Kindervriend onder vuur; Dwang is sterkste indicator nadelige invloed

'AANGETOOND IS dat kinderen van een pedofiele relatie nauwelijks of geen schade ondervinden. De meesten hebben onverdeeld goede herinneringen aan de omgang met de grote, volwassen en respectabele vriend'', schreef predikant Leen van Drimmelen in zijn pseudo-bekentenis in Trouw.

Wetenschappelijk onderzoek laat een heel ander beeld zien. Er zijn inderdaad kinderen die van een pedofiele relatie nauwelijks tot geen schade ondervinden, maar zelfs van die groep bewaren de meesten niet slechts goede herinneringen aan deze jeugdervaringen.

Hoe komt het dan dat er steeds weer mensen - meestal pedofielen - zijn die roepen dat kinderen geen problemen ondervinden van pedofiele contacten, of dat ze er zelfs beter van worden? Waarschijnlijk heeft dit te maken met onderzoek naar pedofilie zoals dat in de jaren zeventig is uitgevoerd. Auteurs van artikelen met titels als 'Liberating child sexuality' en 'The sexual rights of children' maakten melding van studies waarin de meerderheid van de deelnemers zei geen last te hebben van zijn of haar seksuele ervaringen als kind. Wel noteerden de onderzoekers dat de deelnemers aan deze studies studenten waren die er zeer vrije seksuele opvattingen op na hielden. Voorvechters van pedofilie vermelden dit echter nooit.

ERECTIEPROBLEMEN

Onderzoek naar mensen die vanwege hun jeugdervaringen met pedofielen onder therapeutische behandeling zijn, geeft een heel ander beeld. Een breed scala aan misbruik-gerelateerde symptomen wordt beschreven: van schuldgevoel en gebrek aan zelfvertrouwen tot agressief gedrag, verslaving en suïcidepogingen; van relatieproblemen tot frigiditeit en erectieproblemen, of juist compulsief seksueel gedrag. Ook dit type onderzoek is overigens niet representatief: mensen die zich prima voelen gaan niet in therapie. Ook bestaat de mogelijkheid dat problemen automatisch aan seksuele ervaringen toegeschreven worden, en niet aan andere mogelijke oorzaken, zoals gescheiden ouders of pesterijen op school.

De oplossing is om mensen te selecteren die niet speciaal onder therapeutische behandeling zijn. Vorig jaar april gaven de Amerikanen Robert Bauserman en Bruce Rind in het tijdschrift Archives of Sexual Behavior een overzicht van onderzoek waarbij de deelnemers een dwarsdoorsnede van de (meestal Amerikaanse) bevolking vormden, zelf op krantenadvertenties hadden gereageerd, of (alweer) student waren. Het bleek dat mensen op zeer uiteenlopende wijze op hun vroege seksuele ervaringen met een volwassene terugkijken. Sommigen waren sterk getraumatiseerd en hadden ernstige emotionele problemen, anderen hadden nauwelijks last. In vrijwel alle studies waren er deelnemers die hun ervaringen als positief bestempelden, maar het percentage per studie varieerde sterk: van 8 tot 68 procent. Weinig verrassend kampten vooral degenen die jeugdervaringen negatief beoordeelden met problemen van psychische en/of seksuele aard.

Welke factoren bepalen of iemand na seksuele ervaringen als kind met oudere personen problemen krijgt? Dwang - psychisch of fysiek - heeft de sterkste nadelige invloed. Verder blijkt dat incestueuze contacten, met name met vaders of stiefvaders, tot meer problemen leiden dan contacten met niet-familieleden. Of de volwassene een man of een vrouw is, maakt ook uit: ervaringen met vrouwen worden als minder negatief beschouwd dan ervaringen met mannen. Opvallend is dat meisjes vrijwel altijd met volwassen mannen te maken hebben; bij jongetjes was de volwassene in 40 tot 75 procent van de gevallen een vrouw. Sommige onderzoekers suggereren dat deze jongetjes de ervaring positief bestempelen omdat ze het gevoel hadden op seksueel gebied 'ingewijd' te worden. Reacties van de omgeving (ouders, vriendjes) zijn vrijwel altijd negatief. Hoe sterker het kind ze vreest, hoe groter de kans op problemen later.

Andere factoren, zoals de leeftijd van het kind en van de volwassene, duur en frequentie van de pedofiele contacten, de aard van het seksuele contact (aanraken, orale seks of penetratie), blijken niet eenduidig tot ernstiger of minder ernstige problemen te leiden. Jonge kinderen zijn bijvoorbeeld makkelijker te beïnvloeden, maar begrijpen minder goed wat er aan de hand is. Overigens moet worden opgemerkt dat de gevonden verbanden alle van statistische aard zijn, en niets zeggen over individuele gevallen.