Extreem-rechts wint veld in Duitsland;Tegen alles wat onduits is

Dat vreemdelingen- haat voorkomt in Duitsland, mag geen nieuws heten. Maar wel dat wijken, straten en cafés worden uitgeroepen tot 'nationaal bevrijde zônes'. Dat er veldtochtjes worden gehouden tegen alles wat 'onduits' is. En dat neo-nazistische ideeën resoneren in de academische wereld - dat is de jongste ontwikkeling in de deelstaat Brandenburg.

Stephan Graupner komt niet meer in het Leibniz-Viertel, de wijk in Eberswalde waar hij is opgegroeid. Stephan heeft een mager gezicht en kort zwart haar. In zijn oor en zijn kin heeft hij een zilveren knop gestoken. Stephan is een punk van 33 en een punk is zijn leven niet zeker in het Leibniz-Viertel.

De grauwe wijk bestaat uit eentonige Oostduitse Plattenbau. Aan een bouwvallige schutting, een vuil raam van een woonhuis en een muur hangen plakkaten met foto's van Rudolf Hess, een trouwe vazal van Hitler en zijn plaatsvervanger als partijleider van de NSDAP. De woonwijk, zegt Stephan, is in handen van extreem-rechts. Ze wonen er, drinken er, beramen er hun duistere plannen. 's Avonds hangen ze met hun baseball-knuppels op straat rond, bij het tankstation of bij McDonald's. Het is hun wijk. Zodra ze iemand zien die hun niet aanstaat, worden maatregelen getroffen. Want het Leibniz-Viertel is 'bevrijd gebied'.

Even verderop herinnert een gedenksteen aan zo'n maatregel: † Antonio Amadeo, (1962-1990). Toen de 28-jarige Angolees op een avond met twee vrienden uit de disco kwam, werd hij op straat door een groep van vijftig neo-nazi's aangevallen. Zijn twee vrienden konden ontkomen; Antonio werd doodgetrapt.

“Sindsdien is het geweld hier niet meer opgehouden”, zegt Hans-Jürgen Klinder (43). Hij is politieman in Eberswalde, een kleine stad met vijftigduizend inwoners in de grootste Oostduitse deelstaat Brandenburg. “Ze worden steeds agressiever, plegen vaker geweld en roofovervallen. Het geweld breidt zich uit, als een gezwel”, weet Klinder. Hij kent de meeste rechtse jongens in de stad wel, de neo-nazi's die hele buurten terroriseren.

In het Brandenburg van de negentiende-eeuwse schrijver Theodor Fontane - een land met meanderende rivieren, ontelbare meren, wouden en glooiende heuvels - woedt een vuile oorlog. De oorlog van rechts-radicale jongeren met ultra-kort haar tegen alles wat 'onduits' is: tegen buitenlanders (Kanaken), homo's, links gezinden (Undeutsche), punks en daklozen (Asseln). Ze vormen groepen en verenigingen, die zich Liga für Volk und Heimat noemen, Oderwacht of Wanderjugend. Ze hebben een netwerk van Kameradschaften. In tal van dorpen en steden in Brandenburg heeft extreem-rechts hele wijken, straten en cafés uitgeroepen tot 'nationaal bevrijde zônes'. Rondom de nieuwe hoofdstad Berlijn - in Eberswalde, maar ook in Oranienburg, Wurzen, Schwedt, Mahlow of Luckenwalde - worden buitenlanders en 'onduitsen' hardhandig geweerd. Wagen zij zich toch in deze gebieden, lopen ze grote kans in elkaar te worden geslagen, blijkt uit een onderzoek van het Regionale Bureau voor Buitenlanders en Jeugdwerk in Berlijn, dat binnenkort wordt gepubliceerd.

De rechtse jeugd heeft in het oosten van Duitsland een eigen subcultuur geschapen. Ze hebben een gebroken relatie met het democratische Duitsland. Ze voelen zich de wezen van de eenwording, vieren heidense zonnewendefeesten, verheerlijken Hitler, de Führer, en diens Wehrmacht. Neo-nazistische bands zingen liederen als Helden in Duitsland en De strijd moet doorgaan.

