Drie modehuizen in Italië vrijgesproken

ROME, 26 JAN. Drie beroemde Italiaanse modehuizen die waren veroordeeld omdat zij de fiscale politie zouden hebben omgekocht, zijn in hoger beroep vrijgesproken. Het Hof van Appèl aanvaardde hun verweer dat ze gedwongen waren te betalen.

De uitslag is een grote overwinning voor Krizia, Santo Versace en Gianfranco Ferré. Zij hebben in het eerste proces geen akkoord willen sluiten met het openbaar ministerie en wezen in appèl het voorstel af om de zaak als verjaard te beschouwen. “Ik wilde volledige vrijspraak”, zei Mariuccia Mandelli, beter bekend als Krizia.

De betalingen gaan terug tot begin jaren negentig en zijn ontdekt bij controles door de 'smeergeldgroep' op het Milanese Paleis van Justitie.

De betrokken ontwerpers hebben nooit ontkend dat ze hebben betaald. Hun verweer was dat ze zo onder druk waren gezet dat ze wel moesten betalen, om te voorkomen dat hun bedrijf economisch schade zou leiden. De steekpenningen lagen tussen de twee en vijf ton. In het eerste proces had Krizia verteld dat ze aanvankelijk tegenstand had geboden, maar dat de inspecteurs dreigden heel het bedrijf lam te leggen met hun controles, terwijl er voor achttien miljoen gulden orders uitstonden. Santo Versace, de broer van de vermoorde ontwerper Gianni en zakelijk leider van het concern, zei dat de inspecteurs in januari waren gekomen en dreigden tot kerstmis te blijven. “We verloren honderd miljoen lire (ongeveer 120.000 gulden) per dag, getuigde Santo Versace in het eerste proces.

In eerste instantie was het drietal veroordeeld tot veertien maanden cel. De rechtbank vond hun verweer ongeloofwaardig. Hij stelde dat bedrijven met zo'n grote naam zich niet op deze manier onder druk hoefden te laten zetten door belastinginspecteurs.

Bij deze zaak waren nog twee andere ontwerpers betrokken, Giorgio Armani en Gerolamo Etro. Deze hebben tijdens het eerste proces in ruil voor schuldbekentenis een straf van negen maanden voorwaardelijk gekregen.