Seks-roddel was al politieke propaganda bij de Romeinen; Steven Taylor over zijn detectives uit Cicero's tijd

Gordianus heet de privé-detective uit de Romeinse tijd die de Amerikaanse schrijver en historicus Steven Taylor bedacht. Taylor: “Soms zien we iets van onszelf in de Romeinen terug dat we liever niet zagen.” Hollywood heeft inmiddels de rechten van een van zijn detective-romans gekocht.

De Roma sub rosa-serie van Steven Saylor telt nu zes delen en wordt uitgegeven door St. Martin's Press. De delen kosten ca. ƒ 23,= in paperback. De Nederlandse vertalingen worden uitgegeven door De Boekerij en als Parelpocket. Roman Blood (Romeins bloed, ƒ 12,50); Arms of Nemesis (Dood van een slavendrijver, ƒ 29,90); Catalina's Riddle (Catilina's wapen, ƒ 29,90); The Venus Throw (De Venusworp, ƒ 29,90); A Murder on the Appian Way (Moord op de Via Appia, ƒ 34,90); The House of Vestals ($ 22,95). Steven Saylor heeft een eigen website met links naar de UCLA-website 'Rome Reborn' en de Forum Romanum-website van de Hengeloose scholieren (http://www.wenet.net/ylor/).

Op een steenworp afstand van de universiteitscampus in Berkeley, Californië, lijkt de wereld van het oude Rome nog niet eens zo veraf. Herinneringen aan Pompeï-fresco's sieren de muur, de kat ruikt naar Alexandrië en in de tuin onder de citrusboom is het altijd zomer. Dit is het huis van Steven Saylor, de schepper van een reeks detective-verhalen die spelen in het oude Rome.

“Het komt toch allemaal doordat ik als kind films zag als Cleopatra met Elizabeth Taylor en Ben Hur met Charles Heston, spectaculair aangeklede epossen met grote sterren”, grijnst Saylor op de vraag waarom hij historische thrillers schrijft. “De historicus in me zorgt ervoor dat elk boek historisch verantwoord is, maar het verhaal dat ik vertel is opera. De decors worden steeds grootser en de geschiedenis zelf reikt me steeds dramatischer materiaal aan.”

Sinds in 1991 Roman Blood verscheen, 'een misdaadverhaal van het oude Rome', is de Amerikaan Saylor door vrijwel elke criticus binnengehaald als een aanwinst voor het detectivegenre. Hollywood heeft de rechten van een van zijn boeken al gekocht. De succesvolle auteur heeft sindsdien een reeks misdaadverhalen geschreven die zich allemaal afspelen in het Rome tussen 80 en 50 voor Christus. De held van deze 'Roma sub rosa'-reeks is Gordianus, een privé-detective avant la lettre. Hij en zijn gezin vormen de weinige fictieve personages in een reeks die bevolkt wordt door historische figuren en historische moordzaken. De zes titels die tot nog toe verschenen, vormen samen een alternatieve geschiedenis van Rome in de paar decennia tussen het ineenstorten van de Republiek en de alleenheerschappij van Caesar.

Spil van de reeks is de redenaar, advocaat en politicus Marcus Tullius Cicero (106-43 v.C.). “Cicero's rol in Gordianus' leven is eigenlijk vanzelfsprekend,” legt Saylor uit. “We noemen de eerste eeuw voor Christus wel 'de eeuw van Cicero', omdat er zo ontzettend veel materiaal over hem bewaard is gebleven. Cicero was een van de eersten die zijn toespraken bewerkte voor publicatie: hij liet gepolijste versies in Rome circuleren. Zijn slaaf Tiro ontwikkelde een soort steno om dat allemaal op te schrijven. Ook zijn brieven zijn bewaard. We kennen hem beter dan wie van zijn tijdgenoten ook.

