Wat is cultuur nog in dit land

Nederland is een heerlijk land voor wie van kranten houdt. Niet alleen hebben we zelf nog veel doorgaans zeer goede dagbladen, ook kent het aanbod aan buitenlandse kranten zijn gelijke niet in Europa. Dat is sinds jaar en dag de verdienste van de firma Van Gelder, die talloze kiosken dagelijks voorziet van verse leeswaar uit vele windstreken.

Voor wat de ons omringende landen betreft zijn die dagbladen meestal van dezelfde dag, zodat menige forens zich 's ochtends in Londen, Brussel of München kan wanen.

Zelf verlustig ik mij gaarne in het Franse dagblad Libération, zeker niet 's werelds beste krant, maar wel een vrolijke. Om mij heen in de coupé mochten de andere forensen rochelen, sigaren roken of snurken wat zij wilden - voor deze sombere indrukken was ik geheel doof, verdiept in de laatste, verse roddels uit Parijs.

Voor de lezers van Franse dagbladen in Nederland is het echter uit met de pret, sinds de verspreiding van Franse dagbladen vorig jaar werd overgenomen door het in Hoofddorp gevestigde bedrijf Edipres. Het begon ermee dat Libération bij de meeste kiosken - waaronder die op stations en op Schiphol - een dag te laat werd verspreid, zodat de lectuur veel van zijn fraîcheur verloor. Wie echter wat rondfietste, kon echter nog wel eens een kiosk of tijdschriftenzaak vinden waar om onnaspeurlijke redenen wél de Libération van dezelfde dag was aangeleverd.

Aanvankelijk kon het falen van Edipres wellicht aan onervarenheid worden geweten, vermoedden gefrustreerde winkeliers en lezers: krantenimport en verspreiding zijn een arbeidsintensief karwei, en het is voor een nieuweling als Edipres natuurlijk niet eenvoudig om de lange ervaring van Van Gelder zo maar een-twee-drie te evenaren.

Maar het gaat met de import en verspreiding van Franse kranten in Nederland van kwaad tot erger: na de haperingen met Libération volgden ook die met France Soir, Le Figaro en het sportdagblad L'Équipe. Slechts Le Monde, een avondblad, haalt met enige regelmaat de volgende dag de Nederlandse kiosken.

Sinds 1 januari worden de Franse kranten nog maar sporadisch gedistribueerd. Wie er nu in een tijdschriftenwinkel naar vraagt, krijgt bijna steeds geïrriteerde reacties van de verkoper. “Weer niet gekomen”, luidt meestal de boodschap. En Libération kun je nu veelal ook al niet meer een dag te laat kopen.

De markt voor Franse kranten is vanzelf aan het verdwijnen, meent de tijdschriftenverkoper bij mij om de hoek: weinig potentiële lezers doen maandenlang de moeite op de schappen te speuren naar een krant die vier keer per week niet verspreid blijkt te zijn.

Een telefoontje naar Edipres in Hoofddorp stemt weinig hoopvol. Adjunct-directeur H. Tolenaar vertelt dat het allemaal de schuld is van de NMPP (Nouvelles Messageries de la Presse Parisienne), een groot Frans distributiebedrijf. In de tijd van Van Gelder brachten die de kranten met een auto naar Nederland, aldus de adjunct-directeur, maar tegenwoordig dumpen ze de stapel op een overslagpunt in Brussel. “Zo'n klein stapeltje voor Nederland raakt daar gemakkelijk zoek.”

De oplossing zou zijn dat de NMPP de kranten weer direct in Hoofddorp aanlevert, meent Tolenaar, maar of daar in een afzienbare toekomst sprake van kan zijn blijft in het ongewisse.

Het ziet er dus naar uit dat het voorlopig afgelopen is met de effectieve distributie van de meeste dagbladen uit Frankrijk - toch niet helemaal een verwaarloosbaar land in onze omgeving.

De distributie-activiteiten van Edipres behelzen voornamelijk de in Nederland gedrukte International Herald Tribune en de Wall Street Journal. De Franse kranten heeft Edipres er kennelijk bijgekocht als een nevenactiviteit, en nu die in de soep loopt maakt men zich daar niet overmatige zorgen over.

Wie kan daar iets aan doen? Die enkele honderden Nederlandse lezers van Franse kranten vormen niet zo'n effectieve pressiegroep. Er ligt misschien een taak voor de Franse ambassade, immer op de bres voor het Frans cultuurgoed. Of voor de uitgevers van die kranten - Libération bijvoorbeeld is in handen van de in Nederland als bioscoopexploitant werkzame firma Pathé. Voor het moment evenwel lijkt de afwezigheid van Franse kranten in Nederland me vooral een teken des tijds, een wrange vrucht van het principe van vrij ondernemerschap in onze samenleving. Een klein, voor sommigen essentieel cultureel genoegen is om zeep is geholpen door de onverschilligheid van een commerciële onderneming.