Russische poëzie

Met afgrijzen las ik Arie van der Ents bespreking van Berg & Wiebes' Bloemlezing van de Russische poëzie (9-1-1998). Afgrijzen om vele redenen. Om te beginnen: die apodiktische toon. Verder: moet die hele zinloze 'discussie' over het behoud van rijm en metrum weer ter tafel komen? Letterlijke vertalingen van poëzie leveren vrijwel nooit iets op. Wie leest poëzie letterlijk? De andere, metrisch-rijmende aanpak, mits in meesterhanden, kan tot evenwaardige equivalenten leiden.

Er staan in deze bloemlezing vertalingen, naar Blok bijvoorbeeld, die ik hoger aansla dan de originelen, ware het alleen maar omdat diens pathetiek wat is afgezwakt in het herscheppingsproces. Ik beschouw dat persoonlijk als winst.

Herhaalde malen heb ik deze bloemlezing geheel doorgelezen en er de originelen niet bij gemist, al hadden ze er voor mij best bij mogen staan. Ik onderging de vertalingen als waren het originelen en het was een waar genot, gemengd met iets van jaloezie. De Poesjkins zijn superieur, als vrijwel alles van de dames, zoals bespreker Berg/Wiebes du haut de sa grandeur betitelt, twee topvertaalsters die een paar jaar geleden terecht shortlisted werden voor de Aristeionprijs van de Europese Unie. Hun werkstuk van vele jaren wordt afgedaan als domineespoëzie. Ook de namen Tollens en Potgieter (wat is er mis met deze laatste?) vallen. Bij mij rijst het donkere vermoeden dat Van der Ent noch de dominee-dichters, noch Tollens of Potgieter ooit gelezen heeft. Hadden wij in de vorige eeuw poëzie gehad van Berg/Wiebes kwaliteit, het zou er met onze literatuur beter hebben voorgestaan. Ik twijfel of iemand die deze kwaliteit in de vertalingen niet kan onderkennen ook werkelijk oog heeft voor de originelen. Poesjkin omhoogsteken, nu ja, wie valt zich daar een buil aan, nietwaar? Het is goed toeven in de schaduw van een monument.

Lezer(es), laat u zich dit schitterende werkstuk niet ontgaan, als u iets aan mijn opinie gelegen is. Zoiets doet zich niet tweemaal in een mensenleven voor. En handel eventueel naar Nabokovs voorschrift in zijn gedicht Aan de toekomstige lezer (blz. 315): Gij zult u naar de oude mode kleden, vreemd uitgedost in frak en pandjesjas. Ga zitten. Luister. Hoor hoe het verleden welluidend als de schelp der muzen was.