“De doorslag om Cicero te gebruiken gaf een Penguin-pocket die ik las in het vliegtuig uit Rome, The Murder Trials of Cicero in de vertaling van de bekende classicus Michael Grant. Hier zit een roman in, dacht ik. Oorspronkelijk wilde ik een detective schrijven waarin Cicero zelf de hoofdpersoon was, met Tiro als zijn Watson. Maar na zestig bladzijden besefte ik dat er met Cicero niet te leven viel. Hij was te irritant. De meeste classici begrijpen dat, die hebben dezelfde reactie.”

Cicero was een 'nieuwe man' (homo novus) op het politieke toneel, dat tot dan toe vooral door patriciërs beheerst werd. Door de ogen van Gordianus zien we hem van een jonge ambitieuze en vrijzinnige advocaat uitgroeien tot een reactionaire politicus. Keer op keer kruist het pad van Gordianus dat van Cicero en zijn afkeer groeit met elke ontmoeting. Biografisch materiaal, politieke speeches en details als diens maagkoliek weeft Saylor tot een biografie die tussen alle moordzaken door tot stand komt.

Toch blijkt Saylor affiniteit te hebben met deze irritante Cicero, want hij bekent: “Cicero is ook een projectie van een aspect van mezelf: de opportunist, slim en tot op zekere hoogte een self made man. Hoe succesvoller hij is in het leven, hoe reactionairder hij wordt. Gordianus heeft daarover heel ambivalente gevoelens, omdat Cicero's overstap naar het reactionaire kamp zo opportunistisch lijkt. Cicero zelf zou waarschijnlijk zeggen dat hij wereldwijzer is geworden. Hij weet nu hoe de wereld, de politiek in elkaar zit. Hij benut de macht die hij verworven heeft. Pas wanneer Pompeius en Caesar opkomen als politieke machten, lijkt Cicero zo erg niet meer. In A Murder on the Appian Way krijgt Gordianus zelfs medelijden met hem als hij staat te stuntelen bij de verdediging van Milo.”

Plutarchus beschrijft het gehakkel van Cicero tijdens dit proces, een gênante vertoning van de man die bekend stond als de grootste redenaar van zijn tijd. Cicero's cliënt werd uiteraard veroordeeld. “Maar als je je afvraagt wat Cicero probeert te redden, moet je toch erkennen dat hij een corrupte oligarchie aan de macht probeerde te houden. Ook ik heb daar gemengde gevoelens over.

Politiek

“Elke historische roman heeft natuurlijk de neiging om een roman te zijn over de periode waarin hij is geschreven,” antwoordt Saylor op de vraag waarom politieke geschiedenis zo'n belangrijke rol speelt in zijn boeken. “Ik heb zelf een grote belangstelling voor politiek. Tegelijkertijd was politiek een belangrijk onderdeel van het Romeinse leven. Dat maakt de Romeinen ook zo herkenbaar: de toon, de toespraken, de allianties. Wat moeilijker te vatten is, is dat verschillen niet zozeer ideologisch waren als wel gebonden aan personen. Wie is de machtigste? Dat lijkt een volkomen acceptabele manier geweest te zijn om over politiek te denken. Amerikanen zijn toch moralistischer.”

Tegelijkertijd vindt Saylor de Romeinen heel herkenbaar: “Het is een beetje de Tolstoj-gedachte dat er een fundamentele moraal is die mensen overal en op elk moment in de geschiedenis gemeen hebben. Wanneer je dat niet gelooft, wordt het moeilijk historische romans te schrijven. Soms zien we misschien iets van onszelf in de Romeinen terug dat we liever niet zagen. Laster, vooral seksueel getint, lijkt voor hen een geaccepteerde manier van politieke propaganda te zijn. Cicero maakt nogal eens zulke toespelingen op het gedrag van tegenstanders. Ook de Verenigde Staten maken zo'n ontwikkeling door. Van Kennedy wisten tijdgenoten niet beter dan dat hij een halve heilige was, terwijl Clinton nog tijdens zijn ambtstermijn wordt aangeklaagd wegens ongewenste intimiteiten. Het is krankjorum, maar straks krijgen we te horen wat de bijzondere kenmerken zijn van het geslachtsdeel van de president. Zijn politieke tegenstanders vinden het prachtig.”

