Nederland is niemandsland, Generatie-wisseling in de Nederlandse cinema

Vier Nederlandse regisseurs tonen in Rotterdam het levensgevoel van jong-volwassenen aan het eind van de twintigste eeuw onder de noemer 'Route 2000'. De films zijn kritisch, internationaal, gelovig en niet eenduidig. “Van fin-de-siècle decadentie valt verrassend weinig te bespeuren.”

ƒ 19,99, di 3.2 Luxor 19.45u; vr 6.2 't Venster 1 14.15u; Pathé 4 za 7.2 14.15u. De Poolse bruid, do 28.1 Concerthuis Groningen 19.30 en 22u; di 3.2 Luxor 22u; vr 6.2 't Venster 1 20.15u; za 7.2 Pathé 4 22u. Temmink, di 3.2 Pathé 1 21.45u; vr 6.2 't Venster 1 22.30u; za 7.2 Pathé 4 16.30u. De trip van Teetje di 3.2 Pathé 1 19.30u; vr 6.2 't Venster 1 16.30u; za 7.2 Pathé 4 9.45u.

“Mooie berg!”, zegt de Poolse vrouw Anna (Monic Hendrickx), terwijl ze uitkijkt over het vlakke landschap van Noord-Groningen. “In Groningen zijn geen bergen”, antwoordt boer Henk (Jaap Spijkers) in de film De Poolse bruid van Karim Traïdia. Het is een van de vier low-budget-speelfilms uit de serie Route 2000, die alle tijdens het 27ste International Filmfestival Rotterdam hun wereldpremière beleven. Traditioneel onderhouden Nederlandse speelfilms een moeizame relatie met het realisme. Vaak zijn het ofwel schijnbaar geheel realistische vertellingen, die dan ook op hun geloofwaardigheid beoordeeld plegen te worden (en vaak te licht bevonden), ofwel fantastische, absurde of historische fabels. Strikt realistisch is geen enkele film van het kwartet, dat tot stand kwam na een open inschrijving voor scenaristen in 1996; er werden 238 synopses ingezonden, die moesten voldoen aan drie voorwaarden: de film moest zich afspelen rond het einde van ons millennium, de belangrijkste personages dienden tussen de 18 en de 35 jaar te zijn - net als het grootste deel van de bioscoopbezoekers - en deze zouden bovendien in de loop van het verhaal een belangrijke verandering door moeten maken.

Een van de doelstellingen van Route 2000, een initiatief van de nieuwe productiemaatschappij Motel Films (Jeroen Beker en Frans van Gestel) is om jonge filmmakers zonder al te grote druk van commerciële verwachtingen en de machinerie van een 'grote' film in alle rust te laten debuteren. Van de vier regisseurs maakte alleen Paula van der Oest (32) eerder een bioscoopfilm, in tegenstelling tot Karim Traïdia (44), Boris Paval Conen (29) en Mart Dominicus (39). De opzet van het project stelt de kijker ook in staat kennis te nemen van de blik van 'jonge' filmmakers op Nederland aan het einde van de twintigste eeuw en de manier waarop ze de werkelijkheid tot fictie maken.

Seksboerderij

Van de vier films zijn er twee duidelijk geworteld in een geografisch bepaalde, Nederlandse realiteit. De Poolse bruid van Traïdia, een in Algerije geboren Haarlemmer, naar een scenario van Kees van der Hulst, speelt zich af op het Groninger platteland, waar een jonge boer een van de belendende seksboerderij weggelopen Poolse vrouw onderdak verleent. Het door Van der Oest geschreven en geregisseerde De trip van Teetje is gesitueerd in de Rotterdamse haven, op een aan de ketting gelegd schip buitengaats. De louche zakenman Teetje (eigenlijk Theo, gespeeld door Cees Geel) heeft het voor een habbekrats gekocht van Russische mafiosi en ontdekt dat er dertig man aan boord zijn, die hij eerst moet betalen voordat hij de lading kan afleveren.