Strategie

In heel Duitsland is het geweld door uiterst rechtse groepen vorig jaar met tien procent gestegen. Maandelijks worden gemiddeld 180 van dergelijke gewelddaden geregistreerd. In het oosten van Duitsland is het extreem-rechtse geweld echter verdubbeld.

Brandenburg, het gebied rondom Berlijn, behoort tot het grootste broeinest van neo-nazistisch geweld. In deze deelstaat werden vorig jaar 376 delicten gepleegd door uiterst rechts, een jaar eerder waren het er nog 329. Ook worden de daders steeds jonger: dertien tot achttien jaar is heel normaal. Zeker tachtig steden en dorpen in Brandenburg hebben met extreem-rechtse acties te kampen; de helft is regelmatig het toneel van neo-nazistisch geweld.

In zijn piepkleine kantoor op het politiebureau zegt Klinder: “Almaar vaker zien we rechts-radicalen provocerend in groepjes door de stad trekken.” Het lijkt, zegt de agent, alsof de neo-nazi's sinds vorig jaar hun strategie hebben veranderd. “Alsof iemand op ze heeft ingepraat en er meer organisatie achter het geweld zit.”

Ook uit het onderzoek van het Regionale Bureau voor Buitenlanders en Jeugdwerk in Berlijn blijkt, dat extreem-rechts beter georganiseerd is. Volgens de criminoloog Bernd Wagner (42), die het onderzoek heeft verricht, voert het neo-nazistische kader in de Oostduitse deelstaten een harde strijd om controle te krijgen op scholen en jeugdclubs. Wagner werkt bij het 'mobiele adviesteam' van de Afdeling Buitenlanders van de regering in Brandenburg, een soort brandweer die bij de brandhaarden van extreem-rechts wordt ingezet: in scholen, jeugdhonken en scholierencafés. Een derde van de tieners in het oosten heeft een extreem-rechtse oriëntatie gekregen, zegt Wagner bezorgd. Hij spreekt van een 'kwantumsprong'.

Ook heeft een intellectualisering plaatsgevonden, waardoor extreem-rechts op stijgende resonantie kan rekenen, tot in de academische wereld toe. De verheerlijking en vergoeilijking van het nazi-verleden gaat bij sommige groepen schuil onder bezorgdheid voor 'de sociale kwestie' of 'de hoge werkloosheid', blijkt uit een bericht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). De BVD noemt 'democratische vermomming' de nieuwste trend in het Duitse rechts-extremisme. Door deelname aan politiek-intellectuele debatten proberen uiterst rechtse organisaties (Nieuw Rechts, bijvoorbeeld, en Nationaal Revolutionairen) bij beter opgeleide jongeren voet aan de grond te krijgen. Daarmee probeert een deel van extreem-rechts in het oosten uit de schaduw van zijn ondergrondse bestaan te komen. Officieel zijn vijandige uitingen tegen de grondwet niet verboden in de Bondsrepubliek. Ook kan iedereen een politieke partij oprichten. Maar zodra het 'politiek opportuun' is, kan de minister van Binnenlandse Zaken een organisatie verbieden. Zodra deze bijvoorbeeld 'agressief strijdlustig' zijn of strafbare feiten begaan. In totaal geldt voor zeventien uiterst rechtse en neo-nazistische groeperingen een verbod.

De overige extreem-rechtse organisaties opereren in het schemerduister. Volgens de BVD bedraagt het aantal leden van extreem-rechtse clubs, verenigingen en Kameradschaften 47.000; vorig jaar steeg het ledenaantal met 2.000. Ook de aanhang van officieel georganiseerde rechts-radicale partijen nam toe zoals de Republikaner en de NPD (Nationale Partij Duitsland). De NPD zit nog onder de kiesdrempel van vijf procent. De Republikaner schommelen er in sommige deelstaten net boven.

