Creatieve krabbels

IN GROEP ZEVEN van basisschool De Knotwilg in Papendrecht hangt een bijna gewijde sfeer van opperste concentratie. De 32 leerlingen tekenen op dezelfde maat papier en met dezelfde stiften een huis. De meeste huizen lijken opvallend veel op het soort dat in de nieuwbouwwijk rond de school staat, compleet met golvende daklijsten, kuifetages en vijvers in de tuin.

Maar er zijn ook kinderen die een 'fantasiehuis' met een puntdak tekenen, zoals dat al generaties gebeurt. Juf Renée Zanen loopt rustig door de klas. Als een meisje haar vinger opsteekt en vraagt of ze ook een tuinpad en een huisnummer mag tekenen, antwoordt ze: “Probeer wat in je hoofd opkomt via je hand op papier te zetten.”

Niet alleen in groep zeven worden op dit moment huizen getekend, maar ook in alle andere groepen van De Knotwilg. Tot aan de vier- en vijfjarigen in de kleuterklassen toe. Het is zelfs zo dat op vrijwel alle Papendrechtse basisscholen totaal ruim tweeduizend leerlingen met stift en papier in de weer zijn. Ook de peuterspeelzalen en kinderdagverblijven doen mee. Per school is een thema gekozen: je (droom)huis, jezelf, je lievelingsdier. De tekenmarathon wordt de komende jaren telkens met deze kinderen en deze thema's herhaald. Het Museum voor Moderne Kunst in Papendrecht archiveert de duizenden tekeningen zodat een representatieve collectie opgebouwd wordt die geschikt is voor onderzoek naar de bron van kinderlijke en artistieke creativiteit.

Dit grootschalige experiment is bedacht door Ignace Schretlen, huisarts en beeldend kunstenaar in Rosmalen, die zich al twintig jaar verdiept in de fascinerende wereld van de kindertekening. Hij kent de hele internationale literatuur over kindertekeningen op zijn duimpje en bezit waarschijnlijk de meest complete bibliotheek op dit gebied. Adri Mouthaan, de conservator van het Papendrechtse museum heeft hij bereid gevonden aan dit project mee te werken. “Voor ons is het een mogelijkheid om de band tussen de kinderen en het museum te verstevigen”, zegt Mouthaan, “want we zullen in aangrenzende ruimtes van het museum een deel van deze tekeningen ook gaan ophangen. En dan zó dat per thema de tekeningen van de jongste kinderen onderaan komen te hangen en die van de grootste kinderen bovenaan. Zo kun je in letterlijk één oogopslag een beeld krijgen van de tekenontwikkeling die kinderen doormaken.” Mouthaan hoopt dat de leerlingen via hun eigen tekeningen de weg naar de kunst zullen ontdekken. In combinatie met de kinderateliers die binnenkort weer starten wil hij zijn ideaal van het 'musée vivant' realiseren.

Hoewel het Papendrechtse museum een grote collectie Cobra-werken heeft en het zeker interessant is om te kijken naar de verschillen en overeenkomsten tussen kindertekeningen en de werken van de Cobra-kunstenaars, zijn Mouthaan en Schretlen heel duidelijk over de status van kindertekeningen. “Jonge kinderen maken geen kunst”, legt Schretlen uit. “Ze doen geen bewuste keuzes die samenhangen met bestaande stromingen in de kunst. Ze hebben namelijk niet de artistieke vrijheid om een bepaalde stijl te kiezen. Als je kindertekeningen van een eeuw geleden vergelijkt met die van vandaag zie je nauwelijks verschillen. In die zin is spontaniteit een relatief begrip.” Schretlen zet zich met zijn standpunt niet alleen af tegen kunstkenners die hun neus ophalen voor het werk van kinderen, maar ook tegen degenen die in de ban zijn van 'kinderkunst', en zich tekort gedaan voelen omdat dit werk niet als volwaardig wordt gezien.

Uit zijn medische achtergrond houdt Schretlen zich bezig met de anatomische en neurofysiologische ontwikkeling die kinderen doormaken. Beide zijn redelijk objectiveerbaar. Het gaat wat hem betreft dan ook helemaal fout als beschouwers van kindertekeningen op de veel minder goed toetsbare terreinen van de associatie, kennis, herinnering en creativiteit hun fantasie de vrije loop laten en gaan interpreteren. “Er wordt wild gespeculeerd over de betekenis van kindertekeningen en het enige wat men ziet, zeker na de opkomst van de psychoanalyse, is de spiegel van de ziel.”

Schretlen houdt zich verre van al dit psychologisch gevors en is vooral op zoek naar de - biologische? - bron van de creativiteit. Waar zit de kern van die creativiteit, zo vraagt hij zich af. Is er ook al bij peuters en kleuters een persoonlijke stijl te ontdekken? “Ik heb het vermoeden dat kinderen die op latere leeftijd pregnante tekeningen maken, dat op heel jonge leeftijd ook al deden. Krabbels van één- tot anderhalfjarigen worden altijd als toevalstreffers gezien, maar ik denk dat daar al een soort persoonlijk handschrift in te ontdekken valt. Daarom wil ik dit meerjarige experiment doen.” Dat kinderen ook heel goed abstracte zaken 'zonder vorm en kleur' kunnen verbeelden bewees Schretlen toen hij leerlingen van R.K basisschool De Masten in Rosmalen over de slaap liet tekenen. Vorig jaar verscheen van dit project een interessant boekje dat als een vingeroefening kan worden gezien voor het Papendrechtse onderzoek.

In de kleuterklas zijn 29 kindertjes inmiddels met de tong tussen de tanden huizen aan het tekenen. Er gebeurt van alles. Komt de een met de stift in de handpalm geklemd nog niet verder dan een poging tot een slobberige cirkel met wat woest gedrapeerde stippen eromheen, de ander houdt de stift al in de pincetgreep en tekent behalve een huis ook verschillende details. “Dit is ons huis”, legt de vierjarige Bjorn uit. “Dat zijn wolken en regen, dat is mamma, dat ben ik en dat is pappa.” Ook de bomen en bloemen om zijn huis heeft Bjorn in kaart gebracht. Isabelle, ook vier, heeft drie puntdakhuizen getekend en ze kan precies aanwijzen in welk van de drie zij woont. “En dat ben ik”, zegt ze zachtjes als ze naar een dun streepje achter het raam op de eerste verdieping wijst. Ze heeft zichzelf getekend terwijl ze door het raam naar buiten kijkt. Een kleutertje achter haar is, als de moeders al ongeduldig voor het raam staan te zwaaien, nog steeds behoedzaam bezig de rand van zijn lege vel zwart te kleuren. Je moet je inhouden om er niet meteen een psychologische interpretatie aan te geven.

Een groter verschil dan met de oudste leerlingen in groep acht is nauwelijks denkbaar. Daar worden huizen in perspectief neergezet met tuinhekken die naar de hemel lopen. Veel kaarsrechte lijnen en veel slaapkamers die vanuit het plafond of vanaf de drempel zijn getekend. Stefan (11) heeft zijn Feyenoorddekbed van boven getekend, maar ook z'n televisie, stereotoren en computer. Zo aan de tekeningen te zien zijn dit heel normale apparaten in de moderne kinderkamer. Dionne (12) heeft weliswaar een televisie en een stereotoren op haar kamer, maar op haar tekening heeft ze er nog een computer bij gefantaseerd. “We doen het zo goed mogelijk”, laten een paar uit de kluiten gewassen jongens weten. “Het is voor het museum.”