De andere twee films hadden zich ook heel goed in een ander land kunnen afspelen, althans voor wat betreft de locaties. Zowel ƒ 19,99 van Mart Dominicus (geschreven samen met Helena van der Meulen) als Temmink van Boris Paval Conen (naar een scenario van Arend Steenbergen) werden opgenomen in kunstmatige decors en een min of meer fantastische omgeving en spelen zich expliciet af in de nabije toekomst. ƒ 19,99 verwijst naar de afbraakprijs, waarvoor bruidsparen een van de laatste nachten van deze eeuw in een vijfsterrenhotel mogen doorbrengen. De film blijft geheel binnen de muren van dit fictieve, net naast de realiteit staande hotel en biedt een bont panorama aan maatschappelijke en relationele variaties. In een van de eerste scènes van Temmink, in de rechtzaal, hangt een portret van koning Willem IV en de wet stelt bezitters van het agressie-gen in staat de rechter om actieve euthanasie te vragen. In dat geval wordt de veroordeelde benoemd tot gladiator en mag hij de catacomben van de Arena (een ronde glazen kooi) nooit meer verlaten. De gladiatorengevechten kennen geen regels, behalve dat de verliezer sterft. Gemiddeld leeft een gladiator nog twee en een halve maand. De gevechten worden live uitgezonden door Sportkanaal en kennen een hoge kijkdichtheid en waardering.

Interessant aan het Route 2000-kwartet is dat elk van de films op zijn eigen manier de werkelijkheid een klein slagje verdraait. Is die verdraaiing in ƒ 19,99 en Temmink al op scenarioniveau aanwezig, de andere twee films brengen de vervreemding aan in de regie. De lyriek van de zwijgzame liefdesgeschiedenis in De Poolse bruid wortelt voornamelijk in de fotografie van het landschap door Jacques Laureys en de intense acteerprestaties van Spijkers en Hendrickx. Een belangrijke inspiratie voor het scenario, dat de eveneens debuterende Van der Hulst met potlood schreef, vormden de gezongen ballades van de Groningse zanger Ede Staal, wiens laconieke betovering de toon zet van de film. En zelfs in de tamelijk rechtlijnig vertelde film De trip van Teetje valt een niemandslandsgevoel te bespeuren, een metaforische melancholie die het realisme overstijgt.

Hoe kijken jonge Nederlandse regisseurs en scenarioschrijvers aan tegen onze samenleving? Van het te verwachten fin de siècle-gevoel, een fijnzinnige decadentie ten gevolge van de dans op een vulkaan, valt verrassend weinig te bespeuren. Natuurlijk is de moraliteit Temmink doortrokken van cynisme over de brood- en spelenmentaliteit van een maatschappij waar kijkcijfers de dienst uitmaken, maar die verwijst, in dit geval zelfs letterlijk, terug naar de antieke wereld. Ook in het hotel van f 19,99 viert een gabberpaar feest met hun vrienden, maar Dominicus heeft meer oog voor de tristesse van de mooiste dag in een mensenleven dan voor postmoderne lol. Alle vier de films zijn eerder maatschappijkritisch dan berustend te noemen. Vooral de schaduwzijde van materialisme en de bijbehorende begerigheid worden belicht. Zowel de boer als de weggelopen prostituée in De Poolse bruid zijn het slachtoffer van de jacht op winst. De pooier van de vrouw staat op de stoep van de boerderij om zijn gederfde inkomsten te declareren, terwijl de boer een vergeefse strijd levert met de bank om zijn grond te behouden. Boer en hoer vinden elkaar in een aardse verbondenheid met het land en elkaar. De zin van hun relatie wordt simpel uitgedrukt door een uit het hoofd geleerd zinnetje uit het Pools-Nederlandse conversatieboekje, 's avonds bij de haard: “Hartelijk dank voor uw aanwezigheid”. De mooiste scène in f 19,99 schildert de eenzaamheid van een yuppiepaar (Jeroen Willems en Jacqueline Blom), wanneer beiden op de rand van het bed hun eigen organizer te voorschijn halen om wat gemeenschappelijke quality time te plannen.

Teetje ontdekt aan boord van zijn schip, in het gezelschap van de uitgehongerde Russische bemanning, dat er andere waarden zijn dan snel rijk worden. 'Zinloos geweld' komt in de films niet voor, wel zinvol geweld (van pooiers en, in het geval van Teetje, schuldeisers) die hun volgens de regels van het materialisme gewettigde aanspraken fysiek kracht bijzetten en 'zingevend geweld': een van de bruidsparen in f 19,99 onderhoudt (buiten beeld, maar wel hoorbaar) een sadomasochistische relatie, het hele idee van Temmink berust op plaatsvervangend meppen.

