Cebin ziet positieve gevolgen Azië-crisis; Investeringsgroei in Nederland

Het Koreaanse Daewoo Motors opent mogelijk een groot distributiecentrum bij Schiphol, zo bleek deze week. Samsung haalt zijn Europese verkoop- en distributiekantoor van Engeland naar Nederland. De financiële crisis in Azië pakt vooralsnog niet nadelig uit voor de komst van Aziatische bedrijven naar ons land.

DEN HAAG, 24 JAN. Het Commissariaat voor de Buitenlandse Investeringen in Nederland (Cebin) gaat niet gebukt onder de financiële crisis in het Verre Oosten. Vooralsnog ziet dit onderdeel van Economische Zaken vooral positieve gevolgen voor de Aziatische investeringen in Nederland.

Japanse bedrijven, veruit de belangrijkste investeerders uit de regio, zullen hier onverminderd actief blijven. Japans grote, internationaal georiënteerde ondernemingen worden immers nauwelijks getroffen door de malaise, verwacht Cebin-directeur Jochem Hanse.

Dat geldt ook voor Taiwan, de tweede Aziatische investeerder in Nederland. Het land zal zijn activiteiten hier volgens Hanse gestaag uitbreiden. En het Koreaans bedrijfsleven tenslotte, de derde Aziatische investeerder in Nederland, zal onder druk van financiële problemen op het thuisfront zijn activiteiten in Nederland juist intensiveren, verwacht het Cebin.

Wel zullen de Koreanen hun Europese verkoop- en distributieactiviteiten sterker moeten concentreren, veelal in Nederland, meent Hanse. “De belangstelling van de Koreanen voor Nederland is sinds verleden jaar zichtbaar toegenomen. Een vijftal Koreaanse bedrijven heeft inmiddels zeer serieuze plannen deze kant op te komen.”

Over activiteiten van andere Aziatische landen in Nederland kan Hanse weinig zeggen. Enig effect van de crisis is moeilijk merkbaar, omdat uit die landen vrijwel geen investeringenplannen voor Nederland komen en bijvoorbeeld Thaise, Indonesische of Maleisische bedrijven hier nauwelijks vertegenwoordigd zijn.

Taak van het Cebin is buitenlandse ondernemingen naar Nederland te halen. In de jaren zeventig werd het eerste succes in Azië geboekt: de Japanse ritsenproducent YKK bouwde een fabriek in Friesland. Vele landgenoten volgden.

“De Japannners zijn heel voorzichtig begonnen, maar ze hebben hun activiteiten gestaag en resoluut uitgebreid”, zegt Hanse. Van de vierhonderd Japanse ondernemingen die inmiddels in Nederland zijn gevestigd, hebben er zo'n zestig hier één of meerdere fabrieken staan. Ze staken vooral veel geld in de automobielindustrie en in de chemie.

Veruit de belangrijkste investering van Japanners in Nederland (tevens de belangrijkste in Europa) is die van Mitsubishi, die een paar miljard gulden heeft gestoken in de Nedcar-fabriek in Born. De belangrijkste investering buiten de automobielsector is die van Fuji Photo Film, dat filmrolletjes maakt in Tilburg.

Nederland is voor de Japanners redelijk belangrijk. Het meeste geld dat van Japan naar Europa vloeit gaat naar Engeland en Nederland, blijkt uit cijfers van het MITI, het Japanse ministerie van handel en industrie.

Begin jaren negentig bereikten de Japanse investeringen in Nederland een hoogtepunt, pal voordat de economische malaise Japoan trof. Het waren ook de jaren van groeiende angst voor het 'Fort Europa'. Japanse ondernemingen probeerden snel voet aan Europese bodem te krijgen, voordat het Verenigd Europa blokkades zou opwerpen aan de buitengrenzen. In die periode meldden zich zo'n 30 Japanse bedrijven per jaar bij het Cebin met plannen. De jaren daarna, toen de rek uit de groei van de Japanse economie raakte, daalde dit aantal tot zo'n vijf per jaar. Daarop is het sindsdien blijven steken.