Moordzaken

'Geschiedenis zoals je die niet op school leert', zo prijzen Japanse uitgevers hun historische publikaties tegenwoordig vaak aan. Hetzelfde label kun je op Saylors 'Roma sub rosa'-serie plakken. Saylor is de eerste om dat toe te geven: “Schrijven is een voortdurende interactie tussen het gebruiken van historisch materiaal en het herschrijven van de geschiedenis. De moordzaken haal ik uit de bronnen; het verhaal is een doorlopende herinterpretatie van de versies van bijvoorbeeld Cicero. Ooit zal ik natuurlijk de moord op Caesar moeten behandelen. Wie weet zal dan blijken dat de waarzegger uit de Caesar-biografie van Plutarchus, die Caesar probeert te waarschuwen, eigenlijk een vermomde Gordianus was.”

Het beste voorbeeld van zo'n herinterpretatie is misschien wel Saylors roman over de opstand van de senator Catilina tegen de Romeinse republiek. Cicero schildert hem af als een monster belust op macht en seks, terwijl Saylor heel aannemelijk weet te maken hoe charismatisch Catilina geweest moet zijn: “Catilina's Riddle gaat over de dubbelzinnigheid van charisma. Ik koos ervoor onduidelijk te blijven. We weten niet wat Catilina van plan was, net zoals we niet weten of hij Gordianus echt heeft verleid. Dat was trouwens de enige keer dat mijn Nederlandse vertaalster me opbelde: ze moest en zou weten wat er nou precies tussen die twee gebeurd was.”

De thriller werd het onderwerp van een werkgroep Romeinse geschiedenis van de universiteit in Berkeley. Ook op congressen van classici is het boek al aangehaald, want Saylors uitstekende gedocumenteerde misdaadverhalen leveren interessant vergelijkingsmateriaal met Cicero's toespraken op.

De eerste zaak waarbij Gordianus betrokken raakt, is een berucht geval van vadermoord. Dit was de ergste misdaad die de Romeinen kenden en de verdachte is ene Sextus Roscius. Ook voor wie op school al Ciceros Rede voor Sextus Roscius uit Ameria moest lezen blijft Roman Blood een spannend verhal. Saylors versie een meeslepende geschiedenis van moord, maar ook een studie van de manier waarop de jonge Cicero een zaak aanneemt die het begin moet worden van zijn onstuimige carrière in de politiek. Cicero's rede is in het boek opgenomen als centrum van een spannend rechtbankdrama, terwijl de avonturen van Gordianus de voorgeschiedenis van Cicero's tekst vormen. Dat procedé loopt als rode draad door de hele reeks. Gordianus' zoon Meto blijkt de redactiesecretaris van Caesars Oorlog in Gallië.

Saylor heeft alle bronnen bij elkaar gesleept om een fascinerend en levensecht beeld van de stad en haar cultuur te schetsen. Ook internet biedt materiaal. Saylor: “Archeologen en classici van de University of California in Los Angeles werken nu aan een visuele reconstructie van het oude Rome waarop te zien is hoe de stad van jaar tot jaar verandert. Ik heb ook met veel plezier een website over het Forum Romanum bezocht van drie Nederlandse scholieren uit Hengelo.” De huizen en paleizen die Saylor beschrijft bestonden dus echt, maar ook wat zich daarbinnen afspeelt is vrij realistisch. Knoflook etende gladiatoren, de etiquettes van een bordeel, huurflats in de achterbuurten, weelderige villa's van de nouveaux riches, menukaarten van herbergen net buiten Rome, politieke intriges, de gedichten van Catullus, verkiezingspraktijken en rechtszaken, het komt allemaal op een natuurlijke manier aan bod.

“We noemen mijn boeken 'historisch”', zegt Saylor, “omdat ze gebaseerd zijn op mensen die echt bestaan hebben, maar wat mij interesseert zijn archetypen in een bedachte wereld. Tegen de tijd dat een boek van mij af is, kun je onmogelijk volhouden dat het een historische werkelijkheid weergeeft. Ik ben geen historicus, maar een romanschrijver, een bedenker van opera's op papier.”