Hans Wiegel: van ster naar figurant

Partijen veranderen. En soms gaat dat heel snel. De vijftigjarige VVD is een heel andere partij dan de veertigjarige. Tien jaar geleden viel er weinig te vieren, leefde de partij nog in de nadagen van een gevoelige verkiezingsnederlaag, de grootste uit haar geschiedenis. En ging ze gebukt onder de naweeën van de vele ruzies die rond de val van haar leider Ed Nijpels naar buiten kwamen.

Nooit was de liberale gewoonte om in plaats van over ideeën over personen te twisten zo uitbundig gepraktiseerd. Voor wie de VVD nu ziet groeien en bloeien, is het nauwelijks voor te stellen, maar tien jaar geleden zat ze mentaal aan de grond: de gedachtenvorming over een nieuw programma verliep stroef en de achterban voelde zich zwaar gefrustreerd.

Maar gelukkig was daar nog de oude triomfator, Hans Wiegel. Hij, de meest dierbare zoon van de liberale familie, mocht toen in het Turfschip in Breda de zaal als feestredenaar enthousiasmeren. Met vernuft, een knipoog en oneliners waar de achterban wel pap van lustte. Zoals: “Beter twee criminelen in één cel, dan één van hen op vrije voeten.”

Dol waren de ontheemde liberalen op hem. Sommigen zagen de terugkeer van Wiegel al weer voor zich; zelf hulde het 'orakel van Ljouwert' zich in nevelen. Pas vijf jaar later zou hij een mislukte poging doen. Maar toen zat Frits Bolkestein te vast in het zadel om zich nog door zijn populaire voorganger te laten wippen.

En waar was Hans Wiegel zaterdag? Hij mocht, inmiddels ere-lid, het jubileumboek van Henk Vonhoff in ontvangst nemen, waarin zijn rol kleiner lijkt dan hij was. En hij mocht vaststellen dat Frits Bolkestein hem zuinigjes één keer vermeldde. Er zijn er die nog altijd op zijn terugkeer hopen; zelf koketteert hij in de media met enige regelmaat met zijn populariteit in de partij. Partij-afdelingen zijn dol op hem, het kader niet. En Frits Bolkestein moet wel erge grote blunders maken, wil de weg voor Hans Wiegel weer vrij komen.