Zieltjes

In Eberswalde werft extreem-rechts actief op scholen om zieltjes te winnen, zegt de 29-jarige Kai Jahns. Hij werkt voor het Bureau voor Buitenlanders en Jeugdzaken in Eberswalde. Met leuzen als 'Stop de sociale afbouw' en 'Strijd tegen de massawerkloosheid' probeert extreem-rechts steun te krijgen. Holger Zschoge, leraar in een dorp verderop, werd onlangs na de les opgewacht door een groep van zes 'skins', omdat hij had meegedaan aan een briefkaartenactie tegen extreem-rechts. De leider van de skins is een militante neo-nazi, die net uit de cel komt omdat hij een Pool heeft doodgeslagen. “Ik laat me niet gauw intimideren”, zegt Zschoge. Maar “een beetje bang” was hij wel toen ze later voor zijn huisdeur stonden.

In de DDR bestond ook neo-nazisme, maar het verschijnsel was marginaal. Tot de hereniging. Wagner: “Van het ene moment op het andere werd in het oosten de vijandigheid tegenover buitenlanders openlijk geuit. Ook verbond de bestaande extreem-rechtse jeugd zich met het Westduitse netwerk van neo-nazistische organisaties.” Tientallen verboden groepen zoals het Nationaal Front, de Vikingjeugd en Duits Alternatief opereren in oost-Duitsland, blijkt uit het onderzoek.

Volgens Wagner is in sommige dorpen een heimelijke coalitie gesloten tussen de extreem-rechtse jeugd en het völkisch georiënteerde deel van de bevolking, dat stil instemt met de acties. Het wrangste voorbeeld is het Brandenburgse Dolgenbrodt, ten zuidoosten van Berlijn. Vier jaar geleden werd in het dorp met zijn vele mooie bungalows en houten huizen aan het water, een woning van asielzoekers in brand gestoken. Na een langdurig en moeizaam onderzoek kwam pas vorig jaar aan het licht, dat vier inwoners skinheads, onder wie een elektricien en monteur, hadden betaald om de woning in brand te steken. In het huis van de monteur, hadden vader en zoon - de 'dorps-skin' - de molotov-cocktails in elkaar gedraaid, waarmee de asielzoekerswoning in vlammen was geraakt.

Dolgenbrodt was een extreem geval. “Maar ook in Eberswalde bleef het akelig stil na de dood van de Angolees Amadeo”, zegt Wagner. Geen ophef, nauwelijks protest. Alsof het niemand kon schelen.

Links slaat terug

Dit is Duitsland niet meer, dit is Zuid-Afrika, denkt Mvuama telkens als er weer een gekleurde medemens in elkaar wordt geslagen. “Onbegrijpelijk. Niemand reageerde.”, zegt Moises Mvuama, een Angolese vriend van Amadeu, die ook in Eberswalde woont. Thuis, in Angola heeft hij nooit gehoord dat een witte werd afgeranseld. “Die 'skins' en 'faschos' schelden hier openlijk op je, alsof een Afrikaan niets waard is.” Mvuama is werktuigbouwkundige en woont al elf jaar in Eberswalde. Hij wil zich niet bang laten maken. “Ik loop in de stad waar ik wil. Als er een probleem ontstaat, praat ik wel met die mensen. Wij moeten hier toch ook kunnen leven. Gelukkig zijn er Duitsers die er anders over denken. Alleen toen ik hoorde dat er ook in het leger neo-nazi's zitten, dacht ik: slapen jullie allemaal?”

Intussen is een keerpunt bereikt. 'Links' begint terug te slaan. In steden als Maagdenburg, maar ook in Eberswalde, hebben punks en neo-nazi's elkaar de oorlog verklaard. Wraakacties monden regelmatig uit in knokpartijen. Keren de jaren twintig terug, toen rechtse en linkse knokploegen de Weimar-republiek uitholden? Klinder: “In 1997 vonden in Eberswalde evenveel gewelddaden plaats van extreem-rechts als van extreem-links.” De opstelling tussen beide partijen verhardt. Verschillende delen van de stad zijn verdeeld in links en rechts. “De 'vijand' kan daar beter niet komen.”

