'Kinderachtig, onvolwassen gedrag'; Kok valt uit naar procureurs-generaal

DEN HAAG, 24 JAN. Minister-president Kok heeft gisteren felle kritiek uitgeoefend op de manier waarop de procureurs-generaal zich donderdagavond tegenover minister Sorgdrager (Justitie) hebben opgesteld in de zaak van hun omstreden collega D. W. Steenhuis.

“De crème de la crème van de Nederlandse rechtsstaat heeft zich redelijk kinderachtig en onvolwassen gedragen”, aldus Kok. “Zoiets mag nooit meer voorkomen.” Hij sprak van “amok plegen tegen de minister”.

De premier ontkende echter dat het gezag van minister Sorgdrager door de affaire was aangetast. Volgens hem had ze duidelijk gemaakt dat alleen zij de baas was op het ministerie. “De bepaald niet volwassen wijze waarop het college (van pg's) hiermee om is gegaan, kun je een minister niet verwijten”, vervolgde Kok.

Kok vond het “bizar” dat de procureurs-generaal voor Steenhuis 48 uur leestijd eisten voor een rapport van slechts acht pagina's. Steenhuis, procureur-generaal in het ressort Leeuwarden, dreigde met een kort geding tegen zijn eigen minister. Donderdagavond vond op het ministerie een vijf uur durend crisisberaad plaats tussen Sorgdrager en het voltallige college van procureurs-generaal onder leiding van A. Docters van Leeuwen.

De onenigheid tussen Sorgdrager en de top van het Openbaar Ministerie vloeide voort uit het rapport van een commissie onder leiding van oud-Kamervoorzitter D. Dolman, dat eergisteren aan de minister werd aangeboden. Dolman concludeerde dat Steenhuis in zijn bezoldigde nevenfunctie van adviseur bij het organisatie-adviesbureau Bakkenist de verdenking van belangenverstrengeling op zich had geladen door zich in te laten met een recent rapport van datzelfde Bakkenist over de vertroebelde bestuurlijke verhoudingen in Groningen. Als procureur-generaal vormde Steenhuis, naast de burgemeester, de politiechef en de hoofdofficier een van de sleutelfiguren in Groningen. Dolman stelde overigens dat hij geen concreet bewijs had gevonden dat Steenhuis misbruik heeft gemaakt van zijn nevenfunctie bij Bakkenist.

Steenhuis verklaarde donderdag, nog voor Sorgdrager goed en wel kennis had kunnen nemen van het rapport, al dat dit hem geheel ontlastte. Ook deze handelwijze vond geen genade in de ogen van Kok: “Hij leest langzaam maar reageert snel”, aldus de premier.

Sorgdrager heeft twee onafhankelijke deskundigen benaderd voor advies over tegen Steenhuis te nemen maatregelen. Het gaat om J. van Julsingha, oud-president van het gerechtshof in Arnhem, en om H. Franken, hoogleraar van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de rijksuniversiteit in Leiden.

Pagina 3: Bakkenist betreurt opdracht

De premier wilde niet ingaan op de vraag of Steenhuis en wellicht ook andere procureurs-generaal, zoals de voorzitter van het college A.H.W. Docters van Leeuwen, het veld zouden moeten ruimen.

Gistermiddag verklaarde procureur-generaal Steenhuis nogmaals in het rapport Dolman geen feiten te zien die aanleiding geven op te stappen. Het college van procureurs-generaal, stelde zich vierkant op achter Steenhuis.

In de actualiteitenrubriek NOVA uitte premier Kok zijn boosheid over het feit dat het college van procureurs-generaal als één blok optreedt. “Ik vind het vreemd dat bij de besprekingen met minister Sorgdrager gisteravond, behalve Docters van Leeuwen en Steenhuis, ook de andere twee pg's er waren.” Docters van Leeuwen zei in een reactie: “We zijn een college, dat heeft de politiek zo gewild.” Docters van Leeuwen zegt verder het debat tussen de minister en de Kamer af te wachten.

Het onderzoeksbureau Bakkenist liet gisteren in een verklaring weten: “Hoewel wij achteraf betreuren de opdracht te hebben aanvaard, staan wij onverminderd in voor de objectiviteit en kwaliteit van ons onderzoek.”

Burgemeester Ouwerkerk van Groningen liet weten dat verschijning van het rapport Dolman volgens hem geen afbreuk doet aan de kwaliteit van het rapport Bakkenist. Wel is Ouwerkerk opgevallen “dat men van justitiële zijde nog wel de gelegenheid heeft benut om te reageren op het concept d.d. 22 december van het Bakkenist-rapport. Noch de heer Veenstra (voormalig Korpschef) noch ikzelf hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt”.