Fiskjen

Gerrit Krol op de Achterpagina (20 januari): “Zo heb je in het Fries het woordje 'te'. Hij is te fiskjen, Hij is te vissen. Dat zeg je niet in het Nederlands. Je zegt, hij is aan het vissen. Maar dat is het net niet. Hij is misschien helemaal niet aan het vissen. Maar hij is wel te fiskjen. Dat betekent het. Weggegaan om. Wat een omhaal. Het Fries is eleganter.”

Volgens mij is het Nederlands in het onderhavige geval toch nog een tikje eleganter dan het Fries. Ik vertaal 'hij is te fiskjen' met: 'hij is vissen'. Vergelijk ook: 'zij is koeien melken', hij is aardappels rooien', Allemaal idioom met de impliciete notie 'weggegaan om'.