Alice is een echte cartesiaan

Filosofie Magazine, jaargang 7, nr. 1 Februari 1998. Uitg. Segment (Wolters Kluwer), prijs ƒ 12,50.

Omdat het op 10 februari aanstaande honderd jaar geleden is dat in Augsburg de Duitse toneelschrijver/dichter Bertolt Brecht werd geboren, kunnen we de komende maand een hausse aan artikelen en documentaires over deze kunstenaar en communistische wereldverbeteraar verwachten. Het februarinummer van Filosofie Magazine is al verschenen en wijdt zijn voorpagina en belangrijkste essay aan deze grote Duitse dichter die, alhoewel afkomstig uit de kleine burgerij, zo graag wilde overkomen als 'een sinister en gehard personage'.

Volgens Ronald van Raak, de auteur van de beschouwing over Brecht, was de schrijver van Die Dreigroschenoper maar een viezerik. 'Hij wast zich zelden, hij stinkt. Hij is mager, heeft een hoekig gezicht met een litteken, kort bruin en stijl haar dat een streep over zijn voorhoofd trekt. Op zijn kleine arendsneus steunt een stalen bril en tussen zijn slechte tanden steekt altijd een goedkope sigaar. Hoe is het toch mogelijk dat hij elke dag opnieuw een baard van twee dagen heeft?' Merkwaardig genoeg zien we op de paginagrote foto bij het artikel (eveneens als cover afgedrukt) een elegante, gladgeschoren en goedgekapte Brecht zonder litteken, zonder stalen brilletje en met een sigaar tussen zijn vingers.

Ronald van Raak hangt zijn essay over Brecht op aan diens beroemde 'Lied von der Unzulänglichkeit menschlichen Strebens' waarin de strofe voorkomt: 'Denn für dieses Leben/ Ist der Mensch nicht slecht genug./ Doch sein höh'res Streben,/ Ist ein schöner Zug.' Het was volgens de auteur niet zozeer Marx door wie de jonge Brecht zich in eerste instantie liet inspireren, maar Socrates, die met zijn boodschap de markt op ging. 'Vooral deze praktische kant van de filosofie, de mogelijkheid om suggesties te doen voor het handelen, spreekt Brecht aan. Bovendien biedt de socratische twijfel hem de mogelijkheid te ontkomen aan het marxisme dat ontaardt in een louter organisatieprincipe, zoals in de Sovjet-Unie het geval is. Brecht wil de verlichte ideeën van Marx eerder gebruiken om zijn publiek te wijzen op de mogelijkheden die je als redelijk en vrij mens hebt in een maakbare samenleving.'

Het klinkt allemaal te mooi om waar te zijn, maar gelukkig blijft de kritiek die bijvoorbeeld Günter Grass, Theodor Adorno en Max Horkheimer op Brecht hadden niet onvermeld. Toen Brecht zich, na een verhoor voor het House Committee for Unamerican Activities in de DDR vestigde en zich daar in de watten liet leggen, noemde Grass hem 'een bevoorrechte hofnar'. Adorno en Horkheimer verweten Brecht dat hij, door de concessies waartoe hij zowel tijdens zijn ballingschap in Amerika als later in de DDR bereid was, zijn eigen uitgangspunten verloochende. Volgens hen stelde hij zijn talenten in dienst van samenlevingen die hij juist wilde veranderen. 'Door zich te conformeren verloor het werk zijn revolutionair potentieel.'

Het Filosofie Magazine wil graag actueel zijn. Behalve veel Brecht biedt het artikelen over de groeistuipen in economie en milieu, over fraude en corruptie, over de perversies en wetten van digitale communicatie en over zinvol geweld. Heerlijk om te lezen is het interview met Nicolaas Matsier naar aanleiding van de honderdste sterfdag van Lewis Carroll, de schrijver van Alice in Wonderland. Volgens Matsier, die het boek pas las tijdens zijn studie filosofie, is Alice 'het meest cerebrale meisje uit de wereldliteratuur'. Als een echte cartesiaan redt ze zich zelfs uit de meest radicale twijfel. Wanneer Fiedeldop en Fiedeldij, twee van Alice's vele tegenspelers, beweren dat Alice alleen bestaat als droom van de koning, begint Alice te huilen. Volgens Matsier komt ze dan plotseling tot het heldere inzicht: 'Als ik niet echt was, zou ik niet echt kunnen huilen'.

In de rubriek Drogredenen halen de twee taalbeheersers Frans van Eemeren en Rob Grootendorst onder de titel 'Causale verbanden zonder oorzaken' de uitspraak van kardinaal Simonis over het verband tussen de Nederlandse abortus- en euthanasie-praktijk en straatgeweld onderuit. Toen Simonis werd aangevallen op dit wel erg simpele causale verband verklaarde hij op de televisie: 'Ik zie geen direct causaal verband'. Maar hij liet daar onmiddellijk op volgen: 'Ik heb geen vergelijking getrokken, maar een oorzaak proberen aan te wijzen'.

Het commentaar van Van Eemeren en Grootendorst: 'Wat nu? Een oorzakelijke samenhang die geen causaal verband is? Wij houden het er maar op dat Simonis wel degelijk vindt dat abortus en euthanasie tot geweld op straat leidt, maar dit - geschrokken door de kritiek - niet meer met zoveel woorden durft toe te geven en daardoor volledig in zijn eigen woorden verstrikt is geraakt'.