Voor Amerika begint de nieuwe wereld nu in 1972

Toen president Nixon in 1972 de deur opende naar het China van Mao en prioriteit gaf aan ontspanning in de betrekkingen met de Sovjet-Unie, werd in de Amerikaanse buitenlandse politiek een nieuw hoofdstuk opgeslagen. Sindsdien stond in Washington de alliantie met de bondgenoten niet langer in het middelpunt van de belangstelling.

Zelfs de, relatief kortstondige, verheviging van de vijandschap met Moskou ten tijde van het presidentschap van Ronald Reagan bracht daarin geen verandering. Reagans retoriek van the evil empire en van het Strategisch Defensie Initiatief (Star Wars) stuitte in Europa op afkeer, èn zij onderstreepte dat Amerika zijn zaken met Moskou regelde desnoods over de bondgenootschappelijke hoofden heen.

De breuklijn in de Amerikaanse geopolitiek moet eerder worden gezocht in 1972 dan in 1989, het jaar van de val van de Muur. Van het onderkennen van de betekenis van het verschijnsel Gorbatsjov heeft de toenmalige Britse premier Thatcher de eer opgeëist. Maar het waren achtereenvolgens de presidenten Reagan en Bush die de door Nixon uitgestippelde lijn doortrokken en zich met succes als Gorbatsjovs tegenspelers opwierpen bij het beëindigen van de Koude Oorlog. De Europese bondgenoten werden bedankt voor hun trouw en hun inzet, maar zij hadden verder nauwelijks invloed op de afhandeling van de tientallen jaren lang slepende crisis in het midden van hun continent. De Duitse hereniging bezorgde kanselier Kohl weliwaar zijn finest hour, de andere Europeanen hadden zich maar bij dat resultaat neer te leggen, sommige met onverholen tegenzin.

Het uitgangspunt dat min of meer gelijkwaardige tegenspelers (zelfs of juist als zij potentiële tegenstanders zijn) voorrang krijgen boven bondgenoten is in Washington niet verlaten. Anders dan verwacht mocht worden bleek het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Amerikanen onaangenaam te verrassen. De nederlaag van het communisme en van de commando-economie was één ding, de versplintering van een herkenbare geopolitieke entiteit was iets geheel anders. De snelle opwaardering door Washington van de Russische Federatie als enige wettige erfgenaam van de Sovjet-Unie beoogde anarchie te voorkomen. Het Kremlin behield de permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties alsmede zijn status van beheerder van het grootste nucleaire arsenaal in de wereld. De andere verzelfstandigde sovjet-republieken werden gedwongen de op hun grondgebied opgestelde atoomwapens te liquideren dan wel bij de Russen in te leveren.

De uitbreiding van de NAVO met landen in Oost-Europa zou kunnen worden uitgelegd als een bewijs van nieuwe aandacht van Amerika voor zijn Europese bondgenoten. Maar in werkelijkheid hebben de partners zich gevoegd in een concept voor Europa dat in Washington op grond van geopolitieke overwegingen is uitgedacht. Na enig aarzelen kwam de Amerikaanse regering tot de conclusie dat het voor alle partijen beter was het na de demontage van het Warschaupact dreigende machtsvacuüm in Midden-Europa op te vullen. De betrekkingen met Rusland gaven uiteindelijk de doorslag: in ruil voor Russische aanvaarding van de uitbreiding is Rusland erkend als gelijkwaardig tegenspeler, zo niet partner van de NAVO. Washington controleert de omgang van zijn Europese partners met de Russische Federatie via de NAVO.

In het Verre Oosten doet zich een soortgelijke ontwikkeling voor. De oude strategische bondgenoot is hier Japan, maar, met de nodige ups en downs, heeft na 1972 de fascinatie met China in Washington de doorslag gegeven.

China's schendingen van de mensenrechten, China's transacties met Amerika onwelgevallige regimes, China's vete met Taiwan en China's machtsaanspraken in de eigen regio hebben de Amerikanen niet afgeschrikt, maar juist aangemoedigd de relaties met Peking de hoogst mogelijke prioriteit te geven. Japans marge bij het ontwikkelen van zijn betrekkingen met China is daarentegen beperkt.

In de Amerikaanse geopolitiek gaat een paradox schuil. Washington streeft een soort Pax Americana na, een wereldorde gegrondvest op in Amerika ontwikkelde denkwijzen en gedragsregels. Tegelijkertijd wordt onderkend dat het handhaven van die orde zelfs de Verenigde Staten boven hun macht gaat. Het eigen karakter van tegenspelers als China en Rusland is geaccepteerd zolang van die zijde het spel met enige inzet wordt meegespeeld. Dat leidt in Amerika zelf tot verwarring en tegenstand van lobby's iedere keer wanneer er redenen zijn om aan die inzet te twijfelen, of het nu gaat om de geloofwaardigheid en de duurzaamheid van hervormingen, de naleving van mensenrechten of over hulp aan landen die openlijk de Amerikaanse bedoelingen dwarsbomen.

Ook met Amerika's traditionele Europese bondgenoten leidt de paradox tot spanningen. Die bondgenoten beperken zich, gehinderd door hun onvermogen tot het opzetten van een werkelijk omvattende Europese buitenlandse politiek, tot het ontwikkelen van eigen niches buiten de Amerikaanse wereldorde om. Al doende komen ze met hun vaste beschermer in botsing over buitengewesten als Iran, Irak of Cuba.

Soms treft Amerika's toorn hen hard waar Washington Russisch en Chinees opportunisme gedoogt. Dat leidt in Europa weer tot onbegrip en verzet. Het transatlantische geruzie over het extra-territoriale karakter van Amerikaanse sancties tegen de zogenoemde schurkenstaten spreekt voor zichzelf. De Europese frustratie wordt overigens ingegeven door meer dan de directe aanleiding.

Amerika's Europese partners zouden zich kunnen afvragen hoe zij de aandacht kunnen terugwinnen die de Verenigde Staten hun in de eerste fase van de Koude Oorlog zo ruimschoots hebben geschonken. Naar het voorbeeld van Rusland en China zouden zij kunnen proberen een zekere nuisance value op te bouwen. Frankrijk heeft daarmee in de loop der jaren ervaring opgedaan, maar het heeft de Amerikaanse politiek zelden van richting doen veranderen. Vermoedelijk is Europa's Atlantische afhankelijkheid te 'natuurlijk' om op die manier voordeel te behalen.

Betere kansen liggen er op de weg naar Europese eenheid. Europa houdt rekening met Amerika omdat het zich niet kan veroorloven dat niet te doen. Voor de Amerikanen is de Europese loyaliteit gegeven. Maar een eensgezind Europa zou een factor zijn waarmee Washington rekening zou houden. Niet omdat het dwarsligt, maar omdat het zijn gewicht politiek tot uitdrukking brengt. Daar kunnen alle Atlantische partners hun voordeel mee doen.