Sorgdrager raapt eigen scherven

Het conflict van minister Sorgdrager met de top van het OM is niet het eerste tussen haar en hoge ambtenaren. Resultaat van zo'n conflict is steeds dat ambtenaren sneuvelen, de minister blijft - en de verhoudingen verder verslechteren.

DEN HAAG, 24 JAN. Sommige ambtenaren op Justitie zagen het al een tijdje aankomen. Sinds W. Sorgdrager in 1994 aantrad als minister van Justitie is een bonte stoet topambtenaren gesneuveld. Stuk voor stuk gingen ze in stilte. Geen van de gevallen topambtenaren zocht ooit actief de (publicitaire) tegenaanval. Dat kon niet goed blijven gaan.

De primeur kwam deze week van procureur-generaal D. Steenhuis. En het college van PG's, geleid door A. Docters van Leeuwen, sloot zich bij hem aan. Het past in het karakter van Steenhuis en Docters dat zij zich niet onmiddellijk gewonnen gaven toen het rapport-Dolman gereedkwam. Geen van beiden aarzelen snel over de eigen voortreffelijkheid. Maar in hun gedrag deze week zien betrokkenen op het departement en het OM ook een ander signaal: de mannen zijn moe, doodmoe, van de eeuwige neiging van de minister ontstane problemen op haar ambtenaren af te wentelen.

Hun hakken gingen in het zand toen dit scenario zich vanaf woensdag weer leek te voltrekken. Sorgdrager stuurde aan op een gedwongen vertrek van Steenhuis, bevestigen bronnen op het departement en het openbaar ministerie. Het was het logische gevolg op haar uitval vorige week, toen de minister in de Kamer zei dat de oren van haar hoofd vielen toen ze vernam van Steenhuis' bijbaan bij bureau Bakkenist. Maar Steenhuis wees er deze week binnenskamers op dat de rapportage van Dolman aangeeft dat het bewijs van kwoude trouw ontbreekt. Hij herhaalde het gisteren in alle openheid: het rapport heeft hem slechts gesterkt in zijn opvatting dat hem geen blaam treft.

En toen Steenhuis eerder deze week in zijn verzet niet alleen Docters van Leeuwen maar het complete college van PG's op zijn hand kreeg, was de zaak in het nadeel van de minister beslecht. In een pijnlijke setting: drie van de vier PG's (naast Steenhuis Ficq en Blok) waren nog maar vier jaar geleden goede bekenden van de minister in het OM, waar zij zelf toen PG was. De rest van het verhaal - het via het departement uitlekken van een dreigement met kort geding door de PG's - gaf een opwindende draai aan het conflict tussen de minister en de top van OM. En een veelzeggende draai: de verhoudingen zijn kapot.

Maar dat kon de nederlaag van de minister niet verhullen. Wat zij niet wilde, gebeurt toch: Steenhuis blijft (voorlopig).

Of daarin nog verandering komt, hangt af van de goklust van de minister. Haar probleem is dat Dolman slechts de schijn van belangenverstrengeling bij Steenhuis signaleert - bijvoorbeeld omdat hij de concept-offerte las waarmee Bakkenist het onderzoek naar de zaak-Lancée verwierf. Maar nu Dolman dit niet als bewijs aanmerkt, zal het niet eenvoudig zijn een ontslag van Steenhuis door de ambtenarenrechter geaccepteerd te krijgen. Die analyse is op het ministerie al gemaakt, aldus een betrokkene.

Vandaar dat de minister, het viel temidden van alle opwinding een beetje weg, koos voor uitstel van een beslissing over Steenhuis' aanblijven. Zij vraagt twee oud-rechters het “handelen en nalaten” van de PG te beoordelen. Daarna mag ze kiezen. Het aanblijven van Steenhuis accepteren - maar dat maakt een wonderlijke indruk voor een minister die de oren al is verloren. Of een ontslagprocedure starten - maar die heeft het risico van een rechterlijk veto, met alle (financiële) risico's vandien.

De vragen ter overdenking liggen na afgelopen week voor de hand. Hoe konden de verhoudingen tussen de minister van Justitie en het OM zo uit de hand lopen? En hoe nu verder?

Het tot nu toe succesvolle verzet van de PG's tegen Sorgdrager wordt op het ministerie in verband gebracht met het onvermogen van de minister intern gezag op te bouwen. “Zij doet maar wat”, zei een een hoge ambtenaar gisteren. En iedere keer als ze de laatste jaren in serieuze problemen kwam, koos ze voor een moderne vlucht naar voren. Dus werd geregeld een ambtenaar verplaatst, uit functie gezet of anderszins geslachtofferd als de minister haar zoveelste probleem publiekelijk moest verantwoorden. Het genereerde een al te ongunstige beeldvorming, de minister zelf bleef erdoor veelal buiten beeld - maar de interne verhoudingen kwamen steeds verder onder druk te staan.

Wie de Staatsalmanak van een kleine vier jaar geleden (uitgave 1994-1995) erop naslaat, ziet hoe groot het slagveld is. De secretaris-generaal (Suyver) vertrok: hij werd na de IRT-affaire te zacht en incommunicatief bevonden. De loco-secretaris-generaal (Van Dijk) was ook ongeschikt en werd gezet aan het schrijven een nieuw burgerlijk wetboek. De directeur-generaal rechtspleging (Van Brummen) kreeg na de IRT-affaire overplaatsting naar het parket Haarlem. De directeur-generaal jeugdbescherming en delinquentenzorg (Greven) sneuvelde. De functie van de directeur-generaal wetgeving (Van Dijk) werd opgeheven. De directeur politie (Wooldrik) kreeg de vriendelijke aansporing terug te gaan naar het openbaar ministerie. De directeur voorlichting (Van Rhee) stelde zich niet assertief genoeg op als ongunstig nieuws over de minister in de wereld kwam: ook hij verdween. En natuurlijk was er nog de procureur-generaal in Amsterdam, Van Randwijck. “Ja, het zijn er wel veel, hè”, zei deze week oud-secretaris-generaal G. van Dinter (tot 1994) van het ministerie. “Ik wil me niet uitspreken of deze mensen terecht zijn vertrokken, maar het is onmogelijk vol te houden dat ze allemaal incompetent zijn.”

Feit is dat deze wijze van ministerieel crisismanagement voor het herstel van de interne verhoudingen een bot middel is geworden. Op het ministerie wordt gewezen op een detail uit de brief die de minister gisteren naar de Kamer zond. Daarin meldt zij dat ze het functioneren van nog maar eens twee ambtenaren ter discussie heeft gesteld wegens hun betrokkenheid bij de gunning van het onderzoek aan Bakkenist. Het is in veler ambtelijke ogen het zoveelste bewijs dat de minister haar gebrek aan leiderschap achter dit bekende middel maskeert: het ministerie is uitgekeken op de minister.

Net als het openbaar ministerie, zoals deze week bleek. Juist in dit conflict is de keerzijde van Sorgdragers crisismanagement aan het licht gekomen. Docters van Leeuwen is in 1995 door Sorgdrager zelf tot voorzitter van de PG's benoemd om binnen het OM schoon schip te maken. Dat ook hij al na korte tijd, zo wordt op het departement gezegd, was uitgekeken op de minister, met de clash van de afgelopen week als onvermijdelijk gevolg, kan uiteraard aan Docters van Leeuwen worden verweten. Maar de omgekeerde invalshoek verdient ook aandacht, vinden ze op het ministerie.