De winterwortel

Mijn favoriete groente is de winterwortel. Op de klei is de teelt ervan echter verre van eenvoudig. Dat komt omdat de winterwortel er moeite mee heeft om zijn grote, oranje penwortel in de compacte grond te ontplooien. Vandaar dat je in tuinboeken altijd leest: 'De teelt verloopt het best op een lichte, vochthoudende grond.' Klei is wel vochthoudend, maar helaas het tegendeel van licht.

Bovendien is kleigrond altijd wat kouder dan zand- of veengrond, waardoor winterwortelzaad op de klei slechter ontkiemt. Alternatieve tuinboeken geven je dan ook altijd het advies om flinke hoeveelheden compost door de klei heen te werken. De grond wordt daar warmer en losser van. Dat lijkt het ei van Columbus, maar in de praktijk valt dat bitter tegen omdat compost, hoe ook vervaardigd, altijd verbluffend veel onkruidzaad bevat. En al dat zaad ontkiemt in een ommezien, terwijl winterwortelzaad er akelig lang over doet om te ontkiemen. Het gevolg is dat je mooie, van veel compost voorziene en met wortelzaad ingezaaid bedjes, al na veertien dagen prachtig groen ogen, maar wat erop komt is geen winterwortel, maar biggekruid, knopkruid en ereprijs. Laat je die onkruiden woekeren, dan heeft de zoveel later ontkiemende winterwortel geen schijn van kans. Wied je echter het onkruid, dan trek je meestal en passant die nog nauwelijks zichtbare tere winterwortelplantjes uit de grond.

Toch zaai ik elk jaar koppig winterwortels. In Nederland heb je in gewone tuincentra de keus uit twee rassen: de Flakkeese en de Berlikumer. De Berlikumer doet het, is mijn ervaring, op de klei helemaal niet, en ook voor de Flakkeese blijkt het een enorme opgave om op mijn zeeklei tot een enigszins aanvaardbare wortel te komen.

Van goede vrienden krijg ik echter al sinds enige jaren Engels wortelzaad voor mijn verjaardag. Je hebt daar meer rassen dan hier, bijvoorbeeld de Juwarot, de Autumn King en de Autumn King Improved. Vooral met de Autumn King Improved heb ik goede ervaringen. Het eigenaardige is dat je, als je de allerkleinste lettertjes op de verpakking leest, daarop de mededeling aantreft dat het zaad van deze wortel 'imported' is 'from Holland'.

Al in het vroege voorjaar zaai ik de Autumn King Improved. In langwerpige bedjes die ik omzoomd heb met sjalotten en uien. Zet je er geen sjalotten en uien omheen, dan slaat geheid de wortelvlieg toe en zijn al je wortels aan het eind van de zomer aangetast. Dankzij het feit dat ik ernaar smacht om veel winterwortel te telen, heb ik altijd uien en sjalotten in overvloed. Ieder jaar houd ik, als ik de Autumn King Improved gezaaid heb, angstvallig mijn zaaibedden in de gaten of de winterwortel nog niet opkomt.

Voorzichtig wied ik al het opkomende onkruid weg, waarbij het mij altijd aan het hart gaat om ereprijs uit te trekken. Want wat is er mooier dan het tere blauw van Veronica arvénsis? Altijd denk ik na een paar weken: dit keer heb ik de Autumn King Improved te vroeg gezaaid. En dan grijpt het spookbeeld mij bij de keel dat ik het dat jaar zonder winterwortels zal moeten doen. Steevast snel ik dan alsnog naar het dichtstbijzijnde tuincentrum om daar twee zakjes wortelzaad van de Flakkeese aan te schaffen. Die worden dan alsnog in twee nieuw aangelegde bedjes gezaaid. Nog heb ik dat niet gedaan, of ziedaar: de Autumn King begint vorstelijk op te komen. Als gevolg daarvan heb ik altijd in oktober minstens vier bedden met winterwortelen en kan ik tot eind maart elke dag enkele wortels uit de grond trekken om deze of direct uit het vuistje te consumeren, dan wel geraspt en met verse sinaasappelsap erdoorheen als rauwkost bij elke warme maaltijd te serveren. Gaat het vriezen, dan werp ik direct grote hoeveelheden paardenmest over mijn wortels.

Hoewel de Autumn King Improved het op de klei veel beter doet dan de Flakkeese, krijg je toch maar zelden een grote, lange penwortel. Meestal trek je gedrochten uit de grond. Doordat de klei zo ondoordingbaar is, probeert zo'n wortel van alles uit om toch te kunnen groeien. Vaak vertakt hij zich, daarbij drie of vier zich om elkaar heen strengelende worteltjes vormend. Of hij groeit niet omlaag, maar naar opzij. Vaak ook vormt hij direct onder het blad een soort grote rode tennisbal, waaruit zich dan nog wat sprietige tentakels de klei inboren. Maar hoe gedrochtelijk zo'n wortel er ook uitziet: de smaak lijdt er niet onder. Sterker: elk gedrocht van mijn klei smaakt duizendmaal beter dan al wat je in de winkels koopt!