Leve de rode garde

Zoals gewoonlijk ging mijn vriend om een uur of tien 's avonds ons hek dicht doen. Het was winterdag, dus stikkedonker. Hij was nog geen twee stappen ons huis uit, of hij hoorde de ganzen tekeer gaan. Even later zag hij in het licht van zijn zaklamp dat er een verstrikt zat in de verplaatsbare schrikdraadafrastering. Snel kwam hij terug om de stroom af te zetten.

'Kom, Karen, kom snel, ik heb je hulp nodig!' Zijn broer, die naast ons woont, had hem al horen roepen, en gedrieën gingen we kijken wat er aan de hand was. Het was niet leuk wat we zagen.

Eerst bevrijdden we de gans die verstrikt zat, en gelukkig niks mankeerde. Dan waren er ook twee ontsnapt. Maar het ergste was dat er een gans bij zijn strot gegrepen was. Het bloed was helderrood; het lijf nog warm; de gans morsdood. Toen mijn vriend hem oppakte bleef er een zielig hoopje veren achter op het gras. De tien gansjes die dit overleefd hadden kropen bang bij elkaar.

We hadden al een maand niet goed geslapen, omdat onze hond elke keer blaft als er een vos rond ons huis dwaalt. We hadden gedacht dat de ganzen wel veilig zouden zijn, achter de schrikdraadafrastering; kennelijk niet dus.

De dode gans was redelijk zwaar. Nog twee weken, en dan zouden ze geslacht worden. We hadden nog geluk gehad. Immers, voor hetzelfde geld had hij al onze ganzen dood kunnen bijten. Nee, niet voor hetzelfde geld; ganzen kosten niet niks in de aanschaf en het voer dat ze eten moet ook betaald worden. De vos had niet alleen een gans dood gebeten, maar ook voor vijf tientjes voer.

Die avond konden we niet veel meer doen, maar de volgende dag heb ik het schrikdraad verzet, tot vlakbij ons huis. Zo konden we de ganzen ook 's nachts zien. Mijn vriend ging naar bed met zijn geweer naast zich, voor het geval dat die vos weer trek zou krijgen in onze gansjes.

We wonen op het grensgebied van twee vossenjachten; en het toeval wilde dat de ene jacht die dinsdag, en de andere jacht die donderdag bij ons in de buurt zou jagen. Mijn vriend belde dat we last hadden van een vos.

Ja, ik weet het, bijna iedereen in Nederland is tegen, en de meeste mensen hier in Engeland ook. Tony Blair wil de vossenjacht afschaffen, dat was al voor de verkiezingen bekend. Vandaar dat de politieke kaart van Engeland er nu zo vreemd uit ziet. Landelijk Engeland heeft, om die reden, niet voor Labour gekozen. Al zijn kiezers wonen in de stad.

Als ex-stadsmens zet ook ik mijn vraagtekens bij de vossenjacht. Toch genoot ik van wat ik die dinsdagochtend zag. Het zal een uur of elf geweest zijn, ik was net de was aan het ophangen, toen ik trompetgeschal hoorde. Snel keek ik uit het raam. Wat een prachtig gezicht, al die mooie paarden; en de Master of hounds en zijn whipper-in, trots, in schitterende rode uniformen. Er stonden ook veel auto's op het landweggetje, van mensen die de jacht vanaf de weg volgen. Followers noemen ze die hier.

Snel ging ik de tuin in, bang dat de jachthonden misschien iets verkeerd zouden doen met onze gansjes. De Master of the hounds was nu bij de buren, zo dichtbij dat we 'goeiemorgen' tegen elkaar konden zeggen. Een stuk of dertig jachthonden renden snuffelend door het gras. De geiten van de buren graasden vredig verder; de ganzen groepten bang bij elkaar.

Opeens begonnen er een paar honden te piepen en te janken; ze waren op het spoor van een vos. De Master of the hounds blies op zijn trompet en galoppeerde weg. Daar verdween iedereen weer, de jachthonden achterna, de groene heuvels in.

Het had die nacht geregend en de jachthonden verloren telkens het spoor in het natte gras. Er werd die dag geen vos gedood en die donderdag evenmin. Toch moeten deze twee vossenjachten de vossen wel verjaagd hebben, want we hebben sindsdien goed geslapen.

Zes ganzen zitten nu 'veilig' in de diepvries; twee zijn er opgepeuzeld, door mensen, niet door een vos, en ze waren erg lekker; twee mochten blijven leven. We hopen dat deze twee in de lente een groot gezin zullen stichten. Ze lopen, terwijl ik dit schrijf, te pronken in onze tuin. We hebben ze Mazz en Elaars genoemd. Zodoende, als we ze roepen, roepen we 'Mazzelaars'.