'Ze noemen de paus een communist, kun je nagaan'

In verband met het handelsembargo tegen Cuba is het voor Amerikaanse burgers vrijwel onmogelijk het eiland te bezoeken. Toch is een groepje Cubaanse bannelingen er in het kader van het pausbezoek in geslaagd. Volgens een van hen “een onuitwisbaar teken van verzoening en vrede”.

HAVANA, 24 JAN. Al drie dagen lopen ze als een roze olifant door de stad. Direct herkenbaar aan de door het Amerikaanse televisienetwerk ABC verstrekte T-shirts. Aan de achterkant een wandelende bill-board reclame voor ABC. Van voren de tekst: 'HOME TO CUBA!'

Geen kuchje, glimlach of traan die niet door minstens twintig journalisten wordt vastgelegd. Vijftig Cubaanse bannelingen uit de VS die onder de bezielende leiding van pater Ramón Hernández voor een 'pelgrimstocht' naar hun geboorteland zijn teruggekeerd. Hernández is een corpulente man met een vrolijke konijnenbeet. Ook hij is achttien jaar geleden uit Cuba vertrokken. “Het is een onuitwisbaar teken van verzoening en vrede dat wij nu hier zijn”, zegt Hernández articulerend in de Ameikaanse microfoon die weer eens onder zijn neus wordt gehouden.

Even later praat hij normaal. Hij had niet gedacht dat er bijna meer pers dan pelgrims zouden zijn, zegt pater Hernández, terwijl hij zijn hoofd met een zakdoek afveegt. “Maar ze hebben ons enorm geholpen deze reis voor elkaar te krijgen.” In april al is Hernández begonnen uitreisvisa aan te vragen. Stapels bureaucratische haken en ogen. “De Cubaanse regering begreep omiddellijk waar om ging. Het waren de Amerikanen die dwarslagen”, vertelt hij. In verband met het handelsembargo tegen Cuba is het voor Amerikaanse burgers vrijwel onmogelijk het Caraïbische eiland te bezoeken.

“Politieke nonsens”, noemt Herández de maatregel. Zoals de Heilige Vader vandaag weer herhaald heeft: economische embargo's zijn laakbaar omdat ze de meest behoeftigen treffen. “Er wordt wel handel gedreven met Vietnam, waar zestigduizend Amerikanen het leven lieten”, zegt Hernández. “Waarom zou er met Cuba niet op zijn minst gepraat kunnen worden?”

Een grote paus-cruise naar Cuba, die door de bisschop van Miami was georganiseerd, is onder de druk van Cubaanse bannelingen in Florida afgezegd. In het algemeen geldt de druk van de bannelingen als de belangrijkste reden waarom Clinton niet aan het embargo kan tornen. “Een schreeuwende minderheid” noemt Hernández de radicale bannelingen. “Ze noemen de paus een communist. Kun je nagaan.” Nee, zegt Hernández. De Amerikaanse regering wíl zich ook onder druk laten zetten. Het kan niet anders of hun obsessie met Castro heeft ook een economische grond. Stel je voor, zegt Hernández met een breed gebaar, dat het Cubaanse toerisme zich voor de Amerikanen opent. “Dat is competitie.”

“Indrukwekkend”, noemt Hernández zijn terugkomst op Cuba. “Weet u”, zegt de priester die zijn land achttien jaar niet gezien heeft. “Het is net alsof er helemaal niets is veranderd.” Peinzend staat hij in de balkondeuren van het instituut waar zijn groep net een lezing van de Cubaanse minister van Cultuur heeft gehad. Er waaien flarden salsa-muziek naar binnen. Zes mannen sleutelen aan een oude Chevrolet. “Er is zoveel vreugde, zoveel fantasie in dit land”, zegt de priester geroerd. Waarom hij dan niet is gebleven? “Mijn broer wilde weg, en ik ben hem gevolgd.”

Nu pas begrijpt hij waarom God dat gewild heeft. Het klimaat is rijp voor een opening, meent pater Hernández. “Zegt de minister van Cultuur net tegen mij: jongen, mijn mensenrechten zijn geschonden, omdat ik van Fidel niet naar Amerika mocht.” Hernández schudt van het lachen. “Moet je nagaan. Een Cubaanse minister die zoiets zegt!”

Hij weet nog goed hoe het in de jaren zeventig was. Het klimaat voordat hij vertrok. Hij had alle banden met zijn familie verbroken. Niet omdat hij ze niet wilde zien, maar om ze niet in verlegenheid te brengen. Geloof en Revolutie lagen toen ver van elkaar. Dat is nu anders. Ook hijzelf ziet het nu voor het eerst anders. “Misschien”, aarzelt de priester. “Misschien had ik in Fidels positie wel hetzelfde gedaan.” De priester praat over de manier waarop Cuba altijd in handen van andere grootmachten was. Castro heeft een sociale revolutie in Cuba gebracht, en de onafhankelijkheid van het eiland bevestigd. “Ik had misschien gewild dat dit proces anders verlopen was. Maar als ik mezelf respecteer, moet ik ook hem respecteren.”

En dat doet de groep pelgrims dan ook. Gretig luisteren ze naar de rondleiding die hen wordt gegeven door de stadshistoricus van Havana, centraal comité-lid Eusebio Leál. Opvallend hoe snel ook Cubanen Amerikaan kunnen worden. “ Wauw”, roept een vrouw en valt bijna om, wanneer ze probeert een vlag op haar video te krijgen. Het gerafelde lapje werd de groep door Leal aangewezen als een vlag die ooit in Californië heeft gewapperd.

Geen van de leden van de groep ziet de val of het vertrek van Castro nog als een onmiddellijk doel. “Ik begrijp dat de bevolking hem, ondanks alles, ziet als de enige die in staat is de verandering te brengen waar ze op hopen”, zegt José Diego (66) die wat achteraf in de groep meeloopt. Diego is professor in de filosofie op een Amerikaanse universiteit. Zesendertig jaar geleden moest hij Cuba verlaten. Ooit was hij Castro-aanhanger. Hij speelde een rol in de revolutie. “Ik kocht wapens aan om ze via Santiago naar de guerrilla in de Sierra Madre te smokkelen”, verklaart hij rustig. Tevens was hij actief katholiek. Toen Castro zich begin jaren zestig officieel 'marxist-leninist' verklaarde, werd José Diego geïnterneerd en vervolgens het land uitgezet.

Het was heel pijnlijk, geeft de professor toe. Maar inmiddels ook alweer zo lang geleden. De belangrijkste emotie die hem nu beheerst is het terugzien van zijn verloren familie. Hij is verbaasd over de algehele luiheid die over de mensen op Cuba lijkt te hangen. “Een glas water in een hotel bestellen is een complete ramp”, verzucht hij. Toch heeft hij ook respect voor de manier waarop de mensen zich door de schaarste heenslaan. Hij kan in drie woorden zeggen waar het voor hem op staat. Het liefst doet hij dat in het Engels. Met zijn hand langs zijn mond blijft hij staan: 'Fuck the embargo', zegt professor José Diego in het centrum van Havana.