Jarige VVD: deftige tronie en volks smoel

De VVD heeft een januskop. Ze beschikt over een deftige tronie en een volks smoel. En als het nodig is kan ze die twee gezichten razendsnel wisselen. Zoals de viering van het vijftigjarig bestaan afgelopen zaterdag in Amsterdam bewees.

Voor wie er niet was: 's middags congresseerde de partij in de Beurs van Berlage. Hier toonde de partij zijn deftige gezicht. Een serieus programma met internationale gasten over hoe verantwoordelijkheid beleefd moet worden. Op het podium het deftigste wat de partij te bieden heeft - Frits I en Frits II - en in de zaal veel krijtstreep en mantelpak. Zoveel was duidelijk: hier congresseerde een serieuze partij met doorwrochte opvattingen en een keurige achterban.

Een paar uur later en enkele honderden meters verder, in Krasnapolsky, was die andere VVD, die popie-jopie versie van de partij, te zien. Met Annemarie Jorritsma als Evita, Gerrit Zalm als de getapte jongen en twee Commissarissen der Koningin als de Bluesbrothers. Hier geen krijtstreep, maar glitter en glans. Hier overheerste het amusement alsof het een filiaal van de pretfabriek van Van der Ende betrof.

Gek is het niet, die januskop. De VVD was bij zijn ontstaan nog sterk het politieke voertuig van de elite, van de 'zindelijke burgerheren', zoals Henk Vonhoff de vooroorlogse liberalen benoemde. De benaming volkspartij was enigszins geforceerd en ook niet door iedereen gezocht. En inderdaad, haar eerste leiders - Oud, Toxopeus en Geertsema - waren stuk voor stuk geen jongens van de straat.Pas na hen - met Wiegel en nog meer met Nijpels - kwam het platte, het schreeuwerige er als verschijningsvorm bij. De VVD werd de partij van 'de mensen in het land' en transformeerde zich van een ordentelijke club van Avro-liberalen tot een lawaaierige Veronica-gang - veel uitbundiger, en veel groter ook.