VALS OF ECHT ?

Sinds twee jaar woedt er tussen internationale Van Gogh-kenners een debat over de echtheid van tientallen schilderijen van Vincent van Gogh. Het begon in 1996 met de twijfel aan de authenticiteit van het doek 'Tuin in Auvers', dat Van Gogh in 1890 geschilderd zou hebben.

De eigenaar van dit doek, de Fransman J.J. Walter, wilde het naar het buitenland verkopen. Dat werd hem verboden, omdat het doek beschermd cultureel erfgoed was. In plaats van de 200 miljoen franc die hij had kunnen krijgen, leverde het doek hem 55 miljoen franc op, op een binnenlandse Franse veiling. Toen in 1996 de Franse overheid door de rechter verplicht werd hem de resterende 145 miljoen te betalen, kwamen de eerste berichten over experts die meldden dat het schilderij vals was. Een kopie, gemaakt door een Franse petit-maître Claude Emile Schuffenecker.

Sindsdien is de authenticiteit van meer Van Goghs ter discussie gesteld, zoals de 'Zonnebloemen' die het Japanse verzekeringsconcern Yasuda in 1987 kocht. De expert op het gebied van de brieven Van Gogh, de Nederlander Jan Hulsker, mengde zich vorige week, in een interview in het Cultureel Supplement, opnieuw in dit vervalsingsdebat. Hij sprak ondermeer zijn twijfel uit over het doek 'De tuin van de inrichting' dat het Van Gogh Museum in Amsterdam bezit. Dat museum stelde zich tot nog toe terughoudend op in het vervalsingsdebat. Voor het eerst gaat nu een vertegenwoordiger van het museum, conservator Louis van Tilborgh, inhoudelijk in op de twijfel die Hulsker en andere experts hebben gezaaid.

FILMS