Dinosauruseieren mogelijk gelegd door grote loopvogels

Op tal van plaatsen op aarde zijn fossiele eieren van soms wel enkele decimeters groot gevonden die worden toegeschreven aan dinosaurussen. Van vogels zijn nooit fossiele resten gevonden die zo vroeg in de aardgeschiedenis leefden en die groot genoeg waren om zulke grote eieren te kunnen leggen.

Een recente vondst in Zuid-Frankrijk levert een ander gezichtspunt op (Journalof the Geological Society, januari 1998). Onderzoekers van de Université de Bourgogne en van het Musée de Dinosaures hebben in de Languedoc, op een plaatswaar ook veel 'dinosauruseieren' (tot circa 20 cm groot) zijn gevonden, nu ook fossiele botten aangetroffen die afkomstig lijken te zijn van een grote loopvogel, die wat zijn bouw betreft overeenkomsten vertoont met de huidige struisvogels. De afzettingen waarin zowel de eieren als de vogelbotten zijn gevonden, dateren van circa 72 miljoen jaar geleden (Laat-Krijt), dus van betrekkelijk kort voordat de dinosauriërs uitstierven (65 miljoen jaar geleden).

Het bekken van de 'proto-struisvogel' meet ongeveer 18x20 cm en is nogal massief, wat een indicatie is dat het desbetreffende dier waarschijnlijk geen vlieger was. Ook zijn gewicht, dat de onderzoekers schatten op 141 kg, lijkt vliegen uit te sluiten. De nieuwe soort is door de onderzoekers Gargantuavis philoinos genoemd. Dat het om een vogel gaat, wordt door collega's van de onderzoekers zeer aannemelijk geacht. Niet alleen vanwege de anatomische kenmerken van de gevonden botten, maar ook omdat tal van de (kleinere) eieren die in de nabije omgeving van de vindplaats van de botten zijn aangetroffen, al eerder waren herkend als vogeleieren. Maar dat er in zo'n vroeg stadium van hun evolutie al zulke grote vogels zouden hebben bestaan, was niet op basis van fossiele vondsten bekend.