De verplaatsing van de hoofdstad van Kazachstan; Het witte graf op de steppe; Vervallen, verwaaid, verfomfaaid

Over een paar dagen zetelt het Kazachse parlement niet meer in het lommerrijke Almaty, maar in de nieuwe hoofdstad Akmola. Dertienhonderd kilometer verderop, op de winderige steppe. Ambtenaren en diplomaten staan niet te springen om president Nazarbajev te volgen. Maar misschien was dat juist wel een van de redenen voor de verhuizing.

Nikita Chroesjtsjov, zoon van een mijnwerker, kondigt in januari 1954 zijn meest ambitieuze plan aan: de ontginning van dertien miljoen hectare braakland, in Kazachstan. Zes keer Nederland ineens op de schop. Zes dagen later onthult de partijleider de termijn: voor het eind van 1955 moet de steppe zijn omgetoverd in bouwland. Nog een week later zegt hij: jullie hebben het niet goed begrepen, alles moet nog dit jaar, in 1954, gereed zijn. Op 15 februari heeft hij het niet meer over dertien miljoen hectare, maar over vijftien miljoen. “Vijftien is het minimum, we streven maar 25 miljoen”, licht hij het Politbureau in. Als de diepploegen het grasland al volop aan het scheuren zijn, in juni 1954, schroeft hij het streven op tot dertig miljoen voor het einde van 1956. In het midden van het Braakland-project moet ook een nieuwe stad komen: Tselinograd, Braaklandstad. Deze stad verrijst op de plaats van de nederzetting Akmola en moet de landbouwhoofdstad van de hele Sovjet-Unie worden.

Tweeëndertig jaar nadien, in juli 1996, kondigt Noersoeltan Nazarbajev, zoon van een schaapherder, een nieuw prestigeproject aan: de verhuizing van de hoofdstad van Kazachstan van Almaty, voorheen Alma Ata, naar het geografische midden van het land. Daar ligt Tselinograd. Vervallen, verwaaid, verfomfaaid. Nu de dictatuur van het proletariaat voorbij is, heet dit agrarische centrum weer Akmola. Akmola betekent Wit Graf. Elke winter raakt dit mathematisch ontworpen flatdorp begraven onder de sneeuwduinen; de spoorweg en de landingsbaan zijn dan niet meer bruikbaar en de bewoners, geheel afgesneden van de civilisatie op een van de onmetelijkste en meest desolate vlaktes ter wereld, kunnen niets anders doen dan wachten. Toch heeft president Nazarbajev opdracht gegeven om van Akmola een metropool met internationale allure te maken, van waaruit het lot van de soevereine republiek Kazachstan zal worden bepaald. Kazachstan heeft ongeveer evenveel inwoners als Nederland (zestien miljoen) maar is 73 keer zo groot, en de afstand tussen Akmola en het lommerrijke, tegen de bergen gevleide Almaty bedraagt 1.318 kilometer. “De verhuizing is niet tijdelijk en moet voor het jaar 2000 voltooid zijn”, proclameert de president. Begin 1997 stelt hij de termijn bij: in januari 1998 zetelen president en regering in Akmola, de nieuwe hoofdstad van Kazachstan.

Van animo om te verhuizen naar de winderige steppe is onder diplomaten geen sprake. Van de vijftig diplomatieke 'missies' die sinds de Kazachse onafhankelijkheid in 1991 in Almaty zijn neergestreken, loopt er niet één warm voor verhuizing. Zij zitten er niet voor de president, maar voor de talrijke bedrijven die Almaty hebben gekozen als uitvalsbasis voor de verovering van de Centraal-Aziatische markten. Of, zoals de Nederlandszaakgelastigde in Kazachstan zegt: “CEBECO Handelsraad zit hier om pootaardappels te verkopen, de ABN Amro heeft een groot kantoor, en ook de nationale bank en de pas geopende beurs zitten in Almaty. Zelfs al verhuist de president, de financiële hoofdstad blijft voorlopig hier.” Voor zijn vertegenwoordiging in Kazachstan heeft Nederland een mooi pand gekocht. Niet in Akmola, maar in Almaty.

