De Disneylandificering van het heilige Athos; Even uitblazen in de tuin van Maria

Het massatoerisme heeft Athos ontdekt. Eeuwenlang waren de kloosters op het Griekse schiereiland plaatsen geweest van afzondering en meditatie. Maar de fax, de mobiele telefoon en de afstandsbediening sluipen de monniks- cellen binnen.

Even ligt een blik van ontzetting in de ogen van de Cyprische zakenman Panayotis. “Ben je hier gekomen zonder te reserveren”, vraagt hij terwijl hij met een handddoek over de schouder naar de fonkelnieuwe douche loopt in het tiende-eeuwse Griekse klooster Vatopediou. “Maar hoe weet je dan dat de monniken plaats voor je hebben?” Dan maakt de ontzetting plaats voor tevredenheid. “Zelf heb ik mijn verblijf al maanden geleden geregeld. Per fax, vanuit Cyprus.”

Een fax als begin van een spirituele queeste - het is nieuw in de eerbiedwaardige geschiedenis van de kloostergemeenschappen bij de berg Athos, ten oosten van de Griekse stad Thessaloniki. Raspoetin dacht niet aan reserveren toen hij in 1891 drieduizend kilometer uit Siberië kwam lopen naar dit ikoon van het orthodoxe Christendom, op zoek naar geloof, hoop en liefde. En ook bij de Byzantijnse keizer Johannes V Cantacuzenus, die na zijn gedwongen aftreden in 1354 monnik werd, kwam het geen seconde op dat Athos misschien 'vol' zou zitten.

Maar inmiddels heeft het massatoerisme Athos ontdekt en zijn de monniken in trek. Zelfs zozeer dat velen zich afvragen of de kloostergemeenschap al dat enthousiasme wel zal overleven. “Kruisvaarders, Turken, ze hebben allemaal tevergeefs geprobeerd om Athos te vernietigen”, zegt Nikos, een ingenieur uit Athene die Athos enkele malen bezocht. “Maar de toeristen gaan slagen waar zij faalden. Over tien jaar staat Athos in de gidsen van de reisbureaus”.

Volgens de legende was het de Heilige Maagd Maria zelf die het schiereiland bij de berg ontdekte. Ze was op weg naar Cyprus, toen ze schipbreuk leed voor de kust van Athos. Verrukt over de schoonheid van het gebied vroeg ze Haar zoon, Jezus, om Athos tot haar 'tuin' te maken, een verzoek dat onmiddellijk door een stem uit de Hemel werd ingewilligd. Vrouwen is het verboden om voet te zetten in wat sinds 1928 een autonome deelrepubliek binnen Griekenland is. Door hun sekse doen zij immers afbreuk aan de grootheid van Maria en bovendien zouden zij de monniken wel eens op duivelse gedachten kunnen brengen. Lange tijd waren zelfs kippen taboe. Maar toen een eiwittekort bij de monniken werd vastgesteld, ging de Raad die de gemeenschap bestuurt er maar van uit dat de Theotokos (de moeder van God) bereid was een oogje dicht te knijpen.

Uitgangspunt van het kloosterleven in Athos is dat het onmogelijk is om God en de Wereld tegelijk te dienen: een echte zoektocht naar de Heer vereist concentratie en vooral afzondering. Sommige leden van de gemeenschap vatten die eis zo streng op dat ze zich teruggetrokken hebben in een grot in de bergen omdat zelfs het kloosterleven tussen hen en God in zou staan. Bezoekers die toevallig langs de grot komen, worden weggejaagd met stenen. Veel heremieten praten niet meer omdat in hun ogen geen enkel woord toereikend is om de grootheid van God te vatten. In de kloosters gebruiken de monniken de gebedsdiensten (die op sommige feestdagen wel meer dan tien uur duren) om de wereld achter zich te laten en een glimp op te vangen van Gods heerlijkheid.

