Europese Unie grote afwezige in Aziatische crisis

De VS bemoeien zich actief met de crisis in Azië. De Europese Unie houdt zich opvallend afzijdig. Elke lidstaat probeert zijn eigen belangen te beschermen. 'Juist nu Azië in brand staat, laat Europa het afweten'.

SINGAPORE / ROTTERDAM, 24 JAN. Vorige week kwam voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie naar Singapore om te spreken over 'Europa en de financiële crisis in AzieEË'. Het was de eerste keer sinds de verscherping van de crisis, dat 'Europa' zich rechtstreeks mengde in het internationale dispuut over de economische teloorgang van het Aziatische mirakel. Maar anders dan de titel van zijn speech deed vermoeden - 'Een duidelijke weg voorwaarts voor de Aziaten' - werden de toehoorders niet veel wijzer van Santers woorden. Behalve de vaststelling dat de “economische fundamenten van Azië gezond blijven” kwam hij niet veel verder dan de conclusie dat een snelle economische expansie gepaard moet gaan “een gezond, doorzichtig en open politiek raamwerk” en dat “corrigerende maatregen het meest effectief zijn als ze snel worden genomen”.

Erg onder de indruk van Santers analyse waren de toehoorders in Singapore niet.Zelfs EU-diplomaten ter plekke toonden zich ontstemd over het wollige taalgebruik. De Europese Unie heeft er minder moeite mee duidelijke stellingen te betrekken als het gaat om mensenrechten, verwoordt een van hen zijn verontwaardiging. “Wanneer in Oost-Timor iets gebeurd, eist de EU onmiddellijk tekst en uitleg. Maar uitgerekend nu de wereld hier in brand staat en de Aziaten ons echt nodig hebben, doen we niets.”

Het Europese stilzwijgen staat in schril contrast met de opvallende bemoeienis die de Verenigde Staten de afgelopen weken ten toon hebben gespreid. Toen de Indonesische roepia begin deze maand in een vrije val terecht kwam, was de Amerikaanse president Clinton de eerste om de belaagde president Soeharto telefonisch moed in te spreken. In het kielzog van de spoedmissie van het Internationaal Monetarair Fonds (IMF) naar Jakarta, stuurde Washington zijn eigen onderminister van Financiën, Lawrence Summers, naar de bedreigde regio. Bovendien maakte de Amerikaanse minister van Defensie, William Cohen, de afgelopen twee weken een uitgebreide toernee door Azië. Die eerder uitgestelde reis was al langer gepland, maar illustreert wel dat Amerikaanse economische belangen en veiligheidsbelangen in elkaars verlengde liggen.

Voor de VS geldt dat 'eigenbelang' de belangrijkste drijfveer is voor de poging om - los van de internationale inspanningen via het IMF en aanverwante organisaties waaraan ook de Europese landen hun financiële bijdrage leveren - de Aziatische crisis in te dammen, of om in ieder geval de stellige indruk te wekken dat de crisis effectief wordt aangepakt. “Dertig procent van de Amerikaanse export gaat naar Azië. Miljoenen banen in de VS zijn daarvan afhankelijk. En we hebben 100.000 soldaten gestationeerd in Azië”, zei de Amerikaanse minister van Financiën, Robert Rubin, deze week. Rubin doet er alles aan de Amerikaanse economie en en passant 'Wallstreet' uit de wind te houden. Hij doet dat met des te meer ijver omdat - anders dan in de Europa - de openlijke weerstand in de VS tegen de onder IMF-regie opgetuigde reddingsoperatie voor Thailand, Zuid-Korea en Indonesië groot is. De Amerikaanse regering moet het Congres er nog van zien te overtuigen dat het IMF-geld goed besteed zal worden. Tegelijkertijd waakt minister Cohen over de Amerikaanse veiligheidsbelangen in de regio. In Thailand riep hij Amerikaanse toeleveranciers van defensiematerieel vorige week op “soepel” te zijn bij hun betalingsvoorwaarden, met Singapore kwam hij overeen dat Amerikaanse oorlogsbodems ook in de toekomst gebruik mogen maken van een nieuwe marinebasis, en in Seoul veroordeelde hij deze week plannen van de Zuid-Koreaanse regering om te bezuinigen op de defensie-uitgaven.

