Als een speer van les naar bieb; Vernieuwde tweede fase bezorgt roostermakers maagpijn

Daar is-ie dan, de Tweede Fase. Gewone leraren slaat de schrik om het hart.

DE VERNIEUWDE tweede fase zorgt al jaren voor gelamenteer. Maar nu komt-ie er echt aan. De nieuwe schoolboeken (104 methodes!) zijn zowat klaar. Schoolleidingen en tweede-fasecommissies broeden binnenskamers op nieuwe roosters, opslagruimtes voor de examendossiers en het bouwen van studienissen. Gewone leraren slaat de angst om het hart. En dus ontstaan er nieuwe vormen van protest. Www.xs4all.nl/ lles/index.html is het Internetadres van de actiegroep 'De Nieuwe Fase'. Toen Ritzen in het televisieprogramma B&W debatteerde met leraren, zat het publiek in T-shirts bedrukt met 'Onderwijs, onderwijs, onderwijs'. OOO: de naam van een andere actiegroep.

Leraren hebben zorgen over de werkdruk, die zoveel groter is dan die in het buitenland. OOO vraagt vermindering van 28 tot 22 lesuren per week, kosten 1 miljard. De druk van onderop blijkt groot: volgende week wordt er onder leiding van de vakbonden dreigen met staking als de werkdruk niet verminderd.

Toch neemt het protest soms rare vormen aan. Op de homepage van 'De Nieuwe Fase' staat de 'Ergernis top 40'. Nummer 1 staat 'sectievergaderingen, werkgroepoverleg'. Merkwaardig. De sectievergadering, de vergadering van leraren van een vak, is nou net een van de weinige plaatsen waar docenten met elkaar zaken kunnen doen, over proefwerken, over de te gebruiken schoolboeken en andere hulpmiddelen. Het kan een heel functioneel instituut zijn, zelfs als broeinest voor verzet. Wat zijn dat voor professionals die tegen zoiets protesteren? Ergernis 2 is het surveilleren en op nummer 3 staat: 'Onvoldoende faciliteiten voor het invoeren van de tweede fase'. Kijk, dat is ergernis die de komende jaren alleen maar zal toenemen.

Staatssecretaris Netelenbos gaf scholen zowat een jaar geleden de vrijheid in '98 dan wel in '99 over te stappen op het nieuwe systeem. Onmiddellijk begon iedereen iedereen te vragen: 'Wanneer beginnen jullie?' De meeste scholen kijken de kat uit de boom. Op de in totaal ongeveer 500 scholen voor Havo en/of VWO zullen 58 Havo-afdelingen en 138 VWO-afdelingen komend schooljaar beginnen, een magere start. Scholen zijn terecht huiverig. Er komt een stortvloed aan problemen.

Indertijd prees de commissie-Ginjaar de veranderingen aan omdat het rooster eenvoudiger te maken zou zijn. Van honderden individuele pakketten naar vier profielen (zie kader), dat zou lucht geven. Roostermakers hebben nu al in de gaten dat roosteren alleen maar moeilijker wordt. Redenen: keuzevrijheid voor de leerling: in het zogenoemde vrije deel, binnen het 'gemeenschappelijk deel' voor Havo en binnen het profiel 'Cultuur & Maatschappij' plus een enorme stijging in het aantal vakken en deelvakken dat de school moet aanbieden.

MAAGKLACHTEN

Vooral op scholen met een niet zo grote Havo-VWO-populatie, en dat geldt voor de meeste, krijgen roostermakers maagklachten. Ze lopen tegen oude problemen bij het maken van nieuwe roosters: te kleine groepsgrootte. Dat betekent te weinig leraarlessen, zeg maar te weinig personeel, om straks alle lessen te kunnen geven. En dat leidt er weer toe dat veel scholen vakken als filosofie, Frans en geschiedenis niet zullen aanbieden in de vrije ruimte.