Niemand wil weg uit deze machtige miljoenenstad, gelegen op een hellend terras aan de voet het Tien-Sjan gebergte. Alma Ata is een bruisende, voor Centraal-Aziatische begrippen mondaine stad geworden. Op straat zie je modieus geklede Kazachen met aktentassen onder de oksel de trappen van spiegelkantoren beklimmen. Anders dan hun voorouders drinken zij geen kumis meer, gefermenteerde paardenmelk, maar whisky of wodka.

De Nederlandse ambassade is een gifgroen huis in semi-klassieke stijl. Ambassadeurs en chargé's d'affairs uit heel Europa hebben hier in december afspraken gemaakt over wat te doen bij een eventuele gedwongen verbanning naar de binnenlanden. Zij kenden Nazarbajev als een gematigd leider, het Westen welgezind, een evenwichtskunstenaar die zijn autobiografie de titel Zonder links en rechts meegaf. Vaderlijk autoritair, maar niet grillig. Totdat hij over de verplaatsing van de hoofdstad begon (“om de rol van Kazachstan in de geopolitieke arena te consolideren”) en over 'etno-demografie' (het uitbalanceren van de twee grootste bevolkingscomponenten, de islamitische Kazachen en de orthodoxe Russen).

In oktober ontvingen alle ambassades een missive over het vertrek van een feestelijke verhuistrein waarin de vlag en het wapenschild, samen met de hoge ambtenarij, naar Akmola zouden reizen. 10 uur 30: Verzamelen op het Plein van de Republiek 11 uur 20: Toespraak President 11 uur 30: Vlag en Wapenschild verlaten het Presidentieel Paleis 11 uur 45: Ambtenaren vertrekken naar de treinen

Het corps diplomatique werd geacht de Kazachse landsdienaren uit te zwaaien en zelf twee dagen later per chartervliegtuig een beleefdheidsbezoek af te leggen aan de nieuwe hoofdstad, en wel tegen het speciale tarief van 230 dollar per persoon, lunch niet inbegrepen. De meeste diplomaten hadden al een ticket, maar 48 uur van tevoren werd zowel de verhuizing als het uitstapje afgelast.

Hofhouding

Kort na de mislukte verhuispoging begon het Kazachse ministerie van Buitenlandse Zaken opnieuw aan te dringen. Er ging een enquête de deur uit, met stippellijntjes waarop het gewenste aantal vierkante meters kantoorruimte, de grootte van de ambassadeurswoning en de frequentie van het sauna- en tennisbanengebruik ingevuld diende te worden. Op een dag in november verdween Buitenlandse Zaken uit Almaty, om een week later op te duiken in het door Chroesjtsjov gebouwde Hotel Moskou in Akmola.

De ambassades krijgen gratis grond aangeboden: twee hectare in het centrum, of drie in de buitenwijken. Onderling hebben ze afgesproken om op geen enkele aanbieding in te gaan, sterker nog, om elk officieel schrijven over de verhuizing te negeren. “Een enquête? Niet gezien, niet gehad!”

Maar op het overleg in het gifgroene 'Holland Huis' bleek dat de Litouwers al op een lapje grond hadden ingetekend. De armste landjes van Europa, die niet gewend zijn gratis bouwgrond af te slaan, blijken zich niet aan de boycot te houden. Voor de buurlanden van Kazachstan, die de verhuizing evenmin zien zitten, gelden ander overwegingen: zij willen het bevriende staatshoofd Nazarbajev niet voor het hoofd stoten. Dus heeft Oezbekistan alvast een perceel geaccepteerd en er een hek omheen gezet. En met veel vlaggezwaai en gevolksdans heeft Kirgizië de eerste steen van zijn toekomstige ambassade in Akmola gelegd.

Nazarbajev spiegelt zich graag aan Helmut Kohl, waarbij hij het project Almaty-Akmola vergelijkt met Bonn-Berlijn. De schaapherderszoon ziet zichzelf als een nieuw type heerser op het snijvlak van Europa en Azië. Een moderne, mohammedaanse grootvizier. “Hij neigt naar het oriëntaals despotisme, dat in deze streken goed gedijt”, zegt de schrijver Aleksandr Samojlenko, die hem persoonlijk kent.

