Nederlandse dubbelspecialisten vechten tegen vooroordeel; Kruimeldieven van tenniscircuit

MELBOURNE, 23 JAN. Als specialisten in het dubbelspel behoren Tom Kempers en Menno Oosting tot de kruimeldieven van het tenniscircuit, die bijna op elk toernooi worden veroordeeld tot optredens achter de schuifdeuren. Groot was dan ook hun verbazing dat een vertegenwoordiger van de media met ze wilde praten na hun ongelukkige nederlaag in de tweede ronde van de Australian Open tegen het Spaanse koppel Luis Lobo/Javier Sanchez. “Jij moet wel heel desperaat zijn”, sprak Kempers, ironisch. “Viel er vandaag op het centrecourt niets te beleven?”

Niet veel, dat kon moeilijk worden ontkend. Kempers (28) en Oosting (33) zijn gewend geraakt aan wat ze “de structurele onderwaardering van het dubbelspel” noemen. De routiniers staan bovendien nog in de schaduw van hun gerenommeerde landgenoten Paul Haarhuis en Jacco Eltingh, van wie de laatste in Melbourne bij afwezigheid van zijn vaste partner overigens een duo vormt met de Zweed Jonas Björkman. Op de US Open zorgden Kempers en Oosting voor een stunt door in de eerste ronde het gerenommeerde Australisch duo Woodforde en Woodbridge uit te schakelen. “En dan wordt die prestatie meteen gerelativeerd, omdat de Woodies ruzie zouden hebben gehad”, verzucht Kempers.

Vandaag liet het modale koppel in een spectaculair duel met Lobo en Javier Sanchez een fraaie kans liggen opnieuw te ontsnappen aan de anonimiteit. Op 14-13 in de derde set kregen de Nederlanders twee matchpoints. Twee zwakke returns hielpen de Spanjaarden weer in het zadel en na een blessurebehandeling voor Lobo op 16-16 forceerde Sanchez met een gelukkige volley de beslissende break. Oosting: “En dan verlies je met 18-16 terwijl we twee sets lang het betere team waren.” Kempers: “Ach, we zijn in elk geval weer uit de kosten. Wij zijn nu eenmaal afhankelijk van één discipline.”

Kempers en Oosting delen 9.750 Australische dollars, ongeveer 12.500 gulden. Gevoegd bij hun inkomsten uit Sydney, waar ze de halve finales bereikten, mag de toernee door Australië bevredigend worden genoemd. “Op een grandslamtoernooi word je ook niet meteen je hotelkamer uitgezet als je hebt verloren”, vertelt Kempers. “Op de ATP-Tour worden we als tweederangs-tennissers behandeld. Onkosten worden alleen vergoed na een overwinning. De verliezer draait zelf op voor zijn verblijfskosten. Reken dan maar uit hoeveel wij overhouden als we worden afgescheept met een prijzengeld van 200 dollar voor een nederlaag in de eerste ronde. En daar gaat nog de belasting vanaf.”

John McEnroe sprak ooit schande van de almaar wassende stroom B-artiesten in de tennissport. De Amerikaan ergerde zich aan spelers die te weinig kwaliteit hadden om zich te handhaven in de single, maar desondanks nog aardig konden meekomen in het dubbel. Kempers en Oosting ervaren dat vooroordeel aan den lijve. “De toernooidirecteuren beschouwen ons als uitvreters”, zegt Kempers. “Zij hebben een hekel aan spelers die hun brood alleen in het dubbelspel verdienen, terwijl wij er net zo hard voor moeten werken als de enkelspelers.”

Oosting, laatdunkend: “Is het wel normaal als een Russisch grietje door Sanchez-Vicario met twee keer 6-0 van het centrecourt wordt geslagen? Zo'n schertsvertoning heeft toch niets met tennis te maken? Ik besef dat het publiek afkomt op grote namen. Maar hebben wij de toeschouwers dan geen spektakel geboden in ons dubbel tegen de Spanjaarden? Ook ik betreur het dat van de vedetten alleen Kafelnikov het dubbel soms serieus neemt. Toppers als Henman, Rosset en Ivanisevic geven hun dubbelpartij meteen weg als ze in de single zijn uitgeschakeld. Dat komt de reputatie van onze sport niet ten goede.”

Exact tien jaar geleden bereikte Oosting op de Australian Open de vierde ronde in het enkelspel, zijn beste prestatie op een grandslamtoernooi. In zijn nadagen is hij aangewezen op de dubbel. “Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik heb een gezin met twee kinderen waarvoor ik moet zorgen. Al vraag ik me wel eens af hoe mijn vrouw dit volhoudt, want ik heb het afgelopen jaar 34 toernooien gespeeld.” Kempers, met een glimlach: “Het leven met je dubbelspelpartner is als een relatie zonder seks. We zien elkaar meer dan onze vriendinnen. Het is een hard bestaan, waarin irritaties onvermijdelijk zijn.”

Kempers merkte al snel dat hij niet consistent genoeg was voor een hoge positie in het enkelspel. “Ik heb het tennis te laat als een vak gezien. Mijn oude coach Ron Timmermans heeft me dat ook niet kunnen bijbrengen. Maar in het dubbel ben ik nog niet uitgeleerd.” Oosting: “Ik voel me nog niet te oud om aan details te schaven en anders hoor ik het wel van Tom.” Kempers, lachend: “Voorlopig gaat het nog goed tussen ons. Zo lang wij kunnen leven van onze sport gaan we door, ook al worden we dan door de buitenwereld nauwelijks serieus genomen.”