Vriendinnen

“Zeg, hoe was je weekend?”

“Fantastisch! Enorm veel plezier gehad.”

“Zo. Met wie ben je uit geweest?”

“Met die advocaat van het Pentagon. Larry, je kent hem wel, een ontzettend slimme kerel. Eerst samen gedineerd en daarna naar de drive in geweest. Hij wil volgende week met me naar Hawaï.”

“Maar je zou toch gaan skiën met Winston, die executive director van IBM.”

“Winston? O, die heb ik nog maar even in de wachtkamer gezet. Geef je hem een vinger, dan neemt hij de hele hand. Als het aan hem ligt, laat hij zijn hele gezin in de steek en trekt hij zo bij me in.”

“En hoe is het trouwens afgelopen met Jake?”

“Jake?”

“Ja, Jake, waar je zo enthousiast over was.”

“Je bedoelt Jake van NASA? Weet je dat ik zijn broer Michael eigenlijk leuker vond? Ben ik ook mee uit geweest. Die heeft een hell of a job bij Buitenlandse Zaken. Hij heeft mij nog gevraagd om mee te gaan naar Nairobi. Maar wat moet je daar? Zit je als de vrouw van een diplomaat in Nairobi, dat lijkt me ook niet alles.”

“Daar heb je gelijk in. Dus je gaat het volgend weekend naar Hawaï?”

“Nou... Daar ben ik nog niet helemaal uit. William, je kent hem wel, die netmanager van NBC, heeft me gevraagd voor het grote liefdadigheidsbal dat zaterdag in de Carnegie Hall wordt geworden. Jack Nicholson en Liz Taylor zouden er ook zijn.”

“Dat is een lastige keus.”

“Heel lastig, maar vertel eens: hoe gaat het met jou? Je bent de laatste tijd zo stil. Moet je er niet eens uit? Ik zou je natuurlijk kunnen voorstellen aan Warren. Je kent Warren toch wel? Warren, die nu stage loopt bij de Verenigde Naties, en die altijd in is voor een date.”

“Dank je. Dat is niet nodig.”

“Niet nodig? Wat doe je geheimzinnig. Er is iets aan de hand, vertel op! Je bent op stap geweest met David, die voor de Kennedy's werkt. Ja, ik ken David heel goed, en ik heb nog zo gezegd dat hij helemaal niet geschikt voor je is.”

“Het was David niet.”

“Wie was het dan wel?”

“Vertel ik niet.”

“Toe nou... We zijn toch vriendinnen. Ik heb jou toch ook verteld van die avond bij de Kissingers?”

“Ik heb het gedaan!”

“Je hebt het gedaan? Wat heb je gedaan?”

“Ik heb het gedaan met hem!”

“Je bedoelt... Je bedoelt dat je het gedaan hebt met hem?”

“Ja, al een paar keer.”

“Oooh...! En hoe was het? Hoe was het? Kan hij het een beetje?”

“Nou, helemaal niet zo slecht hoor. En met zijn ogen dicht heeft hij een heel lief gezicht.”

“Dat geloof ik wel, maar heeft hij ook een beetje een... eh...?”

“O ja, dat kan er heel goed mee door. Zijn libido is beslist groter dan het gemiddelde.”

“Maar zit er ook een wijnvlek op zijn libido of iets anders karakteristieks? Vertel nou!”

“Ja sorry, hoor, maar dat gaat je nou toch echt niets aan.”

“O nee? Vriendinnen kunnen elkaar toch alles vertellen. Echte vriendinnen hebben toch geen geheimen voor elkaar. Ik heb jou toch ook alles verteld over dat feestje bij Bill Gates.”

“Goed, kom hier, dan zal ik het in je oor fluisteren.”

“Zo... Oei!”

“Ja, grappig, vind je ook niet?”

“En zij? Heeft zij er nog wat van gemerkt?”

“Nee, natuurlijk niet! Niemand weet het. Alleen jij. Jij bent de enige aan wie ik het verteld heb, maar daar zijn echte vriendinnen ook voor.”

De volgende dag liep de ene vriendin met de tapes naar de rechter om te laten horen wat de andere vriendin had gezegd.