Maar de vele bezoekers bedreigen juist die drang tot afzondering. “Denkt u dat het hier een religieus Disneyland is”, vraagt een monnik van het klooster Iveron kribbig als een buitenlandse bezoeker om een rondleiding langs “de schatten van het klooster” vraagt. Maar de abt van Iveron, die een doctoraat heeft van de Sorbonne, heeft inmiddels wel een monnik aangesteld die toezicht moet houden op de kerk en een groot deel van zijn tijd vult met het geven van rondleidingen langs de muurschilderingen en ikonen. Iveron heeft ook zijn medewerking verleend aan een cd-rom over de 'Heilige Gemeenschap' in Athos. 'Deze cd-rom is niets vergeleken met de majesteit van de Heilige Berg maar biedt meer dan gebruikelijk is op de markt', meldt de omslagtekst.

Andere kloosters gaan nog verder. “Toen ik bij Panteleimon aankwam, werd ik eerst onthaald op ouzo en suikersnoep”, vertelt ingenieur Nikos. “Maar ik had mijn glas nog niet leeg of een monnik gebaarde me om mee te komen. Hij dirigeerde me naar de souvenirwinkel. Met een afstandsbediening zette hij de stereoset aan en ik hoorde stemmige Russisch-orthodoxe muziek (St. Panteleimon wordt bevolkt door Russische monniken, red.). Wat is je naam, vroeg hij vriendelijk. Toen ik 'Nikos' zei liep hij weg en kwam terug met een ikoon. Die hoort bij jou, zei hij met een glimlach.”

De 32-jarige Nikos is een goed voorbeeld van het type bezoeker dat naar Athos kwam voordat het massatoerisme de twintig kloosters ontdekte. De ingenieur werd opgeleid aan de prestigieuze Polytechnische School van Athene en had een baan met vooruitzichten. Maar “met het grote geld ontstond er een even grote leegte in mijn hart”. Twee maanden geleden besloot hij ontslag te nemen. Hier in Athos wil hij nadenken over de zin van het leven.

Nikos volgt de regels die de bezoekers vroeger bij een bezoek in acht namen. Hij loopt van het ene klooster naar het andere. Pas 's ochtends als hij op pad gaat, besluit hij in welk klooster hij de volgende nacht zal doorbrengen. Lopen in de natuur helpt hem om nog eens goed over alles na te denken. Als hij om een uur of vijf in het volgende klooster aankomt, gaat hij direct naar de kerk voor de dienst. Om acht uur 's avonds gaat hij naar bed, net als de monniken. Om half vijf de volgende ochtend zit hij dan weer in de kerk, om na het ontbijt op weg te gaan naar zijn volgende reisdoel. In totaal blijft hij tien dagen in de autonome deelrepubliek.

De meeste reizigers pakken het inmiddels anders aan. Het reisplan wordt al in Athene of Thessaloniki uitgestippeld. Lopen is te veel moeite: de reizigers kiezen voor de boot of betalen monniken, die zich nog niet geheel hebben afgewend van het aardse slijk, drieduizend drachme om hen met een bestelauto van het ene klooster naar het andere te brengen.

Vaak weten de reizigers weinig tot niets van Athos of zelfs van het orthodoxe christendom. “Mag jij niet vóór in de kerk zitten omdat je niet orthodox bent”, vraagt Yannis, die advertenties inkoopt voor een grote firma in Athene verbaasd.

Yannis, die hier maar een paar dagen blijft, komt vooral voor de rust. “In Athene ren je van het ene naar het andere. Hier kunnen ze je even niet bereiken.” Maar dat 'even' is al voorbij als hij in de bus zit naar Dafne, van waar de boot van de autonome deelrepubliek naar 'Griekenland' vertrekt: zodra hij zijn draagbare telefoon weer aanzet, begint deze te rinkelen. En nog voordat de boot vertrokken is, kijkt hij weer even zorgelijk als toen hij op Athos aankwam.

Het trieste is dat de monniken zelf niet eens door hebben hoezeer het toerisme hun leven verandert”, zegt Nikos. “Want met de toeristen komt de techniek en voordat de monniken het weten, maken ze net zo deel uit van de wereld als jij en ik en is er geen ontvluchten meer aan.” Veel kloosters zijn inmiddels voorzien van elektriciteit en ook douches (voorlopg alleen nog voor de gasten) hebben hun intrede gedaan. “En bij Panteleimon”, vertelt Nikos, “staat al een mast die er voor zorgt dat je je draagbare telefoon overal kunt gebruiken.”

