Hollands Dagboek; Hans Ouwerkerk

De PvdA'er Hans Ouwerkerk (56) werd in 1991 burgemeester van Groningen. Rond de jaarwisseling raakte hij in opspraak, toen de politie verzuimde op te treden bij rellen in de stad en de burgemeester terug naar bed ging in plaats van poolshoogte te nemen. Hij is getrouwd met Gerry van Steenacker en heeft twee kinderen en een kleinkind: Karin (30), Ivo (28) en Jesse (0).

Donderdag 15 januari

Vanavond hoorzitting in de Oosterparkwijk. Dat wordt spitsroeden lopen, maar ook dat hoort bij het prachtige vak van burgemeester. Dat ben je in goede, maar ook in slechte tijden. En slechte tijden zijn het nu al ruim veertien dagen lang. Vooral het mediageweld doet heel erg pijn. Gaat er dan echt niets boven Groningen?

Henk van Gaans, mijn perfecte chauffeur, rijdt me om half negen naar het stadhuis. Om kwart over tien begint het debat in de Tweede Kamer. Ik luister via de Kamerlijn, maar voel me niet op mijn gemak. Commissaris der Koningin Hans Alders heeft aangeboden zijn agenda schoon te zullen vegen om samen te luisteren. Ik besluit van dat aanbod gebruik te maken en loop naar het Provinciehuis. Bij de trap van het stadhuis roepen een paar jongens me na: “Ha, Ouwerkerk, dat duurt niet lang meer!”

De eerste termijn van de Kamer is van dik hout zaagt men planken. GroenLinks eist mijn aftreden. Ook het CDA zet de zaak op scherp. De coalitiepartijen en het GPV zijn uiterst kritisch, maar leggen de primaire verantwoordelijkheid waar hij hoort: bij de gemeenteraad van Groningen. Van de Kamerleden heeft niemand de moeite genomen mij eens te bellen.

De Kamer neemt de tijd om de strop om mijn nek aan te brengen. Het debat duurt meer dan vijf uur. De uitkomst is dat de minister van Binnenlandse Zaken nog over mij zal oordelen als korpsbeheerder, nadat de Gemeenteraad mij als burgemeester heeft beoordeeld. Als men van de korpsbeheerder af wil, en ik ben op dat moment nog burgemeester, ontstaat een interessant juridisch probleem, want dan moet ook de burgemeester ontslagen worden!

Aan het eind van de middag ga ik even naar huis. Gerry heeft het heel zwaar, eigenlijk zwaarder dan ik. Ze steunt me geweldig, ook haar doen de tientallen bossen bloemen, faxen, brieven en telefoontjes heel goed. Om half acht vertrek ik naar de vip-room van het FC Groningen stadion voor de hoorzitting. “Jouw smoel staat me niet aan”, zegt iemand bij de ingang. Binnen word ik opgevangen door een heel leger journalisten. Ik tel een stuk of vijftien televisiecamera's, waarvan tien binnen een straal van drie meter van mijn zitplaats. Annie Tak, een prachtvrouw uit de wijk, voert als eerste het woord. Ze houdt een goed, genuanceerd verhaal. Daarna komt een soort volksgericht los. Dieptepunt is een mevrouw - ik weet dat ze niet eens meer in Groningen woont - die gilt: “Jas aantrekken en oprotten!” Dan te bedenken, dat ik haar in het verleden op mijn spreekuur aan een woning in de stad had weten te helpen. Ik kook van woede, maar houd het gezicht in de plooi, denkend aan de vijftien camera's die iedere beweging registreren. Na afloop breng ik mijn woordvoerster Erika Hoekstra naar huis en praten we het interview voor, dat ik morgenochtend aan het Nieuwsblad van het Noorden zal geven.

Op de televisie zie ik dat juist het fragment met de hysterische vrouw breed wordt uitgemeten. Het lukt niet meteen om de slaap te vatten. Een lekker stukje ijstaart helpt.

