Jubeljaar

De zeventien miljoen inwoners van Mozambique verdienen gemiddeld 90 dollar. Niet per maand maar per jaar. Het nationaal inkomen van alle Mozambicanen komt dus uit op zo'n anderhalf miljard dollar. Dat is niet meer dan wat een bedrijf als Ahold in drie weken omzet.

De armoedecrisis in Mozambique heeft de internationale haute finance dan ook niet uit haar slaap gehouden. Voor Mozambique dus geen snelle miljardenpakketten à la de crisissteun voor Zuidoost-Azië.

In de schaduw van de Azië-crisis vergaderden het afgelopen half jaar de rijke crediteurenlanden in de Club van Parijs over schuldverlichting voor het arme Mozambique. Het ging om niet meer dan enkele honderden miljoenen dollars. Nooit is om zo'n luttel bedrag zoveel diplomatie op de vierkante centimeter bedreven.

Maandenlang is de Parijse Club bestookt door de Wereldbank, het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en non-gouvernementele organisaties onder druk gezet om over de brug te komen. Er staat dan ook heel wat op het spel, veel meer dan alleen het lot van de Mozambicanen die van nog geen twee tientjes per maand moeten rondkomen. Mozambique werd algemeen gezien als een testcase voor het ruim een jaar geleden geakkoordeerde schuldeninitiatief van Wereldbank en IMF voor de armste landen.

Dit schuldeninitiatief was op zich al een doorbraak, omdat voor Wereldbank en IMF kwijtschelding van schulden die landen aan de beide Bretton-Woodsorganisaties hebben altijd een taboe is geweest.

De Club van Parijs kwam er deze week eindelijk uit. Het bereikte compromis is om politieke redenen enigszins ondoorzichtig geformuleerd, waarbij de lidstaten van de Parijse Club enige keuze wordt gelaten. Non-gouvernementele organisaties, zoals het al jaren voor schuldverlichting pleitende Eurodad in Brussel, spreken toch van “een stap” vooruit.

De Parijse Club is namelijk voor het eerst bereid verder te gaan dan een schuldverlichting met 80 procent. Daar lag tot nu toe het maximum, dat in 1996 tijdens de top van de zeven rijke industrielanden (G7) in het Franse Lyon was overeengekomen. Het gaat hierbij overigens slechts om een beperkt deel van de schulden, namelijk die welke door een land zijn aangegaan na een eerste herschikking in de Club van Parijs.

Volgens Wereldbank en IMF moest de Club van Parijs een schuldverlichting met 90 procent aan Mozambique verlenen. Pas dan zou er sprake zijn van een 'houdbare' schuldenlast voor Mozambique en tevens van een 'evenredige' lastenverdeling tussen de bilaterale en multilaterale crediteuren. Deze laatsten (lees: Wereldbank en IMF) hadden vorig jaar al hun deel toegezegd. Een schuld is volgens Wereldbank en IMF 'draagbaar' wanneer deze niet meer bedraagt dan 200 procent van de jaarlijkse export.

Door de toezegging van de Club van Parijs krijgt Mozambique in totaal bijna 1,5 miljard dollar schuldverlichting. Het land heeft een buitenlandse schuld van 3,2 miljard dollar.

Met name Duitsland en Japan hebben zich binnen de Club van Parijs steeds verzet tegen schuldverlichting met 90 procent, als bijdrage in het schuldeninitiatief van Wereldbank en IMF. Het zou volgens hen een gevaarlijk precedent scheppen. Landen die van het schuldeninitiatief willen profiteren moeten immers eerst 'goed gedrag' hebben getoond door hervorming van hun economie.

Nu is Mozambique juist bij uitstek een land dat een succesvolle overgang naar de markteconomie heeft gemaakt na de enorme verwoestingen tijdens de burgeroorlog. Door de grote schuldenlast kan de bevolking, die een levensverwachting van 46 jaar heeft en voor 60 procent analfabeet is, niet van economische groei profiteren. Zo gaat 13 procent het Mozambicaanse bruto binnenlands product op aan rente en aflossing, terwijl voor gezondheidszorg en onderwijs slechts 6,2 en 4,4 procent van het bbp beschikbaar is.

Het is nog onduidelijk wanneer Mozambique op grond van 'goed gedrag' van het schuldeninitiatief van Wereldbank en IMF zal profiteren. Als het aan Wereldbank en IMF ligt zal dat in 1999 zijn. De Club van Parijs heeft de besluitvorming in elk geval behoorlijk opgehouden.

Oeganda was vorig jaar april het eerste land dat de vruchten kon plukken van het schuldeninitiatief. Over Bolivia, Burkina Fasso en Guyana zijn positieve principe-besluiten genomen, maar zij moeten hun 'goede gedrag' nog even voortzetten. Arme landen als Mali, Mauretanië, Ethiopië en Nicaragua zitten nog steeds in de wachtkamer. Hoe lang nog?

Enkele tientallen landen, met name in Afrika, hebben een schuld die als onhoudbaar moet worden beschouwd. Volgens cijfers van de Wereldbank is de buitenlandse schuldenlast van alleen al Afrika beneden de Sahara tussen 1980 en 1996 gestegen van 84 tot 235 miljard dollar. Dat is driekwart van het bbp van de regio.

Kerken en non-gouvermentele organisaties zijn daarom de campagne Jubilee 2000 gestart, die steeds meer steun lijkt te krijgen. In dat jaar moet volgens de campagnevoerders 100 miljard dollar aan 'onhoudbare' schuld van 52 landen zijn vergeven. Het is een verwijzing naar het Jubeljaar uit het bijbelboek Leviticus. Het is het oud-testamentische idee dat elk vijftigste jaar schulden moeten worden kwijtgescholden en slaven bevrijd. Om met Leviticus te spreken: “Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners.”