'Commerciële bureaus geven graag gewenst advies'

ROTTERDAM, 24 JANUARI. De overheid huurt het liefst commerciële adviesbureaus in voor onderzoek omdat die in de gewenste richting te sturen zijn. “Ze lopen aan de touwtjes van het geld”, zegt prof.dr. P. van Schendelen, politicoloog aan de Erasmus Universiteit. “En dat geld noemen we ook wel “zwijggeld”. “Ze krijgen opdrachten omdat ze garanderen dat het onderzoek vertrouwelijk zal blijven, én dat de uitkomsten zullen zijn zoals de opdrachtgever graag wil.”

Het bureau Bakkenist Management Consultants, dat het politie-optreden in de affaire Lancee op Schiermonnikoog onderzocht, werd begin januari in kranten en op televisie nog 'onafhankelijk' genoemd. Dat was voorbij toen bleek dat de procureur-generaal D.W. Steenhuis een betaalde bijbaan heeft bij het bureau. Ineens was het, vond vooral de politie in Groningen, misschien niet zo vreemd dat de politie er zo slecht af kwam in het rapport. Steenhuis had fouten willen “afschuiven”.

Niks nieuws, vindt Van Schendelen van de Erasmus universiteit. Al vanaf de jaren zeventig vraagt de overheid bij voorkeur commerciële adviesbureaus om onderzoek naar beleid, en onafhankelijk waren die adviseurs nooit. “Inspired research heet dat. Bestuurders willen niet het risico lopen dat feiten naar boven komen die niet goed uitkomen. En als je een wetenschappelijk onderzoeker vraagt, loop je dat risico wel.”

Maar ook op de universiteit wordt volgens Van Schendelen de onafhankelijkheid minder. Omdat ook universiteiten, uit geldnood, “als straat madeliefjes de markt op gaan”.

A. Köbben, emeritus-hoogleraar antropologie in Leiden, schrijft een boek over 'de onwelkome boodschap', en hoe onderzoekers proberen hun boodschap aan te passen als die de opdrachtgever niet bevalt. Aanleiding: Ken zag hoe wetenschappers op zijn eigen universiteit resultaten van onderzoek niet of net even anders opschreven om de geldschieter te plezieren. De emeritus-hoogleraar vermoedt dat het bij commerciële bureaus nog veel sterker zo is. Bewijzen ervoor heeft hij niet, alleen “aanwijzingen”. Een onderzoek van ruim drie jaar geleden bijvoorbeeld, van twee politicologen van de Vrije Universiteit, naar de uitkomsten van milieu-effect rapportages. In die rapportages, bijna altijd opgesteld door commerciële bureaus, worden de gevolgen voor het milieu beschreven van projecten als de Betuwelijn of dijkverzwaring. Köbben: “En op miraculeuze wijze kwam er steeds uit die rapportages wat de overheid graag wilde horen. Dat die spoorlijn zo slecht niet was voor het milieu.”

Het was, zegt Van Schendelen, níet zo dat bestuurders vroeger wel onafhankelijk onderzoek verlangden. “De eigen protestantse of de eigen katholieke hoogleraar werd gevraagd, de eigen universiteit, of het bureau van de eigen partij.”

Door de ontzuiling groeiden de commerciële adviesbureaus. Van Schendelen: “Pseudo-wetenschappers worden gebruikt als lobby techniek. Er is behoefte aan zogenaamd rationale beleidsargumenten. Je ziet het bij Schiphol en de milieubeweging: een expertise, een contra-expertise er tegenaan, en dan nog eens een onderzoek waarbij andere variabelen worden ingevoerd, en net weer op andere dingen de nadruk wordt gelegd.