Veel monniken zelf zien de zaken nog niet zo somber in. Arsenios, die monnik is in Vatopediou, zat nog op de universiteit (“Ik had goede contacten, dus ik had het daar ver kunnen brengen”) toen hij een bezoek bracht aan Athos. Daar kreeg hij een visioen met de opdracht om het klooster in te treden. “Ik denk vaak aan wat Plato schrijft in het Symposion”, zegt Arsenios in zijn kantoor in Vatopediou. “Socrates moet daar kiezen tussen schoonheid en de vergankelijke schatten van de wereld enerzijds en wijsheid, de eeuwige schat, anderzijds. Het heeft een diepe indruk op mij gemaakt toen ik jong was dat Socrates voor de eeuwige rijkdom koos en de wereld afzwoer.” Terwijl Arsenios over zijn leven vertelt, dringt 'de wereld' zich echter vier keer op in de vorm van een rinkelende telefoon. Een blik op het toestel leert dat, terwijl de monnik belt, tegelijkertijd vier andere lijnen in gebruik zijn. Op de tafel achter zijn bureau staat een moderne radio-cassetterecorder.

Arsenios geeft toe dat hij graag naar het nieuws mag luisteren. “De monniken zelf beseffen pas wat er aan de hand is als het te laat is”, zegt Nikos. “Het toerisme heeft de sluis naar de wereld opengezet en die is met geen mogelijkheid meer dicht te krijgen.”

Officieel mogen maar tien buitenlandse en honderd Griekse mannen per dag de gemeenschap bezoeken. Maar een blik op het bovendek van de veerboot tussen Dafne en Ouranopolis leert dat alleen daar al tweehonderd mensen zitten. Natuurljk heeft de kerk of de Raad die de gemeenschap bestuurt, formeel het recht om in te grijpen, maar wie wil het op zijn geweten hebben om de gelovigen af te sluiten van een bron van heiligheid? En dat de gemeenschap heilig is, staat voor de gelovigen buiten kijf. “Door de eeuwen heen heeft Athos zoveel martelaren voortgebracht, dat de tel niet meer bij te houden is”, vertelt een monnik in Vatopediou. “Als de Franken kwamen, vermoordden ze vaak honderd of meer monniken in een keer. Al die broeders zijn heilig”.

Daarnaast grossiert de heilige gemeenschap in ikonen die een wonderbaarlijke werking zouden hebben. Zo kwam een schilder uit Moskou onlangs naar Vatopediou om een ikoon van Maria na te tekenen. De bewuste afbeelding van de Heilige Maagd had in Rusland een aantal kinderen op miraculeuze wijze van kanker genezen. Onlangs ook, zo vertellen de monniken, greep de Heilige Maagd, eveneens in Vatopediou, in toen een man al te dicht bij een afbeelding van de Theotokos ging staan. Getroffen door een lichtstraal viel hij ter aarde. “Hij deed aan zwarte magie”, vertelt Immanuel, een econoom uit Athene die een paar weken in het klooster logeert, “en dat kan de Heilige Maagd niet tolereren.” Zulke verhalen trekken bezoekers.

“We naderen de limiet”, zegt Yannis Chatsivotis, de officiële woordvoerder van de orthodoxe kerk in zijn kantoor in Athene. “De gemeenschap kan simpelweg niet meer bezoekers aan.” Maar wie gaat ingrijpen of wanneer kan hij niet zeggen.

Of zal de Heilige Maagd zelf weer orde op zaken moeten stellen in haar tuin? Na drie uur verdwalen tussen Karyes, de 'hoofdstad' van de heilige gemeenschap, en Iveron, doemt op een hoger gelegen pad ineens de gestalte op van een vrouw. Ze heeft een doek om haar gezicht en de blik in haar ogen is die van een mater dolorosa. Gezichtsbedrog of een verdwaalde heremiet? Een blik op reisgenoot Robert Rible, een belastinginspecteur uit Californië, leert dat ook hij de 'vrouw' heeft gezien. “A monk's babe”, zegt hij zonder aarzelen. “Monniken zijn ook mannen, en het kan 's nachts erg eenzaam worden op de berg.” Hij heeft zijn woorden nog niet uitgesproken of de gestalte is verdwenen.