Grootse en opmerkelijk gedetailleerde enscenering overtreft voorstellingen in Verona; Aida indrukwekkend in de Rotterdamse Ahoy'

Voorstelling: Aida van G. Verdi door Opera in Ahoy' en Württembergische Philharmonie Reutlingen o.l.v. Roberto Paternostro met wisselende cast. Decor: Bernard Arnould; regie: Petrika Ionesco. Gezien: 23/1 Ahoy' Rotterdam. Herhalingen: 24, 25, 30, 31/1; 1/2. Voor alle voorstellingen nog kaarten verkrijgbaar. Inl.: (010) 293 33 33.

De voorstelling van Verdi's Aida in de Rotterdamse Ahoy' begint met het ervaren van de tijd. In een hoek van het enorme zanderige speelveld - een stuk droge woestijn naast de groen begroeide oever van de Nijl met verschillende Egyptische bouwsels - ziet en hoort men arbeiders hakken in een steenhouwerij. Dat duurt en duurt maar, in alle rust. Men ervaart in twee minuten, een microdeel van de eeuwigheid, het verschijnsel tijd en beseft hoe lang de oude Egyptenaren erover deden om obelisken, tempels en piramides te bouwen.

Millennia worden eindeloos maar vallen ook tegelijkertijd weg, als men de oude vertrouwde stem van Ad 's-Gravesande het verloop van Aida hoort uitleggen voordat de muziek begint. Het is een verhaal over liefde, jaloezie en tegenstrijdige gevoelens in tijden van oorlog. Aida gaat over een driehoeksverhouding tussen de legeraanvoerder Radames, de farao-dochter Amneris en haar slavin Aida, de dochter van de wraakzuchtige Ethiopische koning Amonasro, die moet worden verslagen.

Die driehoek kan men telkens weer letterlijk zien wanneer men vanaf de tribunes in Ahoy' neerkijkt op de voorstelling in de regie van Petrika Ionesco. Anders dan bij zovele Aida's, ook die met een grootschalige enscenering, ziet men hier de opera niet met een goeddeels plat toneelbeeld, zoals afgelopen september nog het geval was bij de weerzinwekkend loze Aida in de Amsterdam Arena. Daar bestond het 'decor' uit diaprojecties.

Deze Aida is gesitueerd in een immens aandoende driedimensionale ruimte. Het geheel naturalistisch weergegeven stuk woestijn op de bodem van Ahoy' dwingt tot een invulling die breekt met de traditie om de massascènes te laten uitlopen op stramme voorafschaduwingen van Pruisisch gedrilde, in het gelid opmarcherende cohorten priesters, militairen, hoogwaardigheidsbekleders en burgers.

Deze Aida-woestijn leeft op een veel menselijker wijze. De bode die het onheilsnieuws brengt is zwaar gewond en sterft. Het volk loopt vaak 'zomaar' rond, de triomfmars is vormgegeven als een volksfeest, waarbij op de balletmuziek de militaire overwinning op de Ethiopiërs wordt uitgebeeld. Legeraanvoerders zwaaien alsof Feyenoord kampioen is geworden. Zelfs de zeer jeugdig aandoende farao is hier geen onbenaderbare sfinxachtige zoon van de zonnegod Ra, maar een normaal geïnteresseerd mens. Officieren geven hem, druk wijzend op stafkaarten, uitvoerig uitleg over het succesvolle verloop van de vijandelijkheden.

Die farao lijkt wel de jong gestorven Toetanchamon, ook door de aankleding met allerlei Egyptische parafernalia die zijn gebaseerd op de voorwerpen die werden gevonden in zijn graf. Het ceremoniële centrale bouwsel in de woestijn met het zonnewiel wordt geflankeerd door replica's van de Anubisbeelden die het faraograf bewaakten. En Radames komt tijdens de triomfmars op in een samenstel van een rustbed en een strijdwagen, die een rechtstreekse uitbeelding zijn van de chaotisch opgestapelde meubels in de antichambre van Toetanchamons graf.

Deze door producent Peter Kroone buitengewoon smaakvol en zeer artistiek opgezette Aida is in zijn soort zeker de absolute top. Dit is beter, fantasievoller, minder vlak en mooier dan wat Verona biedt, ook omdat deze voorstelling betrekkelijk klein en intiem is. De Rotterdamse Aida biedt voor 5500 operagangers in een opmerkelijk gedetailleerde enscenering wat men wil zien: een groots en bij tijden spectaculair geheel, mede dankzij tal van paarden en het goed getimede overvliegen van een kalkoengier. Daarbij voelt de toeschouwer zich persoonlijk betrokken als een stiekeme observator die meer dan veertig eeuwen is teruggereisd in de tijd en plots getuige is van een historische gebeurtenis.

Men kan tijdens de veelheid aan door elkaar krioelende gebeurtenissen van de massascènes allerlei sidestory's ontdekken en daaruit zelf een verhaal construeren. De rituele scènes, zoals het overhandigen van het lichtende zwaard aan Radames, hebben een intrigerende mysticiteit. Op andere momenten is de woestijn weer geheel leeg, bijvoorbeeld wanneer Aida haar vertwijfelde aria Ritorna vincitor vertolkt of tijdens de Nijlscène in O patria mia zingt over haar vaderland.

De muzikale uitbeelding sluit in zijn goede orkestrale en vocale uitvoering met zijn dramatische effectiviteit geheel aan op deze indrukwekkende enscenering. Aan de versterking is na de vorige opera-ensceneringen in de Ahoy' opnieuw gewerkt, wat resulteert in een verbeterde richtinggevoeligheid van het geluid. Men hoort de zangers nu ook zingen waar ze staan. Roberto Paternostro, die hier zijn vierde voorstelling dirigeert, slaagt er meestal goed in het zo verspreide geheel van solisten en koorleden bij elkaar te houden.

De solistische prestaties van de premièrecast waren gisteren over de hele linie uitstekend: Maurizio Frusoni is een stevige Radames, die zijn aria Celeste Aida te paard zingt. Ook Claudio Otelli (Amonasro), Aik Martirosyan (Farao) en Stefania Toczyska (Amneris) bleken voortreffelijke zangers. En Olga Romanka zong in de titelrol werkelijk prachtig en roerend, ze is een Aida van grote allure.