Hiddink cs

Bondscoach Guus Hiddink heeft in de persoon van Frank Rijkaard een derde assistent aangesteld voor het komende WK voetbal. Daarmee komt het aantal begeleiders van Oranje op twintig. Overdreven of niet?

Bas van de Goor, volleybalinternational: “Je kunt het als een teken van professionaliteit beschouwen, maar twintig lijkt me wel erg veel. Hoe meer mensen er rond een elftal bewegen, hoe moeilijker het is om op een goede manier met elkaar om te gaan. Een ieder die je toevoegt, betekent weer een nieuwe persoonlijkheid. Van de andere kant heeft Oranje nu vier mensen die niet alleen verstand van voetbal hebben, maar ook van het spelen van dergelijke toernooien. Dat kan helpen. Bij de volleybalploeg hebben we vijf begeleiders, tijdens grote toernooien komt daar nog een analist bij. We hebben daar goede ervaringen mee. De fysiotherapeut bijvoorbeeld kan alles in zijn eentje af. Hij is dan wel de hele dag bezig, maar toch. Zeker gezien ons budget hebben we niet meer mensen nodig. Ik ben ook niet jaloers op de voetballers. Je moet de dingen niet ingewikkelder maken dan ze al zijn.”

Georges Leekens, bondscoach van WK-tegenstander België: “Hoe professioneler de begeleiding, hoe minder kans op fouten. Het voetbal is de laatste jaren veel tekort gekomen dankzij mensen die eigenlijk nog twintig jaar terug leven. Er is te veel gebaseerd op natte-vingerwerk, je moet voetbal wetenschappelijk onderbouwen zodat je niets aan het toeval overlaat. In mijn beginperiode bij Club Brugge vond men dat de fysiotherapeut ook voor het materiaal moest zorgen. Dat is niet professioneel. Het is heel goed dat jullie Koeman en Rijkaard gebruiken. Er is niets op tegen om drie assistenten te hebben. De bondscoach kan zich niet met iedereen tegelijk bezighouden. Wij hebben in Frankrijk dertien begeleiders. Dat komt doordat we minder te besteden hebben.”

H. Beijer, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Zwembond: “Behoorlijk overdreven zelfs. Het lijkt mij weinig uitmaken of je twee fysiotherapeuten hebt of vijf. Onze zwemploeg had bij de WK in Perth één arts, twee fysiotherapeuten, een bondscoördinator, een bondscoach en vier extra coaches. Ons beleid is een coach per vijf zwemmers. Misschien is voetbal moeilijk met zwemmen te vergelijken, maar kijk dan eens naar de waterpoloploeg. Die was met dertien man aanwezig en had niet meer dan vijf begeleiders. Er was wat extra ondersteuning vanuit het bondsbureau, maar dat was slechts administratief werk. Alles is uitstekend gegaan. Je moet natuurlijk niet vergeten dat wij niet meer mensen kunnen betalen, maar als we het geld wel zouden hebben, zouden we het in de sporters zelf investeren.”

Hans van Breukelen, technisch directeur FC Utrecht en oud-international: “De coach moet zorgen voor een optimaal begeleidingsteam. Dan is de kans op succes zo groot mogelijk is. Als Guus Hiddink deze mensen nodig denkt te hebben, moet hij ze meenemen. Alles is geoorloofd om zo dicht mogelijk bij de wereldtitel te komen. Toen wij in 1988 Europees kampioen werden, had Michels ook een team om zich heen dat de omstandigheden voor het elftal zo optimaal mogelijk maakte. Ik weet dat er dit jaar zelfs een video-analyticus is voor standaardsituaties van de tegenstander. Dat is niet overdreven. Meten is weten. Op het allerhoogste niveau worden wedstrijden op details beslist.”

Jan Raas, directeur van de Rabo-wielerformatie: “Het is zeker geen overbodige luxe, ik vind twintig mensen eerder weinig dan veel. Als wij met negen wielrenners naar de Tour de France gaan, hebben we zo'n 23 of 24 man aan begeleiding mee. We kunnen nu eenmaal niet zonder masseurs, mécaniciens, ploegleiders en een dokter. Als er 22 voetballers naar het WK gaan, is dat nog geen één op één. Ik vind dat echt niet overdreven.”