Vrijdag

Half zeven, de Volkskrant en Radio Noord berichten uitvoerig over de hoorzitting. Gerry slaapt nog, de slaappil doet zijn werk. Op het stadhuis zit Erika al klaar als Nieuwsblad-journalist Rob Zijlstra binnenkomt voor het interview. Ik ben ontspannen, weet mijn inzet, een last is van mij afgevallen. Ik zal de gemeenteraad zeggen, dat ik als burgemeester meer ben dan alleen ordehandhaver en dat ik daarop dan ook beoordeeld wens te worden. Ik vráág niet om vertrouwen, maar heb dat wel nodig.

In het regionaal college merken veel collega's dat ik opgelucht ben. Dat is mijn 'KNMI-gezicht'. Ze laten merken dat ze pal achter me staan. We leggen gezamenlijk de basis voor het plan van aanpak, dat de beide ministers van ons verwachten en waarop we beoordeeld zullen gaan worden. De benoeming van Jan Brand als tijdelijk korpschef wordt zeer goed ontvangen.

Het blijft wrang dat Jaap Veenstra zich vorige week heeft moeten terugtrekken, na het uitlekken van het rapport van Bakkenist Management Consultants. Afspraak was dat hij zelf het moment zou bepalen waarop hij zijn functie neerlegde. Dat zou eind februari zijn. Alle collega's wisten hoe omzichtig ik daarin altijd heb geopereerd. Aansluitend bijgepraat met de naaste collega's van Marco ter Harmsel, chef van het politiedistrict Groningen / Haren, die ook onder vuur ligt. Later op de middag een interview met de Volkskrant.

Als ik om kwart over zes thuis kom staat het huis vol met bloemen. Veel nieuwe brieven en faxen. Een kaart met zonnebloemen van mijn dochter Karin en haar man Peter: blijf het zonnig zien. Dat lukt me zeker als ik aan onze tien maanden jonge kleinzoon Jesse denk. Een kaartje voor Gerry, met op de voorkant een grote, dikke beer (ik dus), die zijn arm om een klein meisje heeft heengeslagen. Een kaart met een pispot - “laat ze de pot op gaan” - en een briefje met de woorden “je bent een pracht bestuurder en blijf dat vooral”. Als ik lees: “Soms zie ik U op tv ergens rondlopen, terwijl mensen U gewoon aanspreken alsof U hun buurman bent en U gedraagt zich ook als één van hen” biggelen de tranen over mijn wangen. De spanning is gebroken, samen huilen we de ellende van ons af, schelden op de media en dat lucht op.

Later op de avond telefoon van Koen Schuiling, fractievoorzitter van de VVD. Hij begrijpt waar het mij om gaat. Jaap Veenstra belt en vraagt hoe het is. We hebben het even over de bijbaan van Dato Steenhuis, de procureur-generaal. Niets lijkt te dol in deze soap. Ik lees het stenogram nog eens na van het Kamerdebat. Ik wilde al nooit Tweede-Kamerlid worden en nu weet ik het zeker.

Zaterdag

Gezond weer op met de Volkskrant. Het interview geeft goed weer wat ik bedoelde. Ik lees tijdens mijn dagelijkse fietstocht op de home-trainer; dat gaat prima samen. Weer enorm veel post. We krijgen zelfs taarten - ik ben een notoire snoeper - en wijn. En steeds meer bloemen en fijne telefoontjes.

Klaas Swaak komt langs. Hij is begin deze week als wethouder afgetreden omdat zijn gezondheid echt in gevaar kwam. Niet wegens de gebeurtenissen in de Oosterparkwijk, zoals deze krant met grote stelligheid schreef. Klaas is een gouden kerel, de meest pure sociaal-democraat die ik ken. Ik heb heel veel respect voor hem en weet dat hij het heel erg vindt juist nu niet meer naast me te kunnen staan in het college van B&W. Collega Cor de Vos uit Veendam, actief in de AbvaKabo, wijst me op mijn rechtspositie.

