Portishead blijft concurrenten voor

Concert: Portishead. Bezetting: Beth Gibbons (zang), Geoff Barrow (decks), Adrian Utley (gitaar), Clyde Deamer (drums), Jim Barr (bas), John Baggott (toetsen). Gehoord: 21/1 Oosterpooort, Groningen. Herhaling: 13/2 Vredenburg, Utrecht.

De wet van de remmende voorsprong heeft op Portishead geen vat gekregen. De groep uit het Engelse Bristol stond met het debuutalbum Dummy in 1994 aan de wieg van de zogenaamde triphop, een mengeling van pop, jazz en hiphop die ondanks het slome ritme en de sombere teksten werd beschouwd als de nieuwe Britse soulmuziek. De Bristol-sound van Portishead en stadgenoot Tricky vond navolging van velen, maar met de langverwachte tweede cd Portishead ontstegen zangeres Beth Gibbons en muzikant/deejay Geoff Barrow glansrijk aan de dinermuziek voor hippe dertigers die de door hen verafschuwde term triphop was gaan vertegenwoordigen.

Hoewel Portishead trouw bleef aan de uitgangspunten en er nog altijd sloom, somber en in het halfduister werd gespeeld, gaf de groep in de uitverkochte grote zaal van de Groningse Oosterpoort een bijzonder geïnspireerd concert, met spaarzaam gedoseerde achtergrondprojecties en een evenwichtige spanningsopbouw. Opvallend was de prominente rol van de als studio-kluizenaar bekend staande Geoff Barrow. Behalve verdienstelijke ritmische scratch-effecten toverde hij vogelgeluiden, stukjes van oude rapplaten en verontrustende explosies uit zijn draaitafels.

Drummer Clyde Deamer, die bij Portishead maar half zo snel hoeft te spelen als bij zijn andere werkgever Roni Size, schiep met contrabassist Jim Barr een solide basis voor een optreden dat weliswaar rustig begon, maar dat langzaam maar zeker ontsnapte aan de berustende toon die de standaard is geworden bij mindere triphop-musici. Beth Gibbons liet zich van een expressieve kant zien: in Groningen klonk ze uitgesproken levenslustig, terwijl haar teksten toch onverminderd gingen over eenzaamheid, vervreemding en harde tijden.

Songs als Humming en Mysterons ontleenden hun vervreemdende sfeer aan de buitenaardse en tegelijk ook ouderwets aandoende science-fictiongeluiden uit de Moog-synthesizer. De invloed van Erik Satie klonk door in het minimale pianospel van Undenied, in een onwaarschijnlijk samenspel met heftige scratcheffecten. Bij het met een herkenningsapplaus beloonde Glory Box bleek dat Portisheads bitterzoete muziek zich wel degelijk leent voor de collectieve vreugde-uitbarstingen van een massapubliek. Zo dacht Beth Gibbons er in elk geval ook over. Toen ze haar publiek eenmaal handjes begon te geven, wist ze niet meer van ophouden en moest ze door een bandlid van het podium worden getrokken.