Kenneth W. Starr; Streng christelijk aanklager

WASHINGTON, 24 JAN. Als het aan Kenneth W. Starr zélf had gelegen, leidde hij nu een rustig bestaan in het Californische Malibu, als decaan van de juridische faculteit van Pepperdine University. Maar in plaats daarvan is Starr (51) een van de belangrijkste hoofdrolspelers in het drama dat Washington dezer dagen op zijn grondvesten doet trillen.

Als onafhankelijke aanklager leidt hij het onderzoek dat moet uitwijzen of president Clinton een voormalige stagiaire in het Witte Huis, Monica Lewinksy (24), heeft aangespoord om onder ede te liegen over een verhouding die ze met de president gehad zou hebben. Van de manier waarop Starr die taak vervult hangt veel af - zowel voor Lewinsky, als voor Clinton en de toekomst van zijn presidentschap.

Een klein jaar geleden verraste Starr zijn politieke vrienden en vijanden met de mededeling dat hij zijn functie als aanklager zou verruilen voor die universitaire post in Californië. Het tekende Starrs zwak ontwikkelde politieke instinct dat de verbijstering die zijn besluit bij links en rechts opriep, hem volkomen verraste. Beschouwde hij zijn gewichtige rol als potentiële aanklager van de president en zijn vrouw soms als een baantje dat hij naar believen kon opgeven voor iets lucratievers? Had hij soms de moed opgegeven om de complexe schandalen rond het Witte Huis ooit nog te ontwarren? Starr besefte zijn fout snel, en kwam na een paar dagen terug op zijn besluit.

Sindsdien weeft Starr weer gestaag, en grotendeels buiten het zicht van de publiciteit, aan het net waarmee hij al een aantal kleine, maar nog geen grote vissen heeft gevangen. In 1994 werd hij als onafhankelijke aanklager aangesteld, om het onderzoek te leiden naar de Whitewater-affaire, de onroerend-goedtransactie waarmee de Clintons in de jaren tachtig in Arkansas vergeefs hoopten wat geld te verdienen. Hij had toen geen ervaring als aanklager, maar was wel een jurist met een lange staat van dienst in het justitiële apparaat en een gedegen achtergrond als commercieel advocaat.

Inmiddels is Starrs werkterrein herhaaldelijk uitgebreid: naar de vraag of Hillary Clinton gelogen heeft over haar rol bij het overhaaste ontslag van medewerkers van het reisbureau van het Witte Huis; naar de zelfmoord van Clintons juridische adviseur Vincent Foster; naar de vraag of de regering 900 vertrouwelijke FBI-dossiers die opdoken in het Witte Huis gebruikt heeft om belastend materiaal over Republikeinse tegenstanders te zoeken; en in het algemeen naar aanwijzingen dat het Witte Huis zijn macht heeft misbruikt om de rechtsgang tegen te werken.

Naarmate het werkterrein van Starr groeide, groeide ook de kritiek op zijn aanpak en zijn persoon. Vaak hebben Democraten beweerd dat hij niet op zoek is naar de waarheid, maar gedreven wordt door zijn conservatieve sympathieën (als voormalig medewerker van de regeringen van Reagan en Bush, maakt hij er geen geheim van dat hij een Republikein is). Toen president Clinton eens werd gevraagd of Starr het op hem gemunt heeft, antwoordde de president: “Is dat niet zonneklaar?”

Net als Clinton groeide Starr op in een klein plaatsje in het zuiden, in zijn geval Vernon in Texas. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. Starr komt uit een streng christelijk gezin, waar alcohol taboe was. Aanvankelijk wilde hij net als zijn vader dominee worden. Als scholier verdiende hij wat bij door met bijbels langs de deuren te gaan. En als student ging hij gekleed in een pak met een das, en steunde hij de oorlog in Vietnam (om gezondheidsredenen werd hij afgekeurd voor de dienstplicht).

Starrs onderzoek heeft de afgelopen drieëneenhalf jaar bij elkaar 25 miljoen dollar gekost en drie veroordelingen opgeleverd (van James en Susan McDougal, voormalige vrienden van de Clintons, en Jim Guy Tucker, de ex-gouverneur van Arkansas). Starr gaat te werk volgens een beproefde methode: pak eerst de kleine jongens, en werk met wat je van hen te weten komt langzaam door naar boven. Het past in die aanpak dat hij in de kwestie-Lewinsky eerst de jonge vrouw (met het dreigement van een strafklacht) onder druk zet om mee te werken, vervolgens Clintons vriend en adviseur Vernon Jordan, om ten slotte te bekijken of er voldoende belastend materiaal is om een aanklacht tegen de president te rechtvaardigen.

De afgelopen dagen is de vraag opgeworpen of Starr zijn boekje niet te buiten is gegaan, door het privé-leven van de president in zijn onderzoek te betrekken vóór hij daarvoor toestemming had gekregen van de minister van Justitie en de drie rechters die toezicht houden op zijn onderzoek. Maar de meeste juridische experts geloven dat Starr in zijn recht stond, want hij had aanwijzingen dat de president en Jordan de rechtsgang hebben tegengewerkt, en daarop richtte zijn speurwerk zich altijd al.