Karin, Peter en Jesse, zoon Ivo en zijn vriendin Patricia komen thuis. Ik wil ze graag om mij heen. Jesse, de oogappel van Gerry, zorgt voor veel afleiding. Ik doe de kinderen het hele verhaal en zeg dat ze er rekening mee moeten houden dat het wel eens niet goed zal kunnen aflopen. Als Karin naar huis gaat is ze heel geëmotioneerd. Tranen van woede. Patricia zie ik denken: ik nooit de politiek in. Ik kan het begrijpen, maar ik heb er zelf wel altijd veel plezier aan beleefd. Ik heb de pest in, dat ik het partijcongres heb moeten laten lopen. Het is mijn club, ik hoor daar bij. Ik heb nog nooit eerder een congres gemist.

Wim Kok 's avonds op tv gezien, ook hij was geëmotioneerd. We moeten zorgen dat we straks als grootste partij uit de bus komen. NOVA meldt dat Maurice de Hondt nu de VVD weer op kop heeft liggen. Verder lui geweest en wat in de weekendkranten zitten lezen.

Zondag

Eerst maar eens de stukken voor de collegevergadering van dinsdag zitten lezen. Rustig aan gedaan.

's Avonds bij Jan Brand thuis de klokken gelijk gezet. Op de terugweg in de auto hoor ik dat de volgende publiciteitsgolf weer door het land rolt, naar aanleiding van het verschijnen van het rapport van jhr. Beelaerts van Blokland, de voormalige Commissaris der Koningin van Utrecht. Ik vind het een evenwichtig en afgewogen rapport, maar in de berichtgeving erover ontbreekt iedere nuance.

Maandag

Het liep de hele dag niet lekker, hoewel ik mijn best deed om mij de adviezen van mijn assistent Luuk Hajema eigen te maken. Niet terugmeppen, maar woensdag een sterk betoog neerzetten, houdt hij me voor.

In de kou en in de regen 's middags de ingebruikneming van de tippelzone. Jarenlang een zeer omstreden onderwerp in de stad, waar ik hard aan heb getrokken om binnenstadsbewoners te ontlasten en vrouwen te beschermen, maar nu gaat het bijna onopgemerkt voorbij.

Dinsdag

Even naar de collegevergadering, om de temperatuur van het water te voelen. De fracties hebben nog geen eindoordeel geformuleerd, ondanks de druk van de media. Daarna thuis gewerkt aan de voorbereiding van mijn verhaal voor woensdag. Gerry opgehaald in Emmen, waar ze iedere dinsdag op Jesse past. Misschien heb ik straks ook wat meer tijd voor hem!

Woensdag 21 januari

De grote dag. 's Morgens eerst overleg in de regionale driehoek, op het politiebureau. Aansluitend spoedoverleg met de driehoek van het district Groningen. Tegen twaalf uur naar het stadhuis, om de laatste hand te leggen aan mijn betoog van vanavond. Ik had graag willen openen, maar zelfs dat mag niet van commissievoorzitter Piet Hazekamp (GPV).

Aan het begin van de middag hebben ik een 'doorloop' met mijn naaste adviseurs: gemeentesecretaris Arie Wink, loco-secretaris Jan Felten, Erika en Luuk. De laatste schaaft daarna verder aan mijn tekst. We hebben bijna permanent contact. Ieder woord moet raak zijn en ik wil op voorhand openhartig en nauwkeurig antwoord geven op alle vragen die te verwachten zijn. Om half zes naar huis om me even op te frissen. Ik ben er klaar voor. Snel eten bij de Chinees, met Gerry en chauffeur Henk, en dan weer terug.