Vaak spreekt het staatshoofd van 'mijn Kazachen' als hij het over zijn landgenoten heeft. Hij heeft twee gezichten, het een mild en ontspannen, het ander strak en kil. 'De president is het gezicht van de staat', staat in het fotoboek van het 58-jarige heerser, die in 1991 als enige kandidaat met 91 procent van de stemmen was gekozen. Regering en parlement zijn voor hem een deel van zijn hofhouding. Hij bruist van leiderschap, maar wat wil hij met zijn land?

Het antwoord is: Kazachstan 2030, het ontwikkelingsplan voor de komende drie decennia. Het is geen utopie, zegt de president, maar een berekende prognose van de toekomst. Hij constateert dat zijn volk nog steeds zit opgezadeld met een baaierd aan Sovjet-eigenschappen. Zoals: onnodige geheimzinnigdoenerij, inertie, corruptie, bureaucratie, nepotisme en bemoeizucht. Maar in potentie kan Kazachstan net zoveel bereiken als Taiwan, Zuid-Korea, Singapore, Indonesië. (De tekst is van voor de Aziatische beurscrisis, zoveel is duidelijk.) Tegenover deze Aziatische tijgers zet Nazarbajev het Kazachse sneeuwluipaard. Dit dier uit de bergen boven Almaty “beschikt over westerse elegantie en oosterse wijsheid en zal niet afgeschrikt worden door extreme kou, noch verslappen door de hitte van het moment”.

Kazachstan, gelegen op de immense Euraziatische vlakte, zal de eeuwenoude zijderoute laten herleven. n de 21ste eeuw zullen vrachtauto's en goederenwagons over deze 'snelweg van ontwikkeling' denderen. En helemaal in het midden, halverwege Europa en China, komt de nieuwe hoofdstad. “Denk niet dat ik Akmola zomaar hebben uitgekozen”, zegt de president. “We hebben op basis van 32 parameters een wetenschappelijke analyse laten uitvoeren. Welke stad is het meest geschikt qua ligging, infrastructuur, uitbreidingsmogelijkheden?”

Tselinograd en de omliggende sovchozen worden gebouwd met onvervalst Sovjet-enthousiasme. Met wagonladingen tegelijk stappen de jongerenbrigades uit de treinen om te helpen bij het Braaklanden-project. De vrachtwagen rijdt ze bij zonsopkomst naar de velden en haalt ze tegen het vallen van de avond weer op. De jongens en meisjes in de laadbak zingen aan één stuk door. En op verkiezingsdagen is het feest in Tselinograd, met uitbundig gezang, geflirt en gedans. Wat een opluchting vergeleken met de Stalin-tijd, toen het lege land gepokt was met een stelsel van strafkampen.

Maar met Chroesjtsjov komt de vrijheid. De door Stalin gewantrouwde en intern gedeporteerde volken (Wolga-Duitsers, Krim-Tataren, Koreanen) laten zich aansteken door de ontginningskoorts. Ook verslapt de onderdrukking van de Kazachen door de Russen, die in de volksmond 'het grote ongeluk' heet. Na de sluiting van Kazachse scholen en de russificatie van de nomaden, die hun paarden, schapen en kamelen eind jaren twintig hadden moeten opgeven, en na de daarop volgende hongersnood die aan anderhalf miljoen Kazachen het leven kostte, maakt Chroesjtsjov van Tselinograd een smeltkroes van culturen. In de hongersteppe verschijnen formaties van maaidorsers, die met wiskundige exactheid de tarwevelden afgrazen, bestuurd door machinisten van om het even welke etnische achtergrond. Op straat klinkt opgewekt: “Nationaliteit betekent hier niets.”

Opnieuw vertrekken er treinen naar Akmola. Ditmaal niet uit Moskou, maar uit Almaty. Op het tv-journaal zie je de dik ingepakte ambtenaren in de deuropening staan, een elektrisch kacheltje onder de arm. Ook de leden van het parlement, de Opperste Kenges, vertrekken met tegenzin. De laatste vlucht voor de opening van de Nieuwe Hoofdstad vertrekt om drie uur 's nachts. Het toestel is te krap; sommige geachte afgevaardigden zitten op verhuisdozen in het gangpad. 'Regeringsvracht', staat er op de zijkant. En in het Nederlands: 'Bruisend wc-poeder'.

