De Matinee was altijd meer paars dan rood

Zaterdag vindt in het Amsterdamse Concertgebouw de duizendste Matinee op de Vrije Zaterdag plaats. De Matinee, die in 1961 werd begonnen door Hans Kerkhoff van de VARA, is uitgegroeid tot de bijzonderste en meest complete concertserie van ons land. Tijdens de duizendste Matinee klinkt zaterdag de Nederlandse première van Trilogie van de Laatste Dag van Louis Andriessen.

De duizendste Matinee: Trilogie van de Laatste Dag van Andriessen door Asko Ensemble, Schönberg Ensemble en Tomoko Mukaiyama (piano) o.l.v. Reinbert de Leeuw - 31/1 15 uur Concertgebouw Amsterdam. Radio: 3/2 20.02 uur Radio 4; tv: 15/3 13 uur Ned. 3.

HILVERSUM, 26 JAN. Hans Kerkhoff (86), die in 1961 de 'Matinee op de Vrije Zaterdag' uitvond, bezoekt de concerten in het Amsterdamse Concertgebouw nog bijna elke keer. “In mijn tijd is er nooit een concert tot de laatste plaats uitverkocht geweest, ook niet de tegenwoordig zo populaire operaconcerten. Nu is het regelmatig uitverkocht en zelfs met moderne programma's is het vaak heel vol.”

In 1961, toen de vrije zaterdag werd ingevoerd en de arbeider niet langer op zaterdagmorgen hoefde te werken, zei VARA-voorzitter Broeksz tegen Kerkhoff: “Hans, nu gaan ze op die vrije zaterdag Pietje in het bad doen, de tuin aanharken, de duiven verzorgen. Kunnen we ze niet iets bieden?” Kerkhoff: “Ik zei: 'ja, al die omroeporkesten willen dolgraag buiten de Hilversumse studio's spelen. Laten we die in een echte zaal laten optreden.' Eerst dachten we aan Utrecht, als centrum van het land, maar daar maakte het Utrechts Symfonie Orkest bezwaar tegen. Toen zijn we naar het Concertgebouw gegaan.”

De officiële idealistische sociaal-democratische doelstelling om de arbeider van de straat te halen en cultureel te verheffen in de chique Amsterdamse muziektempel is nooit ècht bereikt. Aanvankelijk kwam er een beperkt publiek. Kerkhoff: “Sommigen dachten: dat is van de VARA, is dat wel goed? Kan ik daar wel naar toe?” Later bleek de aanhang van de VARA-matinee niet echt 'rood' maar eerder 'paars', vaak hoger opgeleiden en opvallend veel VPRO-leden.

Tot zijn pensionering in 1977 als hoofd klassieke muziek van de VARA was Hans Kerkhoff de programmeur van de Matinee. Hij werd opgevolgd door Kees Hillen, de huidige artistiek directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, die vier jaar bleef. Daarna was de Matinee elf jaar in handen van Jan Zekveld, die artistiek directeur werd van het Concertgebouworkest, een post die hij inmiddels wegens bezwaren tegen het te commerciële beleid weer heeft verlaten.

Sinds 1994 wordt de Matinee geleid door André Hebbelinck, die voorheen vanuit België de Matinee bezocht. Ondanks de wisselende leiding heeft de Matinee altijd haar eigen karakter behouden. De kwaliteit is onomstreden en de faam ervan is wereldwijd, dankzij elders uitgezonden bandopnamen van de radio-uitzendingen en cd's met historische operaregistraties.

De programmering in het prestigieuze Concertgebouw was vanaf het begin verre van populistisch en zelfs elitair te noemen. De Matinee bood met veel Mozartmuziek een aanvulling op het destijds reguliere muziekaanbod. Kerkhoff: “Mozart is voor mij de grootste, hij heeft op alle terreinen meesterwerken geschreven. Maar je kunt niet alleen meesterwerken programmeren.”

De Matinee bracht vooral veel weinig of nooit gespeelde onbekende muziek. Fameus werden de concertant uitgevoerde opera's, met vaak onbekend werk van Tsjaikovski en Verdi. De Italiaanse sopraan Magda Olivero was de grote ster in het veristische repertoire, zoals Nelly Miricioiu in de periode-Zekveld regeerde in het belcanto.

Kerkhoff: “We zijn echt vooruitstrevend geweest, er zijn veel eerste uitvoeringen gegeven. Ik kreeg van Broeksz volkomen artistieke vrijheid: geen populaire muziek en ook niet de sandwich-formule met iets moeilijks of moderns tussen twee gemakkelijke stukken. We brachten Morton Feldman, maar ook Bach. We hadden grote solisten zoals de violiste Johanna Martzy, de cellist Janos Starker, de zangeres Régine Crespin, de dirigent Carlo Maria Giulini en natuurlijk Magda Olivero. Ik heb de pianist Joeri Egorov hier gepresenteerd, dat was op 2 november 1974. In 1971 heb ik Montserrat Caballé voor het eerst in Nederland gehaald, toen was het ook niet uitverkocht. Hier kenden ze alleen Callas en Del Monaco, desnoods Tebaldi.

“Het publiek moest wennen aan de Matinee. Toen we op 23 september 1961 begonnen hadden we niet eens een halve zaal vol. Het programma van het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Jean Fournet was toch normaal: de ouverture Cyrano de Bergerac van Wagenaar, het Eerste pianoconcert van Liszt met Eduardo del Peyo als solist, Noches en los jardinos de Espa van De Falla en de tweede suite Daphnis et Chloé van Ravel. Nu is men eraan gewend en de jeugd vindt het, geloof ik, ook leuk.

Over de mogelijkheid dat de Matinee heeft bijgedragen aan de popularisering van klassieke muziek is Kerkhoff erg bescheiden. “In mijn tijd, van 1961 tot 1977, was het het volst wanneer het Concertgebouworkest speelde of het BBC-orkest. Het was soms wel bijna uitverkocht, maar dan hadden we toch nog vijftig plaatsen over. Voor mij is dat ook een raadsel, want toen was er in het Concertgebouw veel minder muziek te horen dan tegenwoordig. De AVRO heeft daar nu een concertserie op zondagmorgen, de NCRV op zondagavond. Ik kan het niet verklaren dat er nu zoveel meer publiek is. Misschien vinden ze het mooi. Hebbelinck doet veel moderne dingen. Schönberg, Harvey, dat zou ik niet hebben gedurfd. Pas was er A Sea Symphony van Vaughan Williams, toch niet een geliefd componist. Dat was een groot succes en het was bijna vol.”

Het leven van Hans Kerkhoff is geheel gevuld geweest met muziek. Zijn vader, die aan het eind van de vorige eeuw in Leipzig en Wenen concerten bezocht van Hans Richter en Gustav Mahler, nam hem in Nijmegen mee naar concerten en opera-uitvoeringen. “In 1924 zag ik mijn eerste opera, Martha van Flotow in het Nederlands. Ik hoor nog dat grote ensemble: Moog de hemel 't u vergeven, wat gij aan mij, arme, deed. In 1926, op mijn vijftiende, mocht ik mee naar Aida, toen was het helemaal mis.”

Na een studie klassieke letteren in Nijmegen studeerde Kerkhoff vanaf 1936 als bas-bariton aan het Conservatorium in Amsterdam. “Ik kon goedkoop naar concerten: maandag en dinsdag de Kunstkring, woensdag de kamermuziek in het Concertgebouw, donderdag het Concertgebouworkest, vrijdag en zaterdag naar de opera of de Wagnervereeniging, zondagmiddag het Concertgebouworkest, 's avonds nog eens hetzelfde programma in het volksconcert.”

Van 1941 tot 1946 gaf Kerkhoff zelf zangles in Amsterdam, daarna werkte hij voor radio Herrijzend Nederland en vanaf 1948 voor de VARA. “Ik was niet zo VARA-achtig. Ik was wel revolutionair van aard en heel modern, maar wat deed de VARA nu aan ernstige muziek? Broeksz zegde toe dat de ernstige muziek een serieuze positie zou krijgen. De Verenigingsraad moest er 'murw' voor worden gemaakt, want de arbeider hield nog niet van 'ernstige muziek'. Toen kreeg ik achttien uur in de week.”

Hans Kerkhoff is in Hilversum nog altijd legendarisch om zijn enorme muzikale geheugen. Hij kent van talloze stukken de exacte uitvoeringsduur. Kerkhoff hoefde niets op te zoeken, hij wist uit zijn hoofd of een Haydn-symfonie, een Mozart-ouverture en een Beethoven-concert in één programma pasten of niet.

Hoe kwam dat? Kerkhoff gaat naar de kast en komt terug met een stapel schriftjes. Het zijn er eenendertig. “Ik heb sinds 1934 àlles opgeschreven wat ik heb gehoord. Kolommen voor de datum, componist, het stuk, de lengte, in de zaal gehoord of via de radio, een cijfer voor de uitvoering. Met het noteren van platen ben ik gestopt, verder houd ik dat nog steeds bij. Het wordt wel wat minder, omdat ik niet meer elke dag ergens naartoe ga. Soms zie ik hiertussen een concert waarvan ik niets meer weet. Dat heeft dan kennelijk geen indruk op me gemaakt. Verder heb ik heel veel prachtige herinneringen.”