'Ontgroening moet met extern toezicht'

GRONINGEN, 24 JAN. Een speciale commissie met een arts, een psycho-sociale hulpverlener en een lid van een studentenvereniging moet erop toezien dat excessen uitblijven tijdens de jaarlijkse ontgroeningsperiode in Groningen.

Dit schrijven F. van der Woude, rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen, J. Vis, lid van de Raad van State en B. Paul, van de Hanzehogeschool, in een brief aan de Groningse studentenverenigingen Vindicat en Albertus Magnus. Zij hebben zich de afgelopen maanden gebogen over de risico's van de introductie-periode nadat de eerstejaars student R. Pfeiffer in september overleed na zijn ontgroening. In zijn nieuwe studentenhuis had de 18-jarige student een liter jenever gedronken waarna hij stikte in zijn slaap.

Om dergelijke uitwassen te voorkomen willen Van der Woude, Vis en Paul dat een arts, een psycho-sociale hulpverlener en een lid van een studentenvereniging toezicht houden op de draaiboeken die worden opgesteld voor de ontgroening. Ook moet de commissie de organisatoren van de ontgroeningsperiode bijstaan.

De Groningse studentenverenigingen Vindicat (corps) en Albertus Magnus “overleggen nog heel druk met elkaar” over het voorstel, aldus N. Tromp vice-preces van Albertus Magnus. Ze maken volgende week gezamenlijk bekend of ze instemmen met het plan.

Volgens E. van Buiten van het Interstedelijk Studenten Overleg, waarbij ook de studentenverenigingen zijn aangesloten, verloopt het overleg tussen de Groningse universiteit en de verenigingen moeizaam. “De verenigingen willen betrokken worden bij beslissingen over de ontgroening, maar ze hebben het gevoel dat de universiteit hen er buiten houdt. De universiteit kan niet zomaar beslissen wie er bij de groentijd aanwezig is, omdat de verenigingen besloten zijn. Het lijkt erop dat Van der Woude geen oog voor heeft voor die autonomie”, aldus Van Buiten.

Van Buiten heeft de indruk dat het bestuur van de universiteit uitsluitend “de goede naam van de universiteit wil beschermen”.

Een eerder voorstel van minister Ritzen (Onderwijs) om een landelijke gedragscode hiervoor op te stellen, werd door de landelijke studentenverenigingen (LKvV) verworpen. De LKvV bereidt nu zelf een voorlichtingsprogramma voor die alle organisatoren van introductie-dagen moet wijzen op onder meer risico's van excessief drankgebruik.

Volgens de Rotterdamse emeritus hoogleraar H. Dokter, die jarenlang studentenverenigingen in Rotterdam adviseerde over gezondheidsrisico's, ligt toezicht “zeer gevoelig”. “Studenten willen het gevoel hebben dat ze zelf de touwtjes in handen hebben.”