Als schapen schuifelen de parlementsleden in het holst van de nacht de aankomsthal binnen. Alles is hier nog zoals Chroesjtsjov het drie decennia geleden heeft gebouwd, behalve dan de bordjes die wijzen naar een provisorische sluis van hardboard: 'Internationale Vluchten'.

De bejaarde taxichauffeur Sasja, die op de vertraagde Toepolev staat te wachten, vat de verwachte komst van vijftienduizend functionarissen als volgt samen: “De Kazachse horden komen ons koloniseren.” Als etnische Rus - Russen maken in de vijf aan Rusland grenzende provincies de meerderheid uit - doorziet Sasja de zetten van Nazarbajev: de president is bang dat het noorden van zijn land aansluiting zal zoeken bij Rusland, als hij niet snel de bevolkingsbalans bijstelt. Die angst is niet ongegrond, want in Moskou wemelt het van de politici die menen dat Noord-Kazachstan bij Rusland hoort. “Door de hoofdstad in het midden van het land te situeren geeft Nazarbajev aan dat hij het noorden nooit zal opgeven”, zeggen de in Almaty achtergebleven diplomaten.

Daags voor de inauguratie van Akmola roept de president per decreet een Instituut voor Demografie in het leven, dat voortaan de etnische bevolkingsopbouw per provincie zal registeren. Sasja de taxichauffeur voorspelt: “Nationaliteit wordt weer van levensbelang.”

Maar etno-demografie, geopolitiek en grootheidswaan zijn niet de enige redenen voor de zogeheten 'dislokatie van de hoofdstad'. Als een hond die zich van zijn halsband ontdoet, wurmt Nazarbajev zich uit het presidentieel paleis in Almaty, in de hoop het knellende staatsapparaat af te schudden. Uit opiniepeilingen blijkt dat maar één op de twintig ambtenaren de president wil volgen.

Dat is geen misrekening, zegt de schrijver Samojlenko in Almaty. Want in een land waar de bureaucratie Byzantijnse trekken heeft en een ambtenaar slechts in beweging komt voor iemand met blat, relaties, biedt het overplanten van 28 ministeries en instellingen een mooie gelegenheid om het onbetaalbare en topzware bestuursapparaat uit te dunnen. Een andere manier om kaf en koren te scheiden is er niet, juist omdat iedere overheidsdienaar zich in een cocon van blat heeft genesteld.

De volgende morgen schrijdt hij, met sjerp omhangen, de koepelzaal van het nieuwe volkspaleis binnen, hoewel dat nog half in de steigers staat. Hij heeft het over inzet en toewijding, over het jaar 1998 dat net als in de Sovjet-tijd een thema meekrijgt ('nationale verzoening') en over het hoge tempo waarmee de hoofdstadverplaatsing zich voltrekt.

Dan, na het spelen van het volkslied, verklaart hij Akmola tot hoofdstad van de soevereine republiek Kazachstan. Er volgt een ovatie, die minutenlang aanhoudt en langzaam overgaat in een ritmisch geklap, net als vroeger op communistische congressen. De Opperste Kenges zal na het winterreces, vanaf 26 januari 1998, zitting houden in Akmola.

Buiten staan oranje schoolbussen klaar. De sightseeing voert langs de zetel van de presidentiële garde (een vroegere peuterspeelzaal, die is opgeknapt en omgeven door een gietijzeren hek met veiligheidscamera's) en de residentie van de president (een enorme villa met een privé-moskee). De voorgevels van de gammele 'Chroesjtsjov-flats' zijn beplakt met kunststof plaatwerk om de scheuren en barsten aan het zicht te onttrekken.

De oorspronkelijke bewoners van Tselinograd bekijken de face-lift van hun stad met argwaan. De bouw van regeringswijken en ministeries brengt werk, maar ze vinden het jammer dat hun verleden uit het straatbeeld verdwijnt. Alle straatnamen, die verwezen naar kolchozen-arbeidsters en de communistische jeugd, zijn gekazachstaniseerd. De Tselinogradski Pravda heet nu de Arka Azari, en het meest karakteristieke standbeeld van Tselinograd, een uit brons gegoten tractor, is op een nacht in november van zijn voetstuk gehaald.

