Emplooibaar

'Kennis zal steeds sneller verouderen. Het belangrijkste algemene geschiktheidscriterium wordt employability: werknemers zullen breed inzetbaar moeten blijven.'' Aldus een van de thema's op een symposium in Breda dat nog moet komen nu ik dit schrijf en net achter de rug zal zijn wanneer u dit leest. Het is duidelijk dat die breed inzetbare, emplooibare werknemer door het onderwijs moet worden geleverd.

Scholen moeten er dus naar streven mensen af te leveren die weten dat ze een prijs waard zijn en die het gewoon vinden zich in te spannen om die prijs waard te blijven. Goed voor de ontwikkeling van die mensen zelf, prettig voor hun collega's en hun bazen, prima voor hun zelfbewustzijn. Hoe rampzalig het is wanneer geen eisen worden gesteld, leert de sector onderwijs. Omdat employability of iets wat daarop lijkt geen criterium mocht zijn toen er werd gekrompen en personeel op straat werd gezet, heeft men er te kampen met medewerkers die misschien in een ver verleden ooit voor hun taak berekend waren, maar dat al lang niet meer zijn. De flexibiliteit moet dus geheel komen van de jongeren, met als gevolg een schandelijke kloof tussen de onwrikbare rechtspositie van ouderen en het uitzendcontract van jongeren. In zo'n cultuur is rechtspositionele zekerheid de vanzelfsprekende droom van iedere medewerker.

Als je anderen bepaald gedrag wilt aanleren, moet je dat ook voorleven. Wie dus wil dat leerlingen flexibel en leergierig zijn en met die instelling ook de school verlaten, zal zelf die houding moeten uitstralen. Wat betreft de flexibiliteit is dat gezien het voorgaande een onmogelijke eis. Wat betreft de leergierigheid, het volgende.

Enige tijd geleden sprak ik op een studiedag van een school. Aan het slot daarvan vertelde een aantal deelnemers wat hij die dag aan nieuws had gehoord of wat haar aan het nadenken had gezet. Dat waren voor iedereen heel verschillende zaken, maar één ding was duidelijk: ik was daar op bezoek bij een lerende organisatie. Gezien de hiervoor geschetste personele ontwikkelingen is het niet verwonderlijk dat ik in mijn contacten met het onderwijs vaker het tegendeel meemaak, dat aan het eind van een studiedag, met verschillende sprekers en discussie, wordt gezegd 'niks nieuws' te hebben gehoord en dus ook niets te hebben geleerd. Iets leren heeft niet zozeer te maken met de vraag hoe nieuw het is wat wordt verteld, als wel met het vermogen om het vertelde in verband te brengen met kennis die je al bezit. Of je iets leert is dus vooral afhankelijk van je vermogen om nieuwe verbindingen te leggen, ofwel, negatief geformuleerd, van de mate waarin je verstard, vastgeroest bent.

Terug naar de vraag hoe te bereiken dat het onderwijs emplooibare mensen aflevert. Door ervoor te zorgen dat de opleiders van die leerlingen dat gedrag voorleven, dat scholen instellingen worden waar leraren vertellen wat ze nu weer hebben gehoord, gelezen, bestudeerd en waar ze zich over verbazen. En niet door uit te stralen dat je het allemaal al lang weet en gezien hebt.

Dat mogen wij dus van leraren verwachten. En wat mogen de leraren van ons verwachten? Dat hun de tijd wordt gegund zich ergens in te verdiepen. Dit nu is alleen mogelijk als we voor dat onderwijs ook een redelijke prijs willen betalen. Wat het voortgezet onderwijs betreft valt te denken aan een verhoging van de onderwijsuitgaven met zo'n vijftig procent. Niet dat zoiets meteen tot wonderen zal leiden: uiteindelijk behoren we dan voor wat betreft de onderwijsuitgaven voor deze sector tot de matige middenmoters van de Westerse wereld.