Verwarring alom over uitblijven rapport

Het rapport van D. Dolman over nevenfuncties van procureur-generaal Steenhuis leidde gisteren, nog vóór publicatie, plotseling tot veel rumoer.

DEN HAAG, 23 JAN. Minister Sorgdrager (Justitie) verscheen als laatste tussen de schuifdeuren van haar ministerie. Het rapport-Dolman over de vermeende belangenverstrengeling van procureurgeneraal Steenhuis zou gewoon vrijdagochtend naar de Tweede Kamer gaan. De eis van Steenhuis 48 uur de tijd te krijgen om het rapport te lezen, berustte op een “misverstand”. Het was donderdagavond kwart voor 12 - om de hoek reden de Scorpio's met de procureurs-generaal weg.

Diezelfde middag had procureur-generaal Steenhuis zelf het vliegwiel in werking gezet. In een persverklaring liet de hoogste ambtenaar van het openbaar ministerie in het noorden van land weten dat het rapport iedere suggestie van belangenverstrengeling met het onderzoeksbureau Bakkenist van de hand wijst. Bij dit bureau bekleedt Steenhuis een betaald adviseurschap. Steenhuis zei zich gesterkt te voelen door de uitkomst van het onderzoek van het ministerie van Justitie naar zijn betrokkenheid bij automatiseringsopdrachten aan een dochteronderneming van Bakkenist.

Sorgdrager was zeer onstemd; Steenhuis had nog niets mogen zeggen. De bevindingen van het onderzoek lagen immers nauwelijks op haar bureau en moesten nog naar de Tweede Kamer. Dat gold ook voor een rapport van oud-Kamervoorzitter Dolman naar de betrokkenheid van de procureur-generaal bij een rapport van Bakkenist over de bestuurlijke verhoudingen in Groningen.

Het rapport-Dolman en de brief van de minister zouden gisteren in de vroege avond naar de Tweede-Kamerleden worden gestuurd. Maar ze kwamen niet, zo bleek rond acht uur. Eén verklaring deed hardnekkig de ronde: Steenhuis zou een leestijd van 48 uur hebben geëist en zou hebben gedreigd een kort geding tegen de minister aan te spannen als zij die tijd niet gaf. Een unieke gebeurtenis, verklaarden de woordvoerders van Justitie. Alarmerend ook. Keerde de procureur-generaal zich tegen zijn eigen minister?

Op het ministerie voerde Sorgdrager inmiddels overleg met het voltallige college van procureurs-generaal. Dat bestaat uit voorzitter Docters van Leeuwen, Ficq van Amsterdam, Blok van Den Bosch en Steenhuis. Topambtenaren liepen af en aan, de speculaties namen toe.

Want het rapport van Dolman zou summier zijn - 'slechts' een stuk of vijftien velletjes papier. Het wekte bevreemding dat Steenhuis daar 48 uur leestijd voor wilde bedingen. Hij moest zich zeker beraden op de conclusies en die zouden niet mals zijn. Waarom zou Steenhuis anders zoveel ophef maken?

Het overleg tussen Sorgdrager en het college van procureurs-generaal duurde vijf uur. Om half twaalf zetten de chauffeurs van de procureurs-generaal de auto's klaar, om kwart voor twaalf beenden de hoofdrolspelers naar buiten. Steenhuis kwam als eerste, op de voet gevolgd door Docters van Leeuwen. Steenhuis had naar eigen zeggen nooit met een kort geding gedreigd; Docters van Leeuwen zou de kwestie verder wel uitleggen. De voorzitter van de procureurs-generaal hield het kort. Ze hadden gesproken over een “aantal rechtspositionele zaken”. En natuurlijk, het gezag van minister Sorgdrager stond voorop. “Dat spreekt vanzelf.” Over de dreiging met een kort geding kwam geen duidelijkheid. Nadat Docters van Leeuwen was verdwenen, verscheen Sorgdrager. Eén verklaring wilde ze afleggen. Een beetje sussend. Het dreigen met een kort geding ontkende ze niet. “Iedere werknemer, ook een procureur-generaal, mag gebruik maken van de rechtshulpmiddelen die hem ter beschikking staan.” Al noemde ze het initiatief “wel wat ongebruikelijk.”