Op bang volgt blij

Ted van Lieshout: Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis. Met illustraties van de auteur. Leopold, 50 blz. Vanaf 9 jaar. ƒ 29,90

Ted van Lieshout kan overal over dichten. “Van macaroni tot masturbatie”, zei hij een paar jaar geleden in een interview met deze krant. Zijn prachtige, door hemzelf vormgegeven nieuwe bundel heet Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis. Dat zijn weer twee voorbeelden van 'dichtbare' dingen: 'Ik kijk nog even door het raam/ en zie het avondrood./ Dan ga ik slapen en ik droom/ een lichtblauw kleurpotlood.' En: 'Is een slak/ een slome slijmerd/ of een huis op hol?' Van Lieshout kan denken als een kind, blij dat zíjn huis nooit wegloopt.

Vergeleken met zijn vorige, met de Gouden Griffel bekroonde dichtbundel Begin een torentje van niks (1995) is deze nieuwe springerig en jolig. Een boek om eindeloos in te kijken, met fel gekleurde pagina's, transparante bladen, gekke hoekige hoofden en wervelende collages. In dit 'jubelboek', zoals hij het zelf noemt, hebben de gedichten soms een strakke vorm. Er zijn er die ouderwets aandoen (met woorden als 'avondrood'), er zijn dialogen tussen een kind en een moeder, er zijn versjes en opsommingen zoals 'groeten die ik kreeg':

al 5, hoera! al 9, hoera! aansterken, hoor! b, goed hoor! bedankt voor de tekening! bedankt voor de tekening! ben jij echt al 7? Zo gaat het een pagina lang door. Vreemd intrigerend is het deze jeugd in kreten te lezen, al kom je weinig opzienbarends te weten. Diploma c is nooit gehaald, er werden enkele korte ziekbedden beleefd, goede rapporten gehaald en steeds meer kussen gestuurd.

Behalve als een opgroeigeschiedenis laat dit boek zich lezen als een hommage aan Annie M.G. Schmidt, de schrijfster die Ted van Lieshout het meest bewondert. Hij heeft haar uit ontzag nooit durven ontmoeten en weigerde om dezelfde reden de Engelse versie van Minoes te illustreren. Als dichter doet hij in virtuositeit echter geenszins voor haar onder. Van Lieshout heeft humor, combineert in zijn gedichten soms net als zij alledaagse en deftige dingen, maar kan ook serieus over gevoelens dichten, zonder wee te worden. Bovendien is hij meer van deze tijd en veroorlooft hij zich een spannende, vileine ondertoon.

In zijn luchtige versjes klinkt duidelijk een echo van Schmidt door. Het kind dat aan het woord is, kan even recalcitrant zijn als in haar beroemde gedicht 'Ik ben lekker stout'. Als ik nou een hondje mag, dan zal ik nooit meer zeuren. Dan eet ik steeds mijn bordje leeg en ga op tijd naar bed. Maar als ik nou géén hondje krijg, dan zal d'r wat gebeuren! Dan gooi ik limonade op het pas geboend parket. Dan prop ik zeven rollen in het gat van het toilet. Zo dreigt hij verder met wat er staat te gebeuren als hij geen poesje krijgt, of geen nijlpaard. Verrassend is de reactie van de 'ouderlijke stem', die zich in cursief gedrukte regels aan het eind van elke strofe steeds even laat horen: 'Een nijlpaard met een lieve snoet?/ Natuurlijk lieverd, dat is goed.'

Van Lieshout legt een expliciete verklaring af over zijn lievelingsboek. 'Het schaap Veronica is het mooiste boek/ dat ik in de wereld heb gevonden. Vind ik.' Uit de daarop volgende dialoog blijkt waarom: uit de verzen over de dominee, het schaap en de dames Groen blijkt dat alles achteraf tóch wel meevalt. Op bang volgt blij, onafzienbare rampen kunnen soms tijdig worden afgewend. Zo'n vers maakt Van Lieshout dan ook prompt: 'Hoera, daar kwam de brandweer gratis eerste hulp verlenen/ met zevenhonderdduizend liter water uit een spuit/ En na een uurtje was het vuur maar ook het huis verdwenen./ Kop op, zei 't schaap, we leven nog en daarom gaan we uit./ Ze aten pannenkoeken in een deftig restaurant/ met suiker, spek en stroop en met de brandweeradjudant.'

Achterin, bij de verantwoording, legt Van Lieshout het zijn jonge lezers uit: 'Het gedicht over het schaap Veronica is afgekeken bij, maar niet overgeschreven van Annie M.G. Schmidt.'