Maar de neo-nazi's lokken het geweld uit, hebben al vele doden op hun geweten en ondermijnen de staat. Zij baren Klinder en de sociaal-democratische regering van Brandenburg de meeste zorgen. Steeds meer buitenlanders in Berlijn mijden inmiddels het mooie landschap van Brandenburg. Plaatsen als Eberswalde of Königs Wusterhausen zijn voor veel Afro-Duitsers 'verboden gebied' geworden, stelde de Initiatiefgroep Duitsers en Zwarten in de Bondsrepubliek in Berlijn onlangs vast. Er is een angstcultuur ontstaan. Sommige stadsbesturen in Brandenburg hebben buitenlanders gewaarschuwd, dat ze 's avonds beter binnen kunnen blijven.

De sociaal-democratische regering van de deelstaat noemt de situatie 'alarmerend'. Vorige week stelde minister-president Manfred Stolpe een speciale mobiele brigade in, die in de volksmond al 'Rambo's tegen rechts' wordt genoemd. Een groep van 35 agenten, die overal in de deelstaat verrassingsacties moet kunnen uitvoeren om agressieve neo-nazistische jongeren op te pakken. Een vliegende politiebrigade, die rechtse geweldplegers meteen arresteert, slaat aan in verkiezingstijd, zegt Klinder, enigszins schamper.

Volgens hem moet veel meer aan preventie worden gedaan. Frustratie is een belangrijke oorzaak van veel rechts geweld. “De uitzichtloosheid is groot. Alleen al in Eberswalde is ruim 23 procent van de beroepsbevolking werkloos. Veel bedrijven hebben de deur gesloten. Het aantal leerlingenbanen is dun geworden. Dan ontstaat Frust. Ze willen niet meer naar school, want werk krijgen ze toch niet. Op mavo en lbo praten sommige leraren scholieren al aan, dat leren geen zin heeft. Als ze dan thuis nog horen dat dit onder Hitler nooit gebeurd was en dat Kanaken het Duitse leven verzieken, is de verkeerde weg snel ingeslagen.”

Het stadsbestuur moet de problemen van jongeren veel actiever te lijf gaan, vindt hij. “Op scholen moet meer geschiedenisles worden gegeven, zodat men weet hoe het tijdens het Derde Rijk toeging.” Ook zijn structurele voorzieningen nodig zoals werkgelegenheidsprojecten en zinvolle vrije tijdsbesteding. “Jongeren moeten stageplaatsen krijgen bij overheid en bedrijven, zodat ze ophouden met het in elkaar slaan van Turken of Afrikanen, die zogenaamd hun baan in beslag nemen.” Maar juist op deze belangrijke voorzieningen wordt bezuinigd, aldus Klinder.

Frank Stein werkt in het clubhuis Domizil, dat speciaal door de gemeente is opgericht om 'rechts gerichte' jongeren van de straat te houden. Domizil is een barak, die wat afgelegen achter het busstation ligt. “Sommigen hebben chaos in hun hoofd”, zegt Frank over zijn cliëntèle.

Hij probeert ze 'andere waarden' bij te brengen. “Als ik een jongen over zijn 'te gekke' opa hoor praten, die de slag van de Duitsers bij Cognac verheerlijkt, vertel ik over de lelijke kant van de oorlog.” En als hij een vijftienjarige hoort schelden op de Polen, die zijn vader - een bouwvakker - werkloos hebben gemaakt, geeft Frank ook tegengas. “Maar hoe meet ik het effect?”

De clubhuizen voor extreem-rechts zijn niet onomstreden. In het Leibniz-Viertel van Eberswalde ontwikkelde jeugdhonk de Schulgarten zich tot een broedplaats voor rechts-radicale acties en het is na korte tijd door de politie weer gesloten.

Onderzoeker Bernd Wagner vindt dat politici het te veel laten afweten. “Het thema extreem-rechts is taboe geworden. Het grote zwijgen over de vergrijpen van extreem-rechts is normaal geworden.” Barbara John, die in de Berlijnse Senaat de afdeling Buitenlanders leidt, waarschuwde de regering onlangs, dat ze 'het pijnlijke probleem' van rechts geweld onder ogen moet zien. Ze riep de Brandenburgers op het verzet te mobiliseren.

Politieman Klinder in Eberswalde: “Het is hier nog geen Weimar, jaren twintig. Maar er zijn parallellen. Destijds gingen uiterst rechts en links elkaar ook te lijf.”