Met scherpe blik

Nog steeds sturen veel mensen hun kinderen naar zogeheten protestants-christelijke en naar katholieke scholen.

“Maar met godsdienstigheid of met de verzuiling van vroeger heeft dat bij vijfennegentig procent van de ouders niets meer te maken”, zegt de Amsterdamse schoolcatecheet (godsdienstleraar) Jos van Remundt. Zo gering is de belangstelling van ouders, leerkrachten en leerlingen voor wat met godsdienst en geloof heeft te maken, dat er op katholieke scholen nauwelijks meer 'communicantjes' zijn te vinden. Dat zijn kinderen die op hun zevende jaar eerste communie doen.

Op bijzondere scholen is er volgens Van Remundt praktisch niemand meer die zich nog voor het geloof interesseert. “Soms heeft men heel ver nog ergens een klok horen luiden en gelooft men nog wel iets, maar wat dat 'iets' is, kan men vrijwel nooit uitleggen. En toch is dat 'iets' het tegenovergestelde van 'niets'. Dat is al heel wat. Maar daarover dan ook wat te zeggen, dat doet men vaak liever niet, want het wordt als riskant beschouwd. Het is alsof je dan het achterste van je tong laat zien.”

Jos van Remundt is districtscatecheet en schoolbegeleider voor godsdienstig onderwijs en tegenwoordig ook directeur van de Stichting Echelon, een projectontwikkelingsbureau voor levensbeschouwelijke communicatie. Dat hij katholiek is, vindt Van Remundt niet van belang meer. Die achtergrond doet er naar zijn zeggen voor zijn werk nauwelijks toe, ook al komen zijn activiteiten voor rekening van de bisschop van Haarlem.

Levensbeschouwelijke communicatie in het basisonderwijs. Is dat wat anders dan godsdienstonderwijs?

Ja en nee, zegt de projectontwikkelaar. Door onze projecten leren jongeren zichzelf en elkaar kennen door communicatie, dialoog en confrontatie. Er is sprake van intercultureel onderwijs.

“Heel wat kinderen kijken naar GTST (Goede tijden, slechte tijden), maar de bijbelse soap van de verhouding van David en Batsheba is net zo spannend. Door ons 'David-project' (held of schurk) sla je twee vliegen in één klap. Het biedt een levensbeschouwelijk verhaal over goed en kwaad en brengt tegelijk een stuk seksuele voorlichting met zich mee. Het onderwerp erotiek wordt aan de orde gesteld. Daardoor wordt de weerbaarheid van meisjes verhoogd en gaan jongens inzien dat ze op een schoolreis niet almaar achter de meiden moeten blijven aanzitten.”

David is maar één project. Van Remundt: “We hebben er nog veel meer. Het hoeven niet per se bijbelse onderwerpen te zijn. Het kan ook over de zwerftochten van Odysseus gaan, over de vraag door welke oorzaken zijn kompas en het onze van slag kunnen raken. Kinderen zien haarscherp in wat ziek zijn, scheiding, verhuizing of het kwijtraken van vrienden teweeg kan brengen. Dat is de levensbeschouwelijke oriëntatie die we willen bijbrengen. Het hoeft niet a priori christelijk te zijn, maar kan bijvoorbeeld met zich meebrengen dat ze de betrekkelijkheid van het leven wat meer gaan ontdekken.”

Bij de Stichting Echelon, gevestigd aan het Waterlooplein in Amsterdam, gaat het primair om levensbeschouwelijke vorming in het basisonderwijs.

Het uitgangspunt is dat alle kinderen zelf al een impliciete levensbeschouwing hebben die ze verder kunnen ontwikkelen. “Geef ze geen boodschap mee, maar leer ze boodschappen doen”, luidt een van de motto's van de stichting. Het lesmateriaal van Echelon gaan uit van de gelijkwaardigheid van diverse religies en levensbeschouwingen, maar vooral van de gelijkwaardigheid en eigenwaarde van kinderen.

Met de diverse kinderbijbels die op de markt zijn en die gelezen en gebruikt worden, kan Echelon niet goed uit de voeten. Schoolcatecheet Van Remundt: “Het grote bezwaar daartegen is dat de kinderen een verkeerd en verminkt beeld van de bijbel voorgeschoteld krijgen. Ze komen wel in aanraking met wat een kinderbijbelverteller belangrijk vindt, maar krijgen geen zicht op de oorspronkelijke inhoud van de bijbel. Daarom moeten kinderbijbels niet langer het uitgangspunt zijn, maar moet er met de bijbel zelf worden gewerkt. Die druipt van het bloed en sperma. In de kinderbijbels wordt dat meestal weggepoetst, hoewel kinderen daar best tegen kunnen. Door zijn literaire rijkdom en gevarieerde inhoud is de bijbel echt sterk genoeg voor het vertellen en hervertellen van verhalen. Daar kunnen kinderen goed mee uit de voeten want ze hebben al heel gauw een scherpe kijk op de bijbel. Ook weten kinderen de verschillende soorten bijbelverhalen meestal heel goed te onderscheiden.”