Verdiende loon

P.D. James: Gebrek aan bewijs (A Certain Justice). Vertaald uit het Engels door J.J. de Wit. De Boekerij, 383 blz. ƒ 34,90. Faber & Faber 390 blz. ƒ 47,75 (geb.).

Venetia Aldridge is een succes. Toch loopt het niet goed met haar af. Dat laat P.D. James ons al weten op pagina één van haar nieuwste thriller, waar de beroemde advocate, onwetend van welk gruwelijk lot haar wacht, in de mooiste zaal van haar geliefde Old Bailey bezig is Garry Ashe vrij te pleiten van de moord op zijn promiscue, verloederde tante. Ze doet dat zoals van een strafpleiter mag worden verwacht: door de voornaamste getuige à charge zodanig te intimideren dat het oude dametje en met haar de jury aan het twijfelen slaan.

Is het derhalve Venetia's verdiende loon dat vier weken, vier uur en vijftig minuten later ook zij wordt vermoord? En is Ashe de dader? Was hij dan toch schuldig? Aldridge heeft door haar slimheid al eerder een moordenaar vrij gekregen die daarna opnieuw toesloeg. Dat de meestal zo koelbloedige advocate terdege besefte wat voor creep ze had verdedigd, blijkt uit haar paniek wanneer haar enige kind, Octavia, zich met Ashe verlooft (die daarmee een sterk motief verwerft voor moord).

Of slaat de titel A Certain Justice, die mijns inziens vertaald had moeten worden als Verdiende loon, op de liefde van de verwaarloosde Octavia voor Ashe, een relatie waarmee de dochter op demonstratieve wijze Venetia's gebrek aan moederliefde compenseert?

Er zijn nog meer mogelijkheden. Ook een tweede slachtoffer krijgt in zekere zin zijn verdiende loon. Al is diens vernuftige wraakactie tegelijk ook weer nauw verbonden met de schitterende loopbaan van Venetia Aldridge Q.C. En dan is er Venetia's tomeloze ambitie. Heeft zij daaraan de bizarre uitdossing met bebloede juristenpruik te danken, die haar na haar dood ook nog eens ten deel viel? Op de weg naar de top laat men als bekend velen achter in een poel van haat en jaloezie. Aldridge' chique advocatenfirma vormt dan ook een rijk reservoir aan verdachten, al was het maar omdat ze er de senior wenste te worden en bovendien haar minachting voor mannen en manlijke collega's in het bijzonder niet verhulde. Zoals dat vrouwen met een geslaagde carrière nogal eens overkomt, riep Aldridge meer respect op dan sympathie. P.D. James lijkt dat terecht te vinden, al voorziet ze haar over-assertieve hoofdpersoon van een onverwacht warm trekje door haar schilderijen te laten bezitten van de Bloomsbury-schilders Vanessa Bell en Duncan Grant.

A Certain Justice is, zoals alle boeken van P.D. James, een spannende, degelijke policier, met een knap uitgewerkte plot, klassieke speurdersingrediënten als nauwkeurig bemeten alibi's, en een sterk filosofische lading. Niettemin valt het na P.D. James' voorlaatste roman, het sfeervolle Original Sin, enigszins tegen. Dat komt doordat haar vaste hoofdpersoon, de dichter-politiechef Adam Dalgliesh, eigenlijk geen ontwikkeling meer doormaakt, maar misschien ook wel doordat de schrijfster dit keer net wat te veel filosofische pretenties heeft gehad.

A Certain Justice draait om de spanning tussen recht, rechtvaardigheid en rechtsgevoel, die zich voordoet als misdadigers vrijkomen doordat ook zij onder de bescherming van de wet vallen. Het draait tevens om de vraag in hoeverre men zich van zijn verleden kan bevrijden; kun je dat naast je neerleggen als iets wat lang vervlogen is, of is het een eeuwig te torsen last en doem? Een derde lijn, in zekere zin een uitwerking van de vorige, is de prijs van jeugdige emotionele verwaarlozing en speciaal de schuld die liefdeloze moeders dragen aan het ongeluk van hun dochters.

Wat die thematiek betreft doet A Certain Justice denken aan Elizabeth Georges In the Presence of the Enemy (1996), waarin ook al een moeder die in haar werk streberig is en in de persoonlijke omgang kil, gestraft wordt via het lijden van haar slachtoffer: haar dochter. Wie beide boeken kent ontkomt niet aan de vraag welke moeder nu eigenlijk het zwaarst wordt getroffen en bovendien of deze vorm van 'verdiende loon' niet wat onrechtvaardig is. Voer voor feministen en antifeministen in elk geval, deze twee romans.

Behalve de vergelijking met George dringt die met Minette Walters zich op. P.D. James, 'Agatha Christies kroonprinses', inmiddels tegen de tachtig, stond lange tijd samen met Ruth Rendell in de misdaadliteratuur op eenzame hoogte. Maar beiden zijn de laatste jaren voorbijgestreefd door de hausse in vrouwelijke crimewriters en met name door George en Walters, wier werk net als het hunne de traditie volgt van de Engelse whodunnit, maar die dat genre veel meer dan James en Rendell hebben vernieuwd, gevitaliseerd en gefeminiseerd.