Hanse gelooft niet dat de financiële crisis die zich sinds vorig jaar over belangrijke delen van Azië heeft verspreid het investeringsniveau van Japan in Nederland zal aantasten. “De crisis in Japan is anders dan bijvoorbeeld de crisis in Korea. Het is geen crisis van het grote internationale bedrijfsleven. De grote internationaal geöriënteerde Japanse ondernemingen zullen de komende jaren gewoon in Nederland blijven investeren.”

Zuid-Korea is een heel ander verhaal, zo blijkt uit de uitleg van de Commissaris voor Buitenlandse Investeringen in Nederland. In Korea, zo meent Hanse, vreet de crisis wèl het internationale bedrijfsleven aan, de zogenoemde chaebols, die er het economisch leven domineren en die mede door hun innige verwevenheid met de Koreaanse overheid en hun agressieve financieringen in ernstige problemen zijn geraakt.

De consequenties van de financiële crisis in Korea zijn al duidelijk te merken in Europa. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar de Koreanen de laatste jaren grootscheeps in produktiecapaciteit hebben geïnvesteerd. Een aantal chaebols heeft zijn investeringen er nu op een laag pitje gezet en sluit zelfs fabrieken. Maar ook in Nederland zijn de consequenties voelbaar, zij het in positieve zin, constateert het Commissariaat. “De laatste tijd is er veel meer belangstelling voor Nederland.”

De Koreanen zien zich nu gedwongen hun Westerse faciliteiten deels terug te halen naar Korea, waar productie weer aanmerkelijk goedkoper is geworden. Tegelijk voelen ze de noodzaak hun export op te voeren om aan harde buitenlandse valuta te komen. En op dat punt, redeneert het Commissariaat, kan Nederland een belangrijke rol spelen.

De boodschap van het Commissariaat aan de Koreanen is duidelijk: Europa is nog steeds de meest koopkrachtige markt ter wereld en Nederland biedt daartoe een prachtige entree. En anders dan vóór de crisis zijn de Koreanen nu geneigd naar het Cebin te luisteren.

“We constateren een duidelijk toegenomen belangstelling voor Nederland”, vertelt Ad Blankestijn, divisiemanager Azië van het Cebin. “We voeren nu gesprekken met zo'n vijf à zes Koreaanse ondernemingen die serieus overwegen zich in Nederland te vestigen, al dan niet met een Europees hoofdkantoor.” Het Commissariaat verwacht nog dit jaar de eerste ervan te kunnen verwelkomen.

Hanse wil daar wel nadrukkelijk bij aantekenen dat de Koreaanse activiteiten in Nederland nog absoluut in de kinderschoenen staan, en niet zijn te vergelijken met de Japanse investeringen. “Japan is hier al drie decennia actief en heeft hier ettelijke miljarden geïnvesteerd. De Koreaanse bedrijven zijn hier nog maar een paar jaar geleden begonnen, en alleen met verkoopkantoren.”

De investeringen van Taiwanese bedrijven in Nederland zijn al een stukje volwassener. En de interesse uit Taiwan blijft, ondanks de crisis in het Verre Oosten, onverminderd groot - al is die belangstelling altijd veel voorzichtiger en aarzelender geweest dan die van de Japanners. Alleen al vorige week had het Cebin vier Taiwanese bedrijven op bezoek die overwegen naar Nederland te komen, vertelt Blankestijn.

De eerste Taiwanese investeerders kwamen zo'n tien jaar geleden Nederland binnen. Pas de laatste drie jaar zijn de investeringen goed op gang gekomen. Inmiddels hebben zich hier zo'n 110 Taiwanese bedrijven gevestigd, hoofdzakelijk technologiebedrijven, die gezamenlijk enkele honderden miljoenen investeerden. Grootste Taiwanese investeringsprojecten in Nederland zijn de fietsenfabriek van Giant in Lelystad en de pc-assemblagefabriek van Acer in Tilburg.