Erfgoed

Sinds kort ben ik patrones van een organisatie met een nobel doel. Het is een heel nieuwe ervaring, waardoor ik mij ineens verbonden voel met wijlen Lady Di en andere Engelse sprookjesfiguren zoals die arme prinses Michael of Kent, die bij haar huwelijk haar voornaam is kwijtgeraakt.

In Nederland is het idee van patronage minder ingeburgerd - vandaar dat ze jou hebben genomen, denkt u nu, maar het zit anders: ik ben de dertiende in een dozijn, voetvolk in een heel legertje patroons (eigenlijk heet het een Comité van Aanbeveling). Onlangs mochten we met z'n allen eten in een restaurant. Het werd een memorabele avond, alleen al wegens de spijskaart, waarop door de kok aan ieder gerecht een literaire ontboezeming was toegevoegd. Maar daar gaat het nu niet over.

Het nobele doel van de organisatie is verwoord in haar naam: Erfgoed Actueel. Dat is een ietwat olijke manier om te zeggen dat de cultuur van gisteren van belang is voor de jeugd van vandaag. Niet dat ik het er niet mee eens ben. Ik vind ook dat scholieren meer belangstellig zouden moeten krijgen voor vroeger, vaker naar musea moeten, meer lezen, weten of Hitler eerst kwam of Napoleon, en wat er met Pasen wordt gevierd.

Je hoort de laatste tijd veel over dit probleem. In de wereld van de letteren wordt geklaagd dat de boekenlijst voor middelbare scholieren is afgeschaft (of tot absurde proporties is ingekrompen). Aan de universiteiten klinkt steeds luider de klacht dat studenten kunnen spellen noch rekenen, en bovendien niks weten. Een nare toestand, die moeilijk te bestrijden is.

Want musea vechten al bij het leven om jeugdige bezoekers. Hele side shows worden voor ze op touw gezet, met computeranimaties en quizzen met knopjes. Bij grote tentoonstellingen zijn soms aparte kindercatalogi, kinderen mogen zich verkleden of zelf iets ontwerpen, en daarna zelf een diploma printen. 'Zelf' is het toverwoord want, zo denken de educatoren, kinderen willen niet aan het handje van hun ouders lopen. (Dat laatste is een vergissing. Kinderen die aan het handje van hun ouders naar het museum komen, zijn klein en willen daar het liefste blijven. Daarom zie je altijd ouders op hun hurken in de kinderafdeling zitten. Kinderen die zelf iets willen, gaan niet mee naar het museum maar blijven thuis, zelf Warcraften op de computer.)

Ook de uitgevers van schoolboeken concurreren fel om de gunsten van leerlingen. De schoolboeken worden kleuriger en leutiger, zien er steeds meer uit als tijdschriften, worden loodzwaar van het kunstdrukpapier - en daardoor vreselijk duur, wat de uitgevers weer fijn vinden omdat zij dan nóg meer geld verdienen.

Niets schijnt te helpen. De musea floreren, maar kinderen komen er, zegt men, steeds minder. Ze lezen nog maar tweeëneenhalve minuut per week, denken dat een hunebed iets is bij Ikea en dat Hercules de Olympische Spelen heeft bedacht. De mensen van Erfgoed Actueel, vol goede bedoelingen, menen dat het aan het aanbod ligt. Volgens hen moeten er ideeën gestructureerd worden en krachten gebundeld. De kinderen willen wel, roepen ze, alleen het aanbod deugt nog niet.

Maar ik ben bang dat dat ook weer een vergissing is. Kinderen willen niks, het zijn barbaren, geneigd tot alle kwaad dat idealisten vrezen. Als je ze even uit het oog verliest in een museum, beginnen ze met potloden in de Matisses te prikken, zoals vorige week weer in Rome is gebleken.

Volgens mij is de beste manier om althans een deel van de jeugd tot cultuur te brengen: doen alsof we het zelf leuk vinden. Ze jaloers maken, daar gaat het om. De indruk wekken dat we voor ons plezier concerten bezoeken, zelf graag naar Matisse kijken en popelen om de hele AKO-prijslijst te lezen. Erover praten ook, onder elkaar, op een toon alsof het niet voor hun oren bestemd is. Willen we dat ze musiceren, op tekenen gaan, Dèr Mouw lezen? Dan moeten we het zelf doen, en met overgave. Het is de enige kans dat ze het op een dag uit onze handen rukken.

Er is nog één andere methode: dwang. Daar hebben we aan tafel al even over gesproken, maar ik heb beloofd om er nog niets over te zeggen.