De wreedheid van Victoriaanse engeltjes

Victorian Fairy Painting, Royal Academy, Piccadilly, Londen, tot 9/2. Dagelijks 10-18.00u

Elfjes hebben niet alleen het vermogen om dromen van mensen te sturen, ze kunnen diezelfde personen ook wakend misleiden. En hun macht is gigantisch, zeker als ze met duizenden en duizenden zijn, zoals op de tentoonstelling Victorian Fairy Painting in de Londense Royal Academy.

Hoe anders is het te verklaren dat de expositie van eigentijdse Britse kunstenaars, Sensation, in diezelfde Royal Academy nog onlangs zoveel weerstand wekte? Omdat er een dood beest op sterk water te zien was, naast een portret van de kindermoordenares Myra Hindley, opgebouwd uit de handafdrukken van kleuters. Bezoekers werden bij de ingang door een bord gewaarschuwd dat de aanblik van sommige werken schokkend, aanstootgevend zelfs, kon zijn.

Terwijl zo'n waarschuwing pijnlijk ontbreekt bij de expositie van Victoriaanse elfjesschilderijen. Omdat er kennelijk ten onrechte van wordt uitgegaan dat elfjes en kabouters tere en lieflijke wezentjes zijn die de onbedorven kindergeest bevolken.

Het resultaat is dat hele kuddes kleuterklassen zich verdringen voor 19de-eeuwse doeken waarop het krioelt van geweld en ontucht. De luchtigste werken tonen massale orgieën van een keurcorps aan Lolita's, al dan niet voorzien van paddestoel. In de meerderheid zijn de troebele, duistere schilderijen, tableaux van het onderbewuste, vol verwijzingen naar drugs, sadisme en dood. De Victoriaanse sprookjeswereld wordt geterroriseerd door gnomen, kobolds, trollen en sirenen. Wie naar tekenen van onschuld hunkert, kan alleen terecht bij de illustraties van kinderboeken die op de tentoonstelling ook zijn te zien.

De Victoriaanse fascinatie voor feeën viel samen met een revival van Shakespeare in het theater. Hoofdfiguren uit The Tempest en A Midsummer Night's Dream, zoals Oberon, Titania, Puck en Bottom, vormden de belangrijkste inspiratiebron voor schilders. Als tegenwicht voor het materialisme van Darwins evolutietheorie en eerder van de Industriële Revolutie bood hang naar het bovennatuurlijke een verleidelijke vluchtweg. Het schilderen van elfjes was net zozeer een uiting van de tijdgeest als het laten dansen van tafels of het aanroepen van geesten en andere vormen van spiritistisch tijdverdrijf.

Die mode stierf pas bij de eeuwwisseling een plotselinge dood. Volgens de samenstellers van de Londense expositie omdat de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog definitief een einde maakten aan de gedachte van een sprookjeswereld. Alsof sprookjes niet altijd al net zo gruwelijk als de werkelijkheid zijn geweest. Misschien was het keerpunt wel de publicatie van Freuds Traumdeutung in 1900. Daarna kon het onderbewuste nooit meer argeloos op het doek worden verbeeld.

Belangstelling voor de lang verguisde Victoriaanse sprookjesschilderijen is de laatste tijd weer sterk stijgend. Bij een veiling door Sotheby's in november bracht een serie van deze doeken drie keer zoveel geld op als was verwacht. Die wederopleving past in een algeheel reveil van het elfje. In het Verenigd Koninkrijk werden in het genre de afgelopen paar weken vier boeken en twee films - Fairytale en Photographing Fairies - op de markt gebracht.

Die beginnende cult belette de kunstcriticus Waldemar Janusczak niet om de sprookjesschilderijen in The Sunday Times af te doen 'als een hopeloos inferieur specialisme, geschapen door een onsamenhangend stelletje ongetalenteerde en vaak onevenwichtige zwoegers'. Met die hardvochtige kenschets verwijst hij naar het grote aantal geesteszieken en druggebruikers onder de schilders die zich op sprookjestaferelen concentreerden. John Anster Fitzgerald kon niet schilderen als hij geen geestverruimende middelen geslikt had, wat uitbundig geïllustreerd wordt door zijn hallucinerende doeken. The stuff that dreams are made of, heet één schilderij. Charles Altamont Doyle, de vader van Sherlock-schepper Sir Arthur Conan Doyle, stierf in een gekkenhuis na een leven vol alcohol en drugs. Richard Dadd, de beroemdste Britse sprookjesschilder, vermoordde zijn vader en eindigde zijn leven in een krankzinnigengesticht.

Van Dadd is het meest indrukwekkende schilderij op de expositie, The Fairy Feller's Masterstroke, waarop een menigte gedrochten wacht tot een eikel wordt gekliefd. Onrustbarend, waanzinnig en afzichtelijk, zoals alleen een luguber sprookje kan zijn.