Op weg van huur naar koop van een woning

Dit jaar zal het aantal koopwoningen in Nederland voor het eerst het aantal huurwoningen overtreffen. Dat is geen wonder. Doordat de overheid veel minder royaal met subsidies voor de huursector is geworden, de gemiddelde inkomens zijn gestegen, de rentestand laag is en de onbeperkte fiscale aftrek van de hypotheekrente politiek nog altijd (vrijwel) onaantastbaar is, is de koopwoning voor steeds meer mensen financieel aantrekkelijk of in elk geval betaalbaar geworden.

Zelfs nu ook de tijd van royale overheidspremies voor de kopers van woningen in de goedkopere klasse goeddeels voorbij is.

Bovendien behoorde en behoort stimulering van het eigen-woningbezit tot de doelstellingen van opeenvolgende kabinetten van uiteenlopende politieke kleur. Zo bestaat er sinds oktober de zogenoemde koopgewenningsbijdrage die de bedoeling heeft de overstap van huurwoning naar koopwoning te vergemakkelijken.Op grond van deze subsidieregeling, die bestemd is voor de lagere- en middeninkomens, kan het rijk kopers van een huurwoning vijf jaar lang een bijdrage verstrekken. Op die manier wordt het kostenverschil tussen een huurwoning en een koopwoning verkleind.

Desondanks zijn voor menig huurder de vaste kosten van een koopwoning nog te hoog. Om toch in de behoefte aan eigen-woningbezit te voorzien, hebben woningcorporaties (vanouds verhuurders van sociale huurwoningen) de laatste jaren een groeiend aantal mengvormen ontwikkeld, waarmee ze beogen de voordelen van kopen en huren te combineren. De regelingen zijn niet altijd alleen gericht op de lagere inkomens, maar spelen soms ook in op de behoefte van ouderen die hun eigen woning van de hand doen en geen zin of mogelijkheid meer hebben een nieuw huis te kopen. Lang niet alle mengvormen worden overal toegepast. Dat is gewoonlijk afhankelijk van wat plaatselijke woningcorporaties willen. Enkele voorbeelden:

Maatschappelijk gebonden eigendom. De bewoner koopt een huis van een woningcorporatie. Zodra hij van het huis of appartement af wil, moet hij het aan de corporatie terugverkopen. De regeling garandeert de verkoper op dat moment een bepaalde minimumprijs, maar ontneemt hem zijn vrijheid het huis aan de hoogst biedende te verkopen. De prijs bij terugverkoop wordt gebaseerd op de aankoopsom, de inflatie, de ouderdom en de marktwaarde van het huis. De woningcorporatie blijft in de periode tussen aankoop en terugverkoop voor het onderhoud van de woning zorgen.

Corporatiekoopwoning. De bewoner koopt zijn huurwoning van de woningcorporatie, die hem een onderhoudsgarantie voor tien jaar geeft, waarvoor een bedrag van 3.500 gulden bij de koopprijs wordt opgeteld. Als de koper binnen tien jaar van zijn woning af wil, terwijl de waarde ervan is gedaald, zorgt een non-recoursebepaling in de hypotheekakte ervoor dat hij er geen verlies op lijdt. Als de koper door financiële omstandigheden gedwongen is de woning binnen tien jaar te verkopen, zorgt de corporatie ervoor dat hem op korte termijn een passende huurwoning wordt toegewezen.

Drager-inbouwwoning. De huurder huurt alleen het casco (de drager) van de woning, dus een huis zonder binnenmuren en ander toebehoren, uitgezonderd badkamer, toilet, cv-ketel en meterkast. Voor die binnenkant zorgt hij verder zelf, inclusief de financiering. Daar staat een iets lagere huur tegenover, omdat de corporatie alleen het casco verhuurt.

Studentenkoopwoning. Ouders van studerende kinderen worden mede-eigenaar van een complex woningen. Een stichting of corporatie zorgt voor het onderhoud en bepaalt mede aan wie de woningen worden toegewezen. De stichting koopt het huis later, tegen een jaarlijks aan te passen garantieprijs, terug.

(Meer informatie: 'Woningraad-Extra', nummer 82: Tussen huren en kopen, 88 pagina's. Voor 55 gulden te bestellen bij het Informatiecentrum Volkshuisvesting van de Nationale Woningraad, tel. (036) 5 39 12 22, fax (036) 5 39 11 07, e-mail publicaties@nwr.nl).