Opvallend is dat in elk van de vier films het christelijke geloof een actieve rol speelt in het leven van een van de personages. De vriendin van Teetje, een verpleegster (Thekla Reuten) en zijn tegenpool, slaat een kruisje voor ze in de auto een patatje eet. Een van de bruiden in f 19,99 (Peggy Jane de Schepper) draagt een kruis om haar nek en geeft ruiterlijk toe dat ze aan Jezus denkt, wanneer haar man haar voor het eerst bekent. De Poolse bruid mag dan niet letterlijk getrouwd zijn met Henk, ze dwingt hem wel te bidden voor het eten. En zelfs in de goddeloze wereld van Temmink worden de gladiatoren op zeker moment aangezet tot meditatie en gebed bij wijze van memento mori.

Een ander aspect van de hedendaagse samenleving dat in de films goed naar voren komt is de vanzelfsprekende invloed van het internationale karakter. Wordt in De Poolse bruid en De trip van Teetje veel Pools en Russisch gesproken en vormt de spankracht van Oost-Europeanen daar de motor van de verandering die hoekig-wanhopige Nederlanders doormaken, ook in de andere twee films laten Hollanders zich inspireren door buitenlandse voorbeelden. In ƒ 19,99 blijkt een Marokkaan de ideale klaverjaspartner van een proletarische Amsterdammer en wordt een onaantrekkelijk gevonden vrouw verliefd op de zwarte asielzoeker met wie ze trouwt om hem een paspoort te verschaffen. In Temmink spreekt de Meester (Herman Gilis) van de gladiatoren, hun almachtige gebieder, een soort van Afrikaans, de juriste die de Arena bestiert (Will van Kralingen) luistert naar de Arabisch klinkende naam Yvonne Bouhali.

Generatiewisseling

Opmerkelijk aan de vier films is de voortreffelijke casting. Op enkele uitzonderingen na (Jack Wouterse en Will van Kralingen in Temmink, Jaap Spijkers in De Poolse bruid, Thomas Acda in ƒ 19,99) ontbreken de sterren van de Nederlandse film. Van hoofdrol tot kleinste bijrol zijn de films gevuld met op film- en televisiegebied tamelijk onbekende acteurs en actrices. In een enkel geval zijn het wel uit het theater bekende namen (Herman Gilis, Jacob Derwig), maar het is grotendeels gelukt een andere realiteit op te roepen dan gebruikelijk in Nederlandse films, waar de herkenning van deze of gene doorgaans onmiddellijk de toeschouwer de illusie ontneemt naar echte mensen te kijken. De veelbesproken generatiewisseling in de Nederlandse speelfilmproductie strekt zich niet alleen uit tot producenten en regisseurs, maar in toenemende mate ook tot het acteursbestand.

Daarentegen kampen in meerdere of mindere mate alle vier de films met scenarioproblemen, vooral resulterend in een niet geheel bevredigend 'open einde'. Alleen het freeze frame aan het slot van Temmink is tamelijk eenduidig, de drie andere films opteren voor een onbestemd vertrek uit de afgesloten ruimte, waar het verhaal zich tot dan toe afspeelde. Keert De Poolse bruid nu terug naar haar geboorteland en dochtertje, of denkt Henk dat alleen maar? Wat is de betekenis van de forse fooi die de gabber bij het verlaten van het hotel in ƒ 19,99 de verkoper van de daklozenkrant in de hand stopt? En moet het vertrek van Teetje op een illegaal wegvarend schip met radioactieve lading geduid worden als een zelfmoordactie?

Geen van de vier films is een meesterwerk, geen een mislukking. Met uitzondering van De Poolse bruid lijken de films iets te licht voor een bioscooproulement, al zou Temmink het wel eens heel goed kunnen doen op video, bij een publiek dat vooral de vet gefilmde kooigevechten weet te waarderen. Toch is het experiment de moeite waard: niet alleen omdat het Rotterdamse festival zo vier nieuwe Nederlandse speelfilms kan presenteren, maar ook omdat bijdragen aan een oorspronkelijke visie op de samenleving in de Nederlandse speelfilm tot nu toe tot de uitzonderingen behoorden.