Bomen omzagen uit liefde voor Actif

In 1947 verhuisde ik van Nederhorst den Berg naar Hilversum. Daardoor moest ik ook op zoek naar een nieuwe voetbalclub. Met m'n ouwe club had ik regelmatig tegen Actif gespeeld. Aan die wedstrijden had ik goede herinneringen overgehouden. De sfeer in de Actif-elftallen was altijd goed, er speelden leuke jongens. Ik wilde dus op Actif. Zo makkelijk ging dat in die tijd niet. Er was een ballotagecommissie. Die bekeek of je een goed katholiek was en of je ouders wel middenstanders waren. Hoewel het niet in mijn voordeel was dat ik uit een dorp als Nederhorst den Berg kwam, mocht ik toch lid worden.

Ik voelde me meteen thuis bij Actif. Prima sfeer, groot saamhorigheidsgevoel. Ik was geen fantastisch voetballer, maar deed altijd goed m'n best. Ik heb een tijdje in het tweede gespeeld en ook één of twee keer in het eerste.

Al gauw ging ik allerlei dingen voor de club doen. Ik heb nog bomen omgezaagd voor de aanleg van nieuwe velden. Ook ging ik de jeugd trainen en werd ik leider van een jeugdelftal. Tot tien jaar geleden ben ik dat gebleven. Daarnaast heb ik bestuursfuncties bekleed en door de jaren heen ook heel wat uurtjes besteed aan het clubblad Schakel. Dat laatste doe ik nog altijd. Eens in de drie weken druk ik 'm samen met anderen. Nieten doe ik niet meer. Ik zorg er slechts voor dat het gebeurt.

Een leven zonder Actif kan ik me nauwelijks voorstellen. Jarenlang was het clubhuis m'n tweede thuis, de klussen die ik opknapte waren liefdewerk. Tegenwoordig doe ik minder. Er is ook minder te doen. Ooit was Actif een heel grote club, nu is het de vraag of we door leegloop volgend jaar nog bestaan. Die gedachte doet een beetje pijn.