DE TRIOMF VAN DE GEDWONGEN KEUZE

De koelbloedigheid heeft hij van zijn moeder, het enthousiasme voor sport van z'n vader. Jan Bos, de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint, groeide op in een schaatsgekke familie. Zijn ouders kregen de beloning voor een investering van jaren.

Aanvankelijk was Jan Bos een sprinter tegen wil en dank. Als jongetje spiegelde hij zich aan Leo Visser, zijn grote idool. Nadat hij in 1994 de wereldtitel voor junioren veroverde leek hij in de voetsporen te treden van al die allroundkampioenen die het Nederlandse schaatsen voortbracht. Maar er werd anders voor hem beslist. Bestuurders en coaches bij de schaatsbond meenden dat met Ids Postma, Rintje Ritsma en Falko Zandstra al voldoende potentieel aanwezig was bij de allrounders. Bovendien paste een nieuw talent bij de sprinters in het bondsbeleid. De KNSB streeft er immers sinds vier jaar naar om ook op sprintonderdelen toppers te kweken. Bos werd voor het blok gezet: of stoppen of sprinter worden. “Een dieptepunt in mijn loopbaan”, noemde hij dat gisteren.

Nog altijd heeft vader Willem Bos moeite met die gedwongen keuze. “Jan zou geen tien kilometer kunnen rijden volgens coach Leen Pfrommer, maar hij won op de WK junioren de vijfduizend meter. Op de 500 meter eindigde hij als elfde. Jan was geen sprinter. Hij heeft als junior de korte afstanden bijgeschaafd om een allroundkampioenschap te kunnen winnen. Na de wereldtitel junioren wilde hij zich toeleggen op de lange afstanden. Maar toen mocht het niet meer.” De spieren in de scheenbenen van Bos zouden hem ongeschikt maken voor de tien kilometer. “Maar daar kun je toch op trainen?”, vraagt Willem Bos zich nog steeds vertwijfeld af.

In het eerste jaar in de opleidingsploeg van de sprinters, die toen werden begeleid door een zekere Rudi van Oosten, voelde Bos zich niet thuis. “Als je tien jaar allrounder bent geweest draai je niet even een knop om”, weet vader Willem. “Jan heeft het er heel moeilijk mee gehad. Het was bovendien frustrerend want er kwamen al snel plaatsen vrij in de allroundploeg. Toen Ritsma en Zandstra een eigen ploeg begonnen, was er ruimte voor Jan. De resultaten die hij nu boekt maken voor ons veel goed.”

Bos zette zijn eerste schaatsschreden op natuurijs in en rondom Hierden op de Veluwe. Als het vroor zocht hij na schooltijd de slotgracht op van het kasteel De Essenburgh. Later trok hij met de familie naar het Veluwemeer om tochten te rijden. “Want wij zijn allemaal stapelgek van schaatsen”, zegt Willem Bos. Hij heeft nog drie sportieve zoons die echter ook uitblinken in andere sporten. De veertienjarige Theo is een begenadigd wielrenner die vier jaar geleden in zijn categorie nationaal jeugdkampioen werd, maar nu schaatst. Anton speelt in de B1 junioren van voetbalvereniging Hierden. En Willem is ook wielrenner. Jan bleek eveneens een talent op de fiets. Vader Bos: “Jan was als wielrenner zeker professional geworden. Hij reed een keer een klassieker bij de nieuwelingen en werd meteen tweede. Dat was nog nooit vertoond.”

Willem Bos, kraanmachinist bij een wegenbouwbedrijf, moest heel wat kilometers afleggen voor de begeleiding van Jan. Aanvankelijk reed hij zijn talentvolle zoon een aantal keren per week naar een driehonderdmeterbaan in Harderwijk. Later naar de kunstijsbaan van Deventer. “Dat reizen met Jan kost me duizenden guldens per jaar. Je ontvangt nooit een financiële bijdrage. Hier kregen we zelfs maar één toegangsbewijs voor de hele familie. Vorig seizoen zijn we naar het WK in Hamar met de hele familie per boot gegaan, want vliegen was niet te betalen. We zijn al twee jaar niet op vakantie geweest omdat we moesten sparen voor de Spelen in Nagano.”