“Dit is geen Berlijn”, merkt de parlementariër Anwar Balatov op, terwijl hij de condens van het raampje veegt. De bus schokt over het verweerde asfalt. Overal in de volkswijken zijn de in grijze folie gewikkelde verwarmingsbuizen te zien, die als dikke stadsdarmen tussen de flats kronkelen. Geld om de heetwaterbuizen ondergronds aan te leggen is er nooit geweest; Akmola mag zich gelukkig prijzen dat het überhaupt centrale verwarming heeft.

Balatov kijkt steeds somberder. Om in de Opperste Kenges te komen, was hij gedwongen om zijn in Almaty gevestigde groothandel Rayinbek (in suiker, kip en meubels) op naam van zijn zoon te zetten. Zelf heeft hij nu via het parlement genoeg blat om zijn 'familiebedrijf' te beschermen, maar tegen welke prijs?

“Ik ga forensen”, zegt hij resoluut. Ook zijn buurman in de bus weet zeker dat hij alleen naar Akmola zal komen als het echt moet. “Ik ga mijn vrouw en kinderen deze verbanning niet aan doen.” Wie bij de laatste rij flats komt en uitkijkt over de boomloze, witte vlakte die in geen duizend kilometer een einde neemt, ondergaat de speciale Akmola-huivering in al haar hevigheid. Het is een melancholie die de schrijver Andrej Platonov in de jaren twintig opriep bij het fictieve Sovjetstadje Gradov: “Al was deze plek via rails verbonden met de hele wereld - Athene, het Appenijnse schiereiland en de oevers van de Stille Oceaan - niemand reisde erheen: er bestond geen behoefte aan.”

De in cultuur gebrachte lössbodems, de tsjernosems, geven in 1956 een oogst die alle verwachtingen overtreft. “De braaklanden worden de graanschuur van de Sovjet-Unie”, kondigt Chroesjtsjov aan. Hij laat zich fotograferen in een korenveld. Zijn strategische doel luidt: zelfvoorziening in graan voor de hele USSR. Zijn ideologische: de graanproductie van de Verenigde Staten overklassen. Als in 1958 de oogst een nieuwe piek bereikt, verheft de partijleider dat record tot norm. Maar vanaf nu worden de productiecijfers fictief, om althans op papier aan de norm te voldoen.

De löss gaat stuiven, de bodem verliest haar vruchtbaarheid. Er steken stofstormen op rond Tselinograd. Over de Kazachse steppe blaast 330 dagen per jaar een harde wind, die de rulle aarde opjaagt. “Boven de ontgonnen, jonge gebieden joegen zwarte zandstormen. De zon verduisterde zich. Op sommige dagen konden piloten niet landen: door het stof konden ze de vliegvelden niet zien”, noteert Marius Broekmeijer in Het Verdriet van Rusland. Begin jaren zestig grijpt Chroesjtsjov naar een nieuw middel: de 'chemisatie van de landbouw'. Aan de horizon verschijnen schoorstenen van kunstmest- en pesticidefabrieken. Maar het project is dan al ontspoord: de apparatsjiks meten hun produktiviteit alleen nog af aan de uitgestrooide kilogrammen chemicalien per hectare, niet meer aan de opbrengst. De rivier de Isjin wordt een riool van uitgespoeld landbouwgif. “Chroesjtsjov werd afgezet wegens avonturisme”, waarschuwen de Westerse diplomaten in Almaty. Maar Nazarbajev bewondert ongestoord de maquette van Akmola-in-het-jaar-2030, met zijn futuristische skyline en spiegeltoren van veertig hoog. 'Manhattan aan de Isjin', zeggen de parlementsleden achter zijn rug om. In het magische jaar 2030 moet de bevolking van Akmola verdubbelt zijn tot 600.000, liefst met een gelijk percentage aan Russen en Kazachen. “Ook Chroesjtsjov wilde van Tselinograd de hoofdstad van Kazachstan maken”, zegt de president, een glas champagne in de hand. “Ik zal slagen waar hij faalde.”