Alles klopt in de nieuwe Haenen

Voorstelling: Ontkoppelde hitte, van Paul Haenen, door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Spelers: Olga Zuiderhoek, Han Kerckhoffs, Kasper van Kooten en Hans Somers. Vormgeving: Pieter Kramer. Regie: Titus Tiel Groenestege. Gezien: 23/1 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 18/4. Inl. (020) 626 45 45.

Niets dan een leeg wandmeubel zien we, met 32 verhuisdozen in strenge rijen er bovenop, en een man op een draaistoel op de voorgrond. Hij belt, blijkbaar met zijn moeder, maakt met een zucht van opluchting een eind aan het gesprek en zegt: “Opnieuw beginnen en met alles en iedereen kappen.” Daarna kijkt hij heel lang peinzend voor zich uit, zó lang dat het publiek er een beetje giechelig van wordt. Even kijkt hij ons nu aan, als om bevestiging te vinden voor zijn gevoel. En dan komt hij tot de conclusie dat hij tevreden is, ja, dat is het woord, tevreden.

Maar als de man in Ontkoppelde hitte, de nieuwe komedie van Paul Haenen, ten slotte zo ver is, komen er met veel gedruis drie mensen zijn huis binnen: zijn ex-vrouw, zijn zoon die hij al een jaar niet meer heeft gezien, en diens vriend. Zij loopt voorop, dominant als een dragonder, en binnen de kortste keren is in de pas betrokken vrijgezellenwoning alles overhoop gehaald. “Ik probeer het hier een beetje gezellig te maken”, zegt de ex, en ze meent het óók nog, de goeierd, want ze gunt haar vroegere man heus het allerbeste - het is alleen zo jammer dat hij dat zo weinig waardeert.

Haenen heeft het te doen met zijn personages, dat is duidelijk. Hij ziet hun komische kanten en maakt daar ook ruimschoots gebruik van, maar tegelijk is volstrekt aannemelijk dat die man en die vrouw van elkaar hebben gehouden. Misschien is dat gevoel nog steeds niet helemaal voorbij. Alleen zijn logica is de hare niet, en zij snapt de zijne niet. “Laat je toch niet zo door mij op stang jagen!” roept ze, zonder te beseffen hoe zot dat zinnetje is.

Zoals ze wordt gespeeld door Olga Zuiderhoek, heeft ze nu eenmaal zelden in de gaten hoe ze zichzelf voortdurend in de wielen rijdt. Ze heeft het weergaloze talent om twee zinnen zo aan elkaar te plakken, dat de tweede de eerste meteen weer onderuit haalt. En tegenover haar is ook Han Kerckhoffs precies degene die hij moet zijn, een ietwat bedremmelde man die met weinig woorden probeert tegengas te geven, maar in arren moede ziet hoe weinig die uithalen. Kasper van Kooten en Hans Somers spelen de gefrustreerde zoon en diens narcistische vriendje, meer op de achtergrond, maar telkens brengen ze heel raak teweeg wat ze teweeg moeten brengen.

Met meesterhand trekt Paul Haenen op gezette tijden een nieuwe beerput open, zodat de handeling tot het eind toe wordt voortgestuwd. Alles komt logisch uit het voortgaande voort, en toch kijken we er soms danig van op. Net als de personages trouwens, want die werpen af en toe steels een blik naar de zaal - niet te veel, het blijft net leuk. Dat geldt overigens ook voor alle andere kleine gebaartjes en handelingetjes waartoe regisseur Titus Tiel Groenestege zijn acteurs heeft aangezet: hij houdt de zaak steeds schitterend in bedwang, hoe doldwaas de mallemolen ook is die Haenen hier in beweging brengt.

Het is een mooi gezicht, vind ik, zo'n komedie waarin tekst, acteurs en regie als vanzelfsprekend op hun plaatsen vallen. Vooral in een seizoen waarin tot dusver veel te klagen viel over de nieuwe Nederlandse komedies: de ene keer te karig geschreven, de andere keer te harkerig gespeeld. Niets van dat alles bij Ontkoppelde hitte, wat mij betreft, niets dan goeds.