Ook voor Europa staan grote (financiële en economische) belangen op het spel. De lauwe openlijke reactie op de Aziatische crisis onderstreept evenwel opnieuw de paradox dat de EU thans naar binnen toe is gefixeerd op de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU), terwijl het buitenlandse beleid van die EU als vanouds niet in Brussel wordt bepaald, maar in de hoofdsteden van de lidstaten. Europa in het buitenland, dat zijn vooral Londen, Parijs en Bonn.

Veelbetekenend is bijvoorbeeld dat de Indonesische president Soeharto eerder deze maand ook een telefonische steunbetuiging kreeg van de Duitse bondskanselier Kohl. Dat heeft ongetwijfeld te maken met persoonlijke sympathieën, maar ook met de grote Duitse financiële belangen in de regio. Juist in het recente verleden hebben Duitse banken, op vraag van het expanderende bedrijfsleven, hun aanwezigheid in Azië sterk opgevoerd. Afgaande op gegevens van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in Bazel hebben de Duitse banken naar schatting voor 47,2 miljard aan leningen in Azië uitstaan, meer dan banken uit andere landen.

Tegen die achtergrond is er natuurlijk niets mis met een persoonlijk telefoontje van Kohl. Maar het gescheiden optreden van de Europese landen, voedt in Azië wel het besef dat de EU naar buiten toe nog lang geen 'eenheid' is, zegt een analist in Kuala Lumpur. Wat meer is: de indruk wordt gewekt dat de Europese landen ieder voor zich meer uit zijn op het beschermen van eigen belangen en het proberen voordeel te halen uit de huidige crisis, dan dat ze collectief begaan zijn met het lot van hun Aziatische partners. “Dat is natuurlijk ook een kwestie van public relations. De Amerikanen pakken het veel slimmer aan. Ze kweken met hun krachtdadig optreden naar buiten toe veel good will, terwijl de EU als blok afzijdig blijft en Europese bedrijven, vooral banken, de indruk wekken als aasgieren boven bijna failliete bedrijven in Azië te hangen om straks toe te happen”, aldus de analist.

De 'verdeeldheid' aan Europese zijde werd deze week nog eens onderstreept door het bezoek van de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, aan Peking en Hongkong, de vroegere Britse kroonkolonie. Cook was niet zozeer op bezoek omdat Groot-Brittannië momenteel voorzitter is van de EU - al gaf hij wel een lijstje af met namen van gevangen Chinese dissidenten waarover de EU opheldering wil hebben - maar vooral om “een nieuwe start” te maken in de Brits-Chinese betrekkingen. Daags na Cook arriveerde zijn Franse ambtgenoot, Hubert Védrine, met hetzelfde lijstje in Peking. Maar ook hij kwam niet in de eerste plaats namens de EU, maar wel in de wetenschap dat zijn Chinese gastheren niet zijn vergeten hoe Parijs er vorig jaar voor zorgde dat een gezamenlijk EU-voorstel werd getorpedeerd om China door de VN te laten veroordelen voor schendingen van de mensenrechten.

De bezoeken van Cook en Védrine gingen niet ongemerkt voorbij in de internationale media. Maar ook in Peking scoorden de Amerikanen afgelopen week het hoogst in de publieke belangstelling. Defensie-minister Cohen bezocht China al begin van deze week, en hij kreeg in Peking een rondleiding in het geheime commandocentrum voor luchtverdediging. Hij was de eerste buitenlandse bezoeker in het militaire complex, waarvan het bestaan tot voor kort nog werd ontkend. Zo ver zijn de Europeanen nog lang niet in Azië doorgedrongen.