leven te wekken. Van Weelden nodigde vrienden en geestverwanten uit om een bijdrage te leveren aan zijn feest, 'als hommage aan de mensen en werelden waaruit een roman kan ontstaan', zoals hij in het programmaboekje schreef.

Van Weeldens eigen bijdrage bleef in de meeste gevallen beperkt tot zijn aanwezigheid. Het is de vraag of hij er verstandig aan deed zijn vrienden op zijn publieke feestje hun gang te laten gaan. Manel Esparbé i Gasca bracht voor een uitverkochte zaal acte vijf ('de letter T') uit de 'sensorische opera' De Reconstructie van de Neus. Een gezelschap in avondkleding zat aan tafels op het toneel. Het eerste halfuur klonk uit luidsprekers de stem van de stotterende reconstructie-chirurg Grossi, gespeeld door Tom Jansen. De chirurg vertelde door de telefoon, zogenaamd onderweg in de auto, iets dat nauwelijks te verstaan, laat staan te begrijpen was. Het publiek begon te morren, iemand riep 'doorspoelen!', anderen begonnen te zingen en te stampvoeten. In de volgende scène bracht een violist krassende geluiden voort, en speelde een gesluierde Bettine Vriesekoop solo-tafeltennis op een gekantelde letter T. Ten slotte verscheen de chirurg, gespeeld door Tom Jansen, in levende lijve, met een varkensneus op, en hervatte zijn verhaal. Wanhopig zocht de toeschouwer naar verklaringen. Was dit nu een te geslaagde parodie op 'modern toneel', of gewoon modern toneel in zijn allerbelabberdste vorm? Velen besloten tot het laatste, en verlieten voortijdig en behoorlijk chagrijnig de zaal. En waar stond die T nou voor? 'Te avantgarde!' riep iemand uit het publiek.

Het hoogtepunt en de redding van het weekend was de lezing op zondagmiddag van Matthijs van Boxsel, getiteld Over de noodzakelijke domheid van de constitutionele monarchie. Van Boxsel, die al jaren aan zijn 'Encyclopedie van de domheid' werkt, betoogde op briljante wijze dat de domheid het fundament is van onze beschaving. Met behulp van de kikkers uit een fabel van De la Fontaine, Kant, Mandevilles The fable of the bees, Pinokkio en lichtbeelden van oude prenten en vorstenhuizen maakte hij zijn ideeën aanschouwelijk. Het egoïsme, de drang tot zelfbehoud, is de werkelijke grondslag van de democratie, maar de domheid zorgt ervoor dat we deze waarheid verhullen met allerlei illusies omtrent de gemeenschapszin en redelijkheid van de mens. De democratie is in feite verre van rationeel: “Zie maar hoeveel invloed het weer heeft op de verkiezingen. Als het mooi weer is, winnen de linkse partijen. Linkse stemmers zijn mooi-weer-stemmers, maar alleen in een regenachtig klimaat.”

De constitutionele monarch verhindert dat de democratie ontaardt in anarchie of een dictatuur. De vorst hoeft geen werkelijke talenten te bezitten, dat is zelfs niet gewenst, als hij zijn symbolische rol maar speelt. De vorst hoeft slechts te doen alsof de maatschappelijke orde en zijn rol daarin gefundeerd zijn, en de onderdanen hoeven slechts te doen alsof ze in hem geloven. Volgens Van Boxsel zijn we het meest gebaat bij een vorst die zich irrationeel gedraagt en slechts in gemeenplaatsen spreekt, kortom een domme vorst. Onze toekomstige monarch achtte hij geknipt voor die rol.

's Avonds droegen Gillis Biesheuvel en Victor Löw enkele fragmenten voor uit Van Weeldens roman Oase, bewerkt door Oscar van Woensel. Een vader schrijft brieven aan zijn zoon, vlak voor zijn geboorte. De zoon antwoordt hem twintig jaar later. De vader, een junkie, twijfelt of hij wel de vader is; de zoon, verward, opgesloten in een inrichting, twijfelt over wie hij is. De voorstelling was een mooi besluit van het kwalitatief nogal wisselende Orville-weekend. Van Rob Scholte, die van Berlijn naar Amsterdam zou reizen om in De Balie een schilderij te onthullen, was niets meer vernomen.