Gisteren kwam de sponsor van de schaatsbond de ouders van de Nederlandse ploeg tegemoet. Op kosten van Aegon kunnen 35 ouders naar Nagano. De vader van Martin Hersman kreeg gisteren bij het vertrek van de eerste Nederlands olympische deelnemers naar Japan namens de hoofdsponsor van de KNSB op Schiphol een cheque voor het hele gezelschap aangeboden. Aegon betaalt de tickets en de vervoerskosten in Japan voor de ouders, van wie de meeste anders niet zouden zijn gegaan. In het geval van Rintje Ritsma en snowboarder Thedo Remmelink ging het presentje niet op. “Het aanbod was alleen voor de ouders van de schaatsers en shorttrackers die tot de nationale kernploegen behoren. Ritsma heeft zijn eigen ploeg, Remmelink en diens bond sponsoren we niet”, zei woordvoerder Elias.

Jan Bos stelde zette de afgelopen jaren alles opzij voor het schaatsen. Hij probeerde twee jaar MTS, maar dat mislukte. Daarvoor was hij te weinig thuis. Een aantal keren probeerde hij wat cursussen. Ook dat liep spaak door buitenlandse trips. Het blijft voor hem een probleem dat het schaatsen financieel nog steeds te weinig oplevert om er voor later wat aan over te houden. Het sprinten wordt door de sponsors ook nog eens minder gewaardeerd. “We hebben gezegd dat Jan dan maar na zijn schaatsloopbaan een vak moet leren”, vertelt vader Bos. “Andersom gaat niet. Hij is een jongen die gelukkig snel leert. Maar erg rechtvaardig vind ik het allemaal niet. Een tennisser traint evenveel maar is op zijn niveau multimiljonair. Binnen de schaatsbond heeft Leen Pfrommer vaak geprotesteerd tegen de scheve verhoudingen tussen de allrounders en de sprinters. Als een wereldtitel bij de allrounders veertigduizend gulden oplevert mag de bond Jan nu wel een ton geven. Want een wereldkampioen sprint is voor Nederlandse begrippen uniek.”

Zoon Jan merkte gisteren op dat het sprinten door het bedrijfsleven kennelijk minder interessant wordt gevonden. Dat het anders kan bewijst de onttroonde wereldkampioen bij de vrouwen Franziska Schenk die met reclame-activiteiten voor onder meer een automobielfabriek en een postorderbedrijf een geschat jaarinkomen heeft van 330.00 gulden. Bedrijven hebben zich bij Bos nog niet gemeld, zaakwaarnemers wel. Een nieuw sportmarketingbureau heeft de sprintkampioen samen met Erben Wennemars al enige maanden geleden vastgelegd. Dit bedrijf kwam op het idee om Bos en Wennemars als duo bij potentiële sponsors aan te prijzen, nadat Wennemars het publiek vermaakte tijdens de NK afstanden. Dat houdt in dat Bos en Wennemars geen contract meer kunnen afsluiten zonder dat het marketingbureau profiteert omdat het een deel van alle commerciële revenuen verlangt.

Bos wil nog jaren blijven schaatsen en zal zich ook zakelijk goed moeten laten begeleiden. Zijn loopbaan raakte vanaf vorig seizoen, toen hij Gerard van Velde opvolgde als Nederlands kampioen, in een stroomversnelling. Dit seizoen boekte hij in de Worldcup-wedstrijd in Calgary zijn eerste grote internationale succes. In Canada verbeterde hij ook het Nederlands record op de 500 meter: 35.77. Even had hij het wereldrecord op de 1.000 meter in handen. Zijn beste persoonlijke tijd op die afstand wist hij in een jaar scherper te stellen van 1.11,72 naar 1.10,48, eveneens een nationaal record.

In Baselga di Piné versloeg Bos eerder deze maand voor het eerst ook 's werelds beste sprinters op de 500 meter. Hij verwacht op de 500 meter onder de 35 seconden te kunnen rijden en op de kilometer onder de magische grens van 1.10. Hij is een stilist, de techniek vormt de basis van zijn kracht. Als voormalig allrounder kan hij op de kilometer langer doortrekken dan de meeste korte afstandsspecialisten. Ongewoon voor een sprinter eigenlijk. Zijn koelbloedigheid doet de rest. “Hij heeft de rust van zijn moeder”, zegt pa Bos. De uitbundigheid van concurrent en vriend Erben Wennemars hebben hem veranderd. Hij is minder introvert geworden. In Berlijn ging hij voor het eerst publiekelijk uit zijn dak. Op een huldiging in zijn woonplaats zei hij gisteren echter niet te wachten. Jan Bos is nuchter genoeg om te beseffen dat zelfs deze historische wereldtitel slechts een tussenstation vormt in zijn loopbaan.