Er is een nog fundamenteler probleem, een probleem dat de roostermakers al wel maar de meeste docenten nog niet in de gaten hebben. Een leerling in bovenbouw Havo en VWO zal straks meer moeten leren dan nu, schattenderwijs 20 procent meer. Meer leren in dezelfde tijd. Als de lesweek niet verandert, betekent dat meer leren per les. Dat geldt ook voor de docent. Een clustergroep (zeg maar een klas) die nu 4 uur in de week wiskunde krijgt, krijgt straks dezelfde stof in 3 uur per week. Het uur dat dit cluster geen wiskunde krijgt, zit de leraar niet achter de geraniums. In dat uur geeft hij anderen les. Is er sprake van bezuinigingen? 'Nee', zegt de overheid, 'het kost ons evenveel als eerst'.

'Ja', zegt de docent. 'De leerling en dus ook ik moeten harder werken voor hetzelfde geld.' De overheid is precies even duur uit. Alleen wil de overheid dat voor hetzelfde geld meer onderwijs wordt genoten en gegeven. Daar bovenop komt een echte bezuiniging. Havo en VWO worden moeilijker. Minder leerlingen zullen dit soort onderwijs kunnen volgen.

De plannen voor de tweede fase bevatten ook goede ideeën. De belangrijkste en meest waardevolle verandering is die voor de invoering van de praktische opdracht. Leerlingen zullen bij het uitvoeren van deze grote opdrachten, die per stuk enkele dagen werk omvatten, veel eigen initiatief kunnen tonen. Er komen praktische opdrachten voor alle vakken behalve de talen. Het is een vorm van onderwijs waar de middelbare school niet aan gewend is. Nu weten leraren heel creatieve oplossingen om ingrijpende vernieuwingen te omzeilen: 'We slaan de praktische opdrachten over'. Die truc gaat echter niet op. De cijfers voor de praktische opdrachten bepalen 60 procent van het cijfer voor het examendossier (zeg maar het oude schoolonderzoek) en dus 30 procent van het eindcijfer. Dat is zoveel dat ontduiking nauwelijks mogelijk is. Straks wordt eenderde van het eindresultaat van de leerling bepaald door producten die tot dusverre geen onderdeel uitmaakten van het onderwijspakket. Dit betekent echt revolutie.

Daar bovenop is er nog het 'profielwerkstuk', een soort meesterproef waarbij ten minste twee vakken betrokken zijn, die de leerling aan het eind van zijn schoolloopbaan aflegt. Voor het profielwerkstuk staat op het VWO maar liefst 120 studielastuur, drie ouderwetse weken werk. Nu ontstaat, om met Koot en Bie te spreken, een en-en-situatie. De ene en: de regelingen dwingen tot het invoeren van praktische opdracht en profielwerkstuk. De andere en: de motivatie van de leerlingen neemt toe. Tot laat in de middag friemelen zij in het natuurkundekabinet aan oscilloscopen, computers, windtunnels en andere apparatuur waar hun ouders geen kaas van hebben gegeten. Dat maakt hun leraar ook enthousiast.

VEEL TIJD

Toch zit hier weer een adder onder het gras. De praktische opdrachten zullen veel tijd gaan kosten, tijd om ze uit te voeren maar ook tijd voor begeleiding. Die tijd gaat af van de lestijd. Straks zullen leerlingen daarom minder dan 30 uur les per week krijgen - en leraren minder dan 28 uur per week les geven. Er is nog een reden om de lesweek in te korten. Het was immers de bedoeling dat kinderen zelfstandig gingen leren? Op veel scholen wordt nu binnen de bestaande structuur geëxperimenteerd met een rooster waarin Z- of Dalton-uren. Gedurende deze uren krijgt de leerling geen les, maar studeert hij zelfstandig in studienissen of in stiltelokalen: het Studiehuis. Het zijn experimenten voor een toekomst die denk ik niet komt.

Er moet in dezelfde tijd als nu meer geleerd worden. Er moeten praktische opdrachten en profielwerkstukken worden gemaakt en begeleid. Dan is er nog tijd nodig voor het mysterieuze handelingsdeel, dat ik hier maar niet verder bespreek. Dat laat zo weinig tijd over voor gewone lessen, dat zelfstudie op school in het gedrang zal komen. Eerder zie ik het kind met agenda in de hand hollend door het schoolgebouw van les naar afspraak naar les naar bibliotheek naar practicumlokaal naar les. Niet zelfstandig studerend, maar zelfstandig hollend, net als grote mensen almaar druk. Verbijsterd roept de conciërge de hele dag: “En waar gaan wij naar toe?”