De ontvangst in de raadszaal is vertrouwd: tientallen journalisten storten zich op mij en op elkaar om een uniek plaatje te schieten of het verlossende woord op te tekenen. Ik neem plaats naast Hazekamp en korpschef Jan Brand. Dan is het woord aan de fracties. Veel vragen, forse kritiek, maar ook, zo lijkt het, de bereidheid mijn betoog serieus te nemen.

Om kwart over tien ben ik dan eindelijk zelf aan het woord. De rode lampjes van de televisiecamera's gaan weer aan. Het wordt stil. In twintig minuten verwoord ik mijn kijk op de zaak. Ik geef alles wat ik heb, of zoals ik het in mijn toespraak verwoord: beter dan dit kan ik niet. Zelf vind ik het een overtuigend verhaal, met een uitgebreid verslag van mijn activiteiten als korpsbeheerder en een schets van onze toekomstplannen, die maandag in Den Haag moeten liggen. Als ik heb afgerond, klinkt een bescheiden applaus. Daarna ga ik nog apart in op de vragen die ik nog niet heb beantwoord.

Tijdens de schorsing van de vergadering willen journalisten weten of ik denk dat ik er al ben. Zij lijken te vinden van wel. Ik hoor achteraf dat die toon overheerst in de berichtgeving op radio en televisie. Zelf denk ik daar anders over. De prijzen worden pas in de volgende ronde verdeeld.

De fracties van PvdA en D66 openen de tweede termijn. Zij uiten gemeende waardering voor mijn beantwoording en maken duidelijk dat hun vertrouwen is toegenomen. Journalisten zien hun vermoedens bevestigd.

Dan komt GroenLinks. 's Middags heeft een van de fractieleden mij nog gebeld en gezegd dat de fractie verdeeld is. Twee leden zullen mij zeker steunen. Maar fractievoorzitter Karin Dekker windt er geen doekjes om. Ze heeft gezegd me de kans te geven mijn positie “op te plussen”, maar ik heb sterk de indruk dat ze haar tweede termijn al op papier had staan. Geheel in de lijn van Kamerwoordvoerder Rabbae kondigt ze aan een motie van wantrouwen te zullen indienen namens de gehele fractie. Democratisch centralisme, heette dat toen de CPN nog bestond. Ik heb respect voor de politieke inhoud van Dekkers betoog, maar ik voel me electoraal geslacht. Dit is een mokerslag.

De SP is er als de kippen bij om de motie van GroenLinks te steunen. Verkiezingstijd! Toch heeft de SP 's middags verklaard niet uit te zijn op mijn aftreden en mij op mijn plannen te zullen beoordelen. Niet dat ik mij daar veel illusies over had gemaakt, maar teleurstellend is het wel.

Het CDA maakt duidelijk dat ik veel twijfel heb kunnen wegnemen. Maar het GPV kent geen genade. Voorzitter Hazekamp legt zijn voorzittershamer even neer, zegt aan het spreekgestoelte het vertrouwen in me op en komt weer naast me zitten om verder te gaan als voorzitter.

Het kost moeite, maar ik blijf op de been in mijn tweede termijn. Het resultaat? VVD en Student en Stad schorten hun oordeel op tot volgende week. Ik bengel aan een zijden draadje en VVD-fractievoorzitter Koen Schuiling heeft de schaar in zijn hand.

Na afloop, om één uur de ontlading op mijn kamer, niet gestoord door journalisten. Met Gerry, de wethouders Willem Smink, Henk Pijlman, René Paas, Joan Pieters en Tjerk Bruinsma en mijn vaste adviseurs huilen, lachen en schreeuwen we de spanning van ons af. Joan en René halen kroketten en patatjes oorlog bij de Febo. Bode Jan Roeters schenkt bier, frisdrank en wijn. Willem haalt een fles jenever te voorschijn, merk JOS.

“Heeft Jos laten staan”, zegt hij met een uitgestreken gezicht, duidend op mijn voorganger Staatsen.

“We gaan iets nieuws doen”, flap ik eruit.