Braaf klappen voor dichters en muzikanten

In Antwerpen hadden afgelopen weekeinde De Nachten plaats, een festival voor muziek, beeld en literatuur. De schrijvers waren vooral Nederlands en de muzikanten Vlaams, maar de interessantste cross overs kwamen uit het Engelse taalgebied.

ANTWERPEN, 26 JAN. Een communistisch jongerencongres in Oost-Europa, ergens in de jaren vijftig. Dat was de associatie die je afgelopen vrijdagavond bekroop bij het begin van De Nachten, het tweedaagse literatuur-, muziek- en beeldfestijn in Antwerpen. In een enorme, onversierde zaal zaten honderden jongeren op genummerde plaatsen, braaf in het gelid, te luisteren en te klappen voor de dichters en muzikanten die het podium betraden. Om ook maar het geringste rumoer te smoren, had de organisatie verordonneerd dat de zaaldeuren tijdens de optredens gesloten moesten blijven: als je net te laat was voor het begin van de Brusselse poète maudit William Cliff moest je bij de kale instant-bar op de gang tien minuten blijven wachten tot hij klaar was.

Dat was even schrikken voor de bezoeker die zich had ingesteld op de 'wellustige omhelzing' van 'woordenkramers, notenkrakers en videasten' die hem in het programmaboekje in het vooruitzicht was gesteld. De Nachten is de afgelopen twee jaar wel 'het Belgische Crossing Border' genoemd, en deze keer had de organisatie van tevoren laten weten minder versplinterd te willen programmeren dan de Nederlandse evenknie afgelopen september, toen sommige acts 'liefdeloos waren neergekwakt' in het Haagse Congresgebouw. Maar de kilheid in Antwerpen bleek aanmerkelijk groter: de rode zaal was vrijdagavond eerder een sarcofaag dan een artistieke dark room. Zanger Frank Vander Linden dreef de bedrukte atmosfeer nog wat verder op de spits door zijn eigen cabareteske solo-optreden aan te kondigen als een wortelbehandeling bij de tandarts. “Gaat u maar achterover liggen. Tussendoor mag u spoelen, of even iets tegen uw buurman zeggen.”

De meeste geprogrammeerde acts op De Nachten hadden die povere entourage niet verdiend. Schrijver Paul Mennes kroop samen met Yves de Mey achter toetsen- en knoppenbord voor een video- en technoshow die werd opgeluisterd met een prachtige voordracht van Peter Verhelst. De dichter kwam in een rolstoel het podium op - naar analogie van Dutroux' trawant Michel Nihoul, die zo zijn slachtofferschap wil onderstrepen - en dichtte over 'tongen als vlindermessen (...) We voelen ons doorzeefd van geluk'. Mooi was ook de Alphaville-mix van de Amerikaanse sample-koning David Shea. Over fragmenten uit Godards gelijknamige SF-film mixte hij een geraffineerde geluidscollage van atoomsirenes, dance en ijle koormuziek.

Eén van de positieve punten van De Nachten was dat sommige artiesten meermalen geprogrammeerd waren. Wie hun eerste optreden gemist had, kreeg een tweede kans. Zo was David Shea ook zaterdag van de partij, ditmaal met een mix van Aziatische films waarvan hij de vechtscènes in hoog tempo achter elkaar had gezet. Die liet hij vergezeld gaan van zowel Chinese volksmuziek als klassieke Western-tunes.

Ook het optreden van dj Scanner en de New-Yorkse spoken word-dichteres Nicole Blackman, zaterdagavond, was in tweeën geknipt. Terecht, want Beauty, brutality, loss and surveillance bleek een betoverend epos: de atmosferische, langzaam aanzwellende geluidsgolven van Scanner, met daaroverheen de koele, superieure stem van Blackman die verschillende verhaallijnen door elkaar heen weefde. Een inhoudelijke lijn was moeilijk te ontdekken, een genre nog minder, maar de zinnen bleven wel hangen. 'There is no glory in making love to men who only know how to fuck. Raised on two dollar porn videos. He says: 'I fuck better when I'm angry'.'

Vlak na het optreden legde Blackman in een gesproken column elders in het gebouw het belang uit van het spoken word-circuit in de Verenigde Staten. “Spoken word heeft in Amerika veel minder status dan de elbow patch poetry, de klassieke, geschreven poëzie van literatuurprofessoren die je altijd herkent aan de verstelde stukken op de ellebogen van hun colbertjes. Maar spoken word is in Amerika juist belangrijk voor de genegeerde bevolkingsgroepen. Het gaat over het alledaagse leven in plaats van klassieke thema's als de natuur.”

En zo kwamen De Nachten zaterdagavond alsnog op stoom. Er waren vier podia in plaats van één, het programma was veel uitgebreider en het overwegend jonge publiek was met duizenden tegelijk toegestroomd. Hoewel de aankleding nog steeds even kaal was als op vrijdag, en de eerste optredens weer uitblonken in braafheid (Klezmic noiZ) en voorspelbaarheid (Luc de Vos), kwam er al snel toch wat sfeer in de tent. In de gangen van het Singel-complex mengde West-Vlaamse hiphop zich met de beats van Dichters Dansen Niet en verre flarden van de gitaarmuziek waarmee Zita Swoon zo'n duizend man aan hun stoel kluisterde in de volgepakte rode zaal. De schrijvers waren vooral Nederlands (Mustafa Stitou, Pieter Boskma, Joost Zwagerman), de muzikanten Vlaams, maar de meeste opvallende cross overs tussen beeld en geluid kwamen uit het Engelse taalgebied. Om dat nog eens te onderstrepen verzorgde David Shea als afsluiting in de rode zaal een geluidsmix bij Dial H-I-S-T-O-R-Y, Johan Grimonprez' televisiegeschiedenis van vliegtuigkapingen.