Minister Els Borst is eigenlijk altijd arts gebleven

Vandaag wordt bekend hoe de D66-leden denken over de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen. Een portret van de beoogde nummer één, die nog allerminst zeker is van haar plaats.

DEN HAAG, 24 JAN. Elke politieke partij behandelt haar lijsttrekker op haar eigen manier. Bij PvdA-bijeenkomsten mag Wim Kok altijd een beetje later komen, zodat de premier met applaus kan worden binnengehaald. Bij VVD-vergaderingen zijn er altijd jonge bewonderaars om Frits Bolkestein te omringen. Bij D66 is Els Borst een lid als ieder ander.

Neem de bijeenkomst vorige week zaterdag in Zwolle, waar de kandidaten voor de Tweede Kamer zich konden presenteren aan hun partijgenoten. Zoals aangekondigd verscheen de beoogd-lijsttrekker om 10.15 uur in De Nieuwe Buitensociëteit, waar ongeveer veertig partijgenoten de filmzaal slechts voor ongeveer een kwart konden vullen. Niemand sprak haar toe, zelf zei ze evenmin iets. Partijvoorzitter Tom Kok was ziek. De enige andere 'prominente' aanwezigen waren drie Kamerleden die door een adviescommissie op een onverkiesbare plaats waren gezet en nu vochten om de stemmen van de gewone leden.

Toen Borst na de korte openingsceremonie één van de debatten tussen de kandidaten wilde bijwonen, bleek het zaaltje waarheen ze werd geleid akelig leeg te zijn. Ze was een kwartier te vroeg, zo bleek, een kwartier dat door een partijgenoot uit Elst werd benut om de kandidaat-partijleider indringend te informeren over de successen van D66 aldaar. Uit de luidsprekers klonk ondertussen een persoonlijk gesprek tussen Olga Scheltema en Ageeth Telleman. Zij hadden in afwachting van hun debat achter de tafel plaatsgenomen en wisten niet dat de microfoons al openstonden.

Nee, bij de meest democratische partij van Nederland, zoals D66 zichzelf ziet, hoeven ministers of lijsttrekkers zich niets in hun hoofd te halen. Dat blijkt behalve uit bijeenkomsten als die in Zwolle vooral uit de zogenoemde poststemming, waarvan de uitslag vandaag wordt verwacht. Anders dan bij andere partijen worden de kandidaten voor de Tweede Kamer bij D66 rechtstreeks door de leden gekozen. Morgen presenteren de eerste dertig gekozenen zich op de Euromast en in de partij circuleren al grapjes over wat teleurgestelde kandidaten daar te doen staat.

Voor kandidaat Borst zou elke plaats lager dan de eerste teleurstellend zijn. Hoewel de eerste tien kandidaten zich kunnen melden voor het lijsttrekkerschap, waarover half februari apart wordt gestemd, is Borst door de partijtop al gepresenteerd als toekomstig lijstaanvoerder. Elke andere plaats dan een eerste zal door pers en politici worden geïnterpreteerd als een motie van wantrouwen van de eigen achterban.

Op 31 mei vorig jaar, toen Van Mierlo in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky de minister van Volksgezondheid presenteerde als zijn beoogd opvolger, nadat Hans Wijers was blijven weigeren, sloot de partij Borst nog juichend in de armen. Kort daarvoor had zij bij de dodenherdenking op de Dam een toespraak gehouden met een waardigheid die niet onderdeed voor die van koningin Beatrix. Van Mierlo zei een opvolger te hebben gevonden die tussen Kok en Bolkestein overeind kon blijven door alleen haar wenkbrauwen op te trekken.

Van Mierlo verzon dat niet zomaar. Tijdens het overleg dat de bewindslieden wekelijks met de top van hun fracties hebben, laat Borst herhaaldelijk zien hoe goed zij anderen kan 'ontregelen'. Fractiesecretaris Roger van Boxtel herinnert zich nog de discussie over de hogesnelheidslijn die van milieuactivisten per se niet door het Groene Hart mocht worden aangelegd. “O, dan moet hij dus maar door het menselijk hart”, merkte Borst droogjes op. Haar verwijzing naar de inwoners van Delft, Zoetermeer en Rijswijk die in de een milieuvriendelijke variant de trein langs hun huizen zouden krijgen, gaf de discussie een andere wending.

Maar een half jaar na de aanwijzing door Van Mierlo is Borst in de beeldvorming veranderd van 'de rust zelve' in 'aangeschoten wild'. Na een paar uitspraken die als “politiek onhandig” kunnen worden omschreven, adviseerden enkele partijgenoten haar zelfs publiekelijk om te veranderen dan wel te vertrekken. Volgens een opiniepeiling van vorige week vindt inmiddels 40 procent van de D66-leden dat Borst moet afzien van het beoogde leiderschap, tegen 39 procent die vindt dat ze moet blijven. Bij deze twijfel speelt de slechte stand in de peilingen ongetwijfeld een rol: D66 staat op een verlies van de helft van haar 24 zetels.

Borst heeft wel eens moeilijker tijden meegemaakt. In 1974 hief D66 zichzelf bijna op, hoewel de partij met drie staatssecretarissen en een minister in de regering Den Uyl zat. Twisten over de politieke koers hadden het elan uit de jaren zestig doen verbleken. In grote delen van het land was geen partijstructuur meer over. Behalve in De Bilt-Bilthoven, de woonplaats van ene Else Borst-Eilers.

“Ergens in een schoenendoos hadden we nog de namen van vierhonderd leden en op initiatief van Jan Glastra van Loon (tegenwoordig Eerste-Kamerlid) besloten we nog één keer te kijken of de partij levensvatbaar was”, herinnert het toenmalig lid van het hoofdbestuur, Machteld Versnel, zich. Versnel, nu Kamerlid, was verantwoordelijk voor de regio Utrecht. “De afdeling De Bilt-Bilthoven bleek één van de weinige die nog voortreffelijk liep. Els speelde daar een belangrijke rol. Voor haar stond vast dat de partij gewoon door moest gaan.” Versnel heeft toen juist met die afdeling heel veel vergaderd: “Het was het enige klankbord dat ik had.”

Toen D66 in 1977 was gereanimeerd, was dat ene lid uit Bilthoven al weer op de achtergrond geraakt. Borst was een jaar eerder medisch directeur van het Academisch Ziekenhuis Utrecht geworden en had het druk met haar bestuurlijke loopbaan. Aan D66 bleef ze voornamelijk nog verbonden door haar man, Jan Borst, die in het hoofdbestuur zitting nam. Haar contacten met D66 bleken zelfs zo versluierd dat de PvdA haar in 1989, toen Borst inmiddels naam had gemaakt als vice-voorzitter van de Gezondheidsraad, polste voor een sociaal-democratisch ministerschap.

Borst is ook niet iemand die zich uit liefhebberij met politiek bezighoudt. Al in haar studentenjaren liet ze zich nog wel overhalen om leiding te geven aan de ontgroening van de eerstejaars van Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging, maar een aanbod om voorzitter te worden sloeg ze af. Wel hecht ze sterk aan wat doorgaans heet 'het algemeen belang'. Borst was na de oorlog juist geneeskunde gaan studeren omdat, zoals ze later in Elsevier zou zeggen “ik vond dat ik een beroep moest kiezen waardoor ik nuttig kon zijn als het weer oorlog zou worden”.

Zo werd Els Borst arts en dat is ze eigenlijk altijd gebleven. Soms is het of haar witte jas nog om de schouders hangt, zoals wanneer ze in de ministerraad haar rokende collega's wijst op de schadelijke gevolgen voor hun gezondheid. Mede door die huisartshouding wekte haar komst naar Den Haag in 1994 hoge verwachtingen.

Voor het eerst in twintig jaar zou een arts minister van Volksgezondheid worden. En wat voor arts. Borst heeft zestig publicaties op haar naam over immunologie, bloedziekten, volksgezondheidsbeleid en gezondheidsethiek. Haar man was arts, haar schoonvader was arts, haar zwager is arts, haar schoonzus is arts, haar dochter is arts en een zoon is verpleger.

Maar een wonderdokter blijkt Borst als minister niet te zijn. Ze heeft een prijzenwet voor medicijnen ingevoerd. Ze heeft de rol van de overheid bij het ethisch gevoelig medisch-wetenschappelijk onderzoek bepaald. Ze heeft een al jarenlang slepende discussie over wetenschappelijk onderzoek bij mensen tot een goed einde gebracht. De verstoorde verhoudingen met de specialisten heeft ze hersteld. Maar daar staat tegenover dat ze nog geen kans heeft gezien wachtlijsten effectief te bestrijden, dat de Kamer al bijna vier jaar wacht op een regeling voor het onderzoek op embryo's en dat de financiering van de zorg nog steeds niet afdoende is geregeld.

De lovende recensies in het begin van haar ministerschap, zo constateren (voormalige) medewerkers achteraf, lijken toch vooral bepaald door het nog in brede kring levende ontzag voor de 'witte jas' en haar veel geroemde 'vertrouwenwekkende' uitstraling. “Een hartelijke grootmoeder”, zo is Borst ook vaak omschreven. Maar menig ambtenaar constateert dat de minister haar hartelijkheid voor haar kinderen en kleinkinderen bewaart. Op haar ministerie karakteriseren ze Borst als een wat kille, afstandelijke vrouw - op het regenteske af. Heel anders dan staatssecretaris Terpstra. Die komt na een succesje in de Kamer met taart bij haar ambtenaren.

Ruzie heet Borst bij voorkeur uit de weg te gaan, iets wat belangengroepen inmiddels proberen uit te buiten. Een deel van haar aankondigde maatregelen heeft zij teruggenomen toen er kritiek op werd geleverd. De extra tarieven voor het wegwerken van wachtlijsten werden eerst wel, later niet gekort; het kunstgebit verdween uit het ziekenfonds en kwam er weer in. Bovendien: “Ze slaat als minister nooit met haar vuist op tafel - ook niet als dat nodig zou zijn. Een uitspraak als: 'Ik wil dat we het nu zus of zo doen' komt niet over haar lippen”, zeggen medewerkers die haar menigmaal in zo'n situatie hebben meegemaakt.

En dan is er het veronderstelde gebrek aan politiek gevoel. Het was Borst zelf die vorig voorjaar zelf voor de grootste deuken in haar tot dan nog betrekkelijk ongeschonden imago zorgde, door tijdens een Kamerdebat over de thuiszorg te reageren op een krantenartikel over vermeende chaos op haar departement. Terwijl de Kamerleden zelf dat onderwerp slechts in de marge aan de orde hadden gesteld. Resultaat: Borst beloofde dat over vier maanden haar departement “weer op rolletjes zou lopen”. Een toezegging die zij niet kon waarmaken.

Een misschien wat gebrekkig gevoel voor het politieke handwerk is bij Borst niet haar zwakte maar juist haar kracht, zo hoopt de D66-top. “Els bedrijft niet de voorspelbare achterkamertjespolitiek. Zij is integer en betrouwbaar, en de kiezer zal dat weten te waarderen”, zegt Van Boxtel. De minister heeft volgens hem een eigenschap die “hier in Den Haag misschien moeilijk te plaatsen is: ze luistert in plaats van meteen te oordelen”. Wat hem betreft blijft ze zo: “Als ze zich aan de heersende politieke cultuur aanpast zou ze pas echt ongeloofwaardig worden.”

D66 heeft er officieel alle vertrouwen in dat Borst volgende maand door het partijcongres tot lijsttrekker wordt gekozen. Maar voor wie twijfelt zijn er via Internet wel wat extra steunbetuigingen de wereld in gestuurd. “Waarom D66 blij is met Els Borst”, luidt een tekst op de webpagina van de Democraten. “D66 is trots dat zij de eerste vrouwelijke (beoogd) lijsttrekker van een grote partij heeft geleverd. In tegenstelling tot sommigen in de media denken wij dat je geen 'typisch politicus' hoeft te zijn om het goed te doen in een verkiezing.”

Ook de vraag of de 65-jarige Borst niet te oud is wordt beantwoord: “Het gaat D66 om de ideeën van iemand. Te oud of te jong daar doen we niet aan.” De cijfers uit de opiniepeilingen worden in twijfel getrokken: “Zoals u weet hangt een onderzoeksresultaat af van de formulering van de vraag.” En wat de hamvraag betreft: “De directe vergelijking met Hans van Mierlo, die zich al 30 jaar tot de meest aansprekende persoonlijkheden van de Nederlandse politiek mag rekenen